ArchitectuurNL 03 2017 – pag. 35

ArchitectuurNL 03 2017 – pag. 35

Door: | 29-04-2021

ontwikkelen waarmee het leven voor de stadsbewoners aangenamer
wordt ondanks alle veranderingen. In mijn optiek is beleid een
voortdurend ontwerpproces waarbij je de mensen moet betrekken.
In de onrust onder wijkbewoners uit zich ook kennis van zaken en
mogelijkheden voor verandering. Die onrust kan inspiratie bieden en
oplossingen uitlokken. Als ik mee ontwerp aan mijn straat, voel ik mij
beter in m’n straat.
Het gaat daarbij om herkenbaarheid en relaties. Zaken die vroeger
vanzelfsprekend waren. Door de grote vlucht van de technologie van
de afgelopen twintig jaar zijn heel veel vertrouwde basisprocessen
veranderd. Logisch dat we met z’n allen een beetje onzeker zijn. Je
kunt ook zeggen dat we in een soort mondiaal experiment leven met
nieuwe communicatiemiddelen waarmee de helft van de wereld dagelijks
werkt. Maar niemand heeft een plan en niemand weet of en hoe we
de veranderingen moeten evalueren. Dat is best extreem als je het
zo formuleert. Als CSO heb ik de interessante rol de gevolgen van de
veranderingsprocessen zichtbaar te maken en strategieën te bedenken
om er goed mee om te gaan.

Hoeveel macht heb je als CSO?
Geen, maar dat heb ik ook helemaal niet nodig. Het gaat mij om goed
luisteren en verbinden. Mensen moeten de macht hebben over hun
eigen leven, baan en vragen. Mijn verantwoordelijkheid is om binnen de
gemeentelijke organisatie de juiste opdrachtgevers te vinden voor mijn
ideeën. Ik moet dus met goede ideeën komen die mensen met elkaar
kunnen verbinden en toevallig ben ik iemand die makkelijk iets verzint.

Het grote geld lijkt alles te bepalen in de stad. Valt dat
tij nog te keren?
We zitten gevangen in een mondiaal systeem dat op graaien en
exploitatie gebaseerd is en daarvan kunnen we ons helaas niet zomaar
distantiëren. Mij gaat het echter om toekomstperspectief. Het verschil
tussen rijk en arm wordt groter en dat begint al bij de jeugd. In alle fasen
van het leven en in alle lagen van de bevolking vindt onderzoek plaats.
Circa de helft van de Amsterdamse jeugd zit op het VMBO en ook
zij krijgen te maken met onderzoek doen en met de gevolgen van
onderzoek. Als je die jeugd niet het perspectief geeft om de toekomst
aan te kunnen, dan sta je er als stad slecht voor. Wat ik mooi zou vinden,
is als iedere student van VMBO tot Universiteit een paar maanden lang
aan een onderzoeksproject zou kunnen meedoen. Voordeel daarvan is
dat ieder kind dan weet wat het is om met kennis of waarheid te werken.

En dat is nodig?
Beslist! We hebben onderzoek en wetenschap nodig om de complexe
uitdagingen van onze tijd aan te kunnen. Wetenschap mag zich
niet loszingen van de maatschappij, maar moet kunnen aantonen
dat een studie maatschappelijk relevant is. Die geluiden hoor je
ook in Den Haag en ik ben het er roerend mee eens. Wetenschap
gaat over gemeenschapsgeld en dus hebben wetenschappers hun
bestaansrecht maar aan te tonen. En dan doet het er niet toe of het om
Kunstgeschiedenis, Portugees of Sterrenkunde gaat. Wetenschap is niet
uitsluitend gelegitimeerd aan de hand van het aantal publicaties. Vertel
wat je doet en maak werk van ontwikkelingen die de kwaliteit van de
samenleving ten goede komen.

Ik lees dat je bezig bent met City Rhythm. Wat is dat?
City Rhythm is een onderzoeksproject dat bestudeert of we de
verschillende ritmes in een stad kunnen herkennen, analyseren en
uiteindelijk kunnen beïnvloeden voor sociale cohesie in een buurt. Dat
klinkt misschien vaag, maar als mens zijn we zelf ook ritme. We ademen,
hebben een hartslag, eten drie keer per dag en gaan naar de wc. Als we
de stad inlopen, voelen we verschillende ritmes om ons heen.
City Rhythm is een samenwerkingsproject tussen zes gemeentes, TU
Delft, Wageningen University en het Amsterdam Institute for Advanced
Metropolitan Solutions. In Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Zoetermeer,
Zaanstad en Helmond onderzoeken wetenschappers, ambtenaren
en studenten of je het ritme van een buurt kunt herkennen en als je
het herkent of je er dan iets mee kunt doen. De samenwerking tussen
ambtenaren, wetenschappers en studenten is weliswaar ingewikkeld,
maar kan heel veel wetenschappelijk inzicht opleveren.
Zo zijn gemeenteambtenaren laaiend enthousiast over studenten die
onderzoek deden naar bewonerswensen en buurtproblematiek. Een
voorbeeld? De verkeerslichten in een bepaalde buurt stonden te kort
op groen om ouderen veilig naar het park aan de overkant te krijgen.
Diezelfde ouderen bleken pas tussen tien en twaalf uur de deur uit
te gaan voor een wandeling. De oplossing was dus in die periode de
stoplichten aan te passen op het ritme van ouderen.

Wat maakt City Rhythm interessant?
Het is een relatief onontgonnen onderzoeksterrein en dat maakt
het voor mij als wetenschapper interessant. Hoe origineel ik in mijn
onderzoeksaanpak ben? Ik betrek altijd kunstenaars en ontwerpers bij
mijn projecten omdat ze werken vanuit andere processen en kennis.
Bovendien zijn het experts in het ontwerpen van ervaringen voor andere
mensen. Wetenschappers zijn vaak erg cognitief terwijl kunstenaars veel
meer werken met gevoel, hoofd én zintuigen. Die combinatie van kennis
heb ik nodig omdat mijn projecten vaak gaan over hoe mensen een stad
of buurt ervaren.

En hoe combineer je die disciplines bij City Rhythm?
Momenteel werk ik samen met Sirish Kumar, een virtuoze tablaspeler
(Indiase trommel, red.) uit Londen. Hij beheerst ruim honderd
verschillende ritmes waar wij westerlingen het met een handje vol
moeten doen. Ik heb een twintigtal ontwerpers, computer- en sociale
wetenschappers en kunstenaars bij elkaar gezet om zich te buigen over
de vraag wat ritmes precies zijn en hoe je ze kunt vertalen naar de stad.
We hebben vier ritmes van Sirish opgenomen met als doel van ritme naar
algoritme te komen. De vraag is of we ritme in data kunnen ontdekken.
Als dat lukt, kan dat informatie opleveren waarmee je het leven in een
buurt of stad positief kunt beïnvloeden. Heel wat anders dan Big Data.
Dat is een soort nachtmerrie met een negatieve lading die gaat over
controleren, manipuleren en disciplineren. Als wij met de algoritmes ons
levensritme sterker kunnen maken, dan wordt het prettig. Dan zorgt Big
Data ervoor dat je je leven beter kunt afstemmen op het ritme van je
buurt waardoor de kwaliteit van leven toeneemt.

Tot slot. Wie wil je dat ik ga interviewen en waarover
moet ons gesprek gaan?
Architect en onderzoeker Afaina de Jong. Spreek met haar over haar
werk in Amsterdam Zuidoost en haar promotieonderzoek.

35 ArchitectuurNLTekst Peter de Winter Fotografie Martin Wengelaar

32-33-34-35_interview.indd 35 12-06-17 14:45

Gerelateerd