ArchitectuurNL 02 2018 – pag. 30

ArchitectuurNL 02 2018 – pag. 30

Door: | 29-04-2021

methode is dat voor de kolommen sparin­
gen worden aangebracht in de hoeken
van de aangrenzende kanaalplaten. Daar
liggen dus geen volle onbeschadigde
platen. Dat maakt de herbruikbaarheid in
een ander gebouw iets lastiger, maar niet
onmogelijk.

Aandachtspunten ontwerp
Om bij demontage volle, onbeschadigde
kanaalplaten te verkrijgen, hebben Hee­
bing en Buunk een aantal aanbevelingen
opgenomen voor ontwerpers. Eén daar­
van is om op stramienmaat 1,20 meter te
ontwerpen, zodat er geen pasplaten
nodig zijn. Een tweede is om het aantal
sparingen te minimaliseren, onder meer
door leidingen te verzamelen op één
plek. Ook in lengte zijn er aanbevelingen,
gebaseerd op constructieve optima:
7,20 meter bij een dikte van 200 mm tot
14,40 meter bij een dikte van 400 mm bij
standaard belastingen.
Belangrijk is dat de demontage in exact
de omgekeerde volgorde kan plaats­
vinden als die bij het bouwen. Dat bete­
kent een stapeling per verdieping, waarbij
de kolom op de ligger wordt geplaatst in
plaats van dat de ligger aan een door­
gaande kolom wordt opgehangen. De

kolom kan dan worden gedemonteerd,
waardoor de kanaalplaten niet meer op­
gesloten liggen.

Hoogtewinst
Het weglaten van de druklaag bespaart
niet alleen op gebruikte materialen in de
vloer zelf en kilogrammen in de construc­
tie, maar betekent ook hoogtewinst. Als
dat al in de ontwerpfase zit, vertaalt zich
dat ook in geveloppervlak en daarmee in
bouwkosten. Een afwerkvloer op de ka­
naalplaten blijft wel nodig, al was het
maar vanwege de toog in de kanaal­
platen en de toleranties in hoogte. Dat
kan bijvoorbeeld een (droge) computer­
vloer, een cementdekvloer of een dunne
gietvloer zijn. Consequentie van een
dunne dekvloer is wel dat er geen of
minder ruimte meer is voor leidingen door
de vloer, maar daar kan in het ontwerp
rekening mee worden gehouden.

Meer duurzaamheid
In de uitbreiding van Agro NRG / Home
NRG is overigens niet alleen duurzaam
gebouwd door remontabel te bouwen,
maar ook wat betreft materiaalgebruik.
Er zitten zowel kanaalplaten van geopoly­
meerbeton in als van VBI Groen beton.

Bij beide wordt gebruik gemaakt van
secundaire bindmiddelen en wordt dus
bespaard op cement en daarmee op de
CO2­footprint van beton. VBI maakt ver­
der in alle kanaalplaten gebruik van gra­
nulaat van gerecycled beton. Ook is VBI
CSC­gecertificeerd door de internationale
Concrete Sustainability Council. Dit certifi­
caat garandeert een verantwoorde her­
komst van materialen en grondstoffen,
kwaliteit, milieumanagement, integriteit,
mensenrechten en veiligheid.
“Sowieso is kanaalplaat trouwens al een
goede keuze doordat er alleen materiaal
wordt toegepast waar het nodig is”, voegt
manager duurzaamheid / MVO Thies van
der Wal daar nog aan toe.
Naast remontabel circulair bouwen, ziet
Van der Wal ook veel in hergebruik van
cement uit gerecycled beton. “Cement
heeft een hoge CO2­footprint en daar
moeten we wat aan doen. Bij sloop van
beton komt nu granulaat vrij met veel fijn
materiaal. Maar als je dat fijne materiaal
beter bekijkt, zie je iets dat qua gradering
tussen zand en cement in zit. En daar
gaat het bij beton nou net over. Dat kun je
gaan hergebruiken.”

Meer informatie: VBI, Huissen, vbi.nl

Kanaalplaatvloer remontabel
opgelegd op staalconstructie.
1. Kolom­plaat­ligger
2. Kipsteun randbalk
3. Koppelstaven in kelkvoeg

37BouwWereld //

1

3

2

Methoden & technieken //

35-36-37_methodenvbi.indd 37 07-02-18 15:16

Remontabel
bouwen met
kanaalplaten
Remontabel bouwen is goed mogelijk met kanaalplaten.

Bij de uitbreiding van Agro NRG in Ootmarsum was de

staalconstructie al bijna klaar toen probleemloos de omslag

naar remontabel werd gemaakt. Met geringe aanpassingen

konden de druklaag en sleufsparingen in de kanaalplaten

achterwege worden gelaten. Zo kunnen aan het eind van

de levensduur van een gebouw de kanaalplaten zeker nog

een tweede ronde mee. Esmee Heebing en Ruben Buunk

maakten hier hun afstudeerproject van voor hun opleiding

Bouwkunde aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.

Om te ontdekken hoe het zou moeten, is
geanalyseerd welke aspecten remontage
belemmeren. Heebing en Buunk kwamen tot
de conclusie dat in het werk aangebrachte
mortel niet per se een probleem is. Specie
voor kelkvoegen en dekvloeren hecht niet
sterk en is vrij gemakkelijk weer te verwijderen.
Een druklaag daarentegen heeft een veel
sterkere hechting en is daardoor niet zonder
schade te scheiden van de kanaalplaat.
Ook de natte knopen van de sleufsparingen
waarin koppelstaven naar de staalconstructie
worden aangebracht, maken hergebruik vrijwel
onmogelijk.
De uitdaging was dus een constructief ontwerp
te maken zonder druklaag en sleufsparingen.
‘De druklaag wordt vaak standaard toegepast,
terwijl die volgens ons meestal niet nodig is.
Vaak is de benodigde schijfwerking ook op
te lossen door te rekenen aan de voegen en
deuvels toe te voegen. Met een trekband-
drukboogsysteem is geen druklaag nodig.
Alleen als er sprake is van hoge puntlasten
of van torsie door ongelijke belasting van
vloervelden is een druklaag wel nodig. In
normale kantoorgebouwen is dit doorgaans niet
het geval. Daar hebben we ons dus op gericht.’

Staalconstructie als trekband
Basis van de oplossing is het gebruik van
de staalconstructie als trekband rond de
vloervelden. Behalve het gebruikelijke staal voor
oplegging van de kanaalplaten is er wel een
extra staalprofiel nodig langs de zijkanten van de
vloervelden, om de trekband compleet te maken.
‘Vooral met een geïntegreerde hoedligger is

30ArchitectuurNL

30-31_vbicirculair.indd 30 29-03-18 11:21

Gerelateerd