ArchitectuurNL 03 2017 – pag. 46

ArchitectuurNL 03 2017 – pag. 46

Door: | 29-04-2021

‘Een architect moet kunnen modereren tussen verschillende partijen en
belanghebbenden. Het scherpstellen van de opgave en die koppelen
aan een relevante oplossing is hier de grote kunst. Uiteindelijk is
het echter de hoofdtaak van de architect om deze visies in concrete
bouwbare objecten te vertalen.’ Dat is de beroepsopvatting van
David Rademacher (1984) en Christopher de Vries (1985), die sinds
2014 samenwerken als de studio Rademacher de Vries Architecten
(RDVA). Natuurlijk zijn materialisatie en context ook belangrijk, net als
maatvoering en detaillering. Maar deze kwaliteiten zijn min of meer
een vanzelfsprekendheid voor dit duo. ‘De toegevoegde waarde van
onze architectuur is het verbinden van verschillende vraagstukken en
belangen in één concrete opgave.’
Een meer praktische taakopvatting van RDVA is het zelf initiëren
van opdrachten. ‘Onze projecten komen voort uit het koppelen van
thematische interesses met maatschappelijke vraagstukken die wij
zelf identificeren. Vervolgens formuleren wij een architectonische visie
of misschien wel oplossing daarvoor.’ Zo raakte het duo al als student
aan de TU Delft betrokken bij de herontwikkeling van het ENCI-terrein
aan de voet van de Sint Pietersberg bij Maastricht. Ooit was dit de
grootste cementfabriek van Nederland. Totdat rond 2000 zowel de
economische noodzaak als het draagvlak onder de bevolking voor deze
zware industrie afkalfden. In 2010 werd daarom besloten om de fabriek
en de bijbehorende kalksteengroeve te ontmantelen. ‘Drijvende kracht
daarachter was het burgerinitiatief ENCI STOP. Wij hebben toen een
project, met de provocerende titel ENCI START, gelanceerd waarvoor
we diverse plannen voor herbestemming hadden bedacht. Dat hebben
we naar alle kranten en wethouders gestuurd. Dat raakte een gevoelige
snaar en werd vervolgens beloond met de Groene Stadsprijs van
Maastricht.’

Aardbevingen
Dat het duo zo goed op de hoogte was van de opgave rond het ENCI-
terrein is min of meer toevallig. ‘We zijn geboren Maastrichtenaren en
zijn zelfs klasgenootjes geweest op de basisschool. Al zijn we pas op de
TU in Delft echt bevriend geraakt.’ Ook toevallig was dat vervolgens Jo
Coenen werd gevraagd om een gebiedsvisie te ontwikkelen. Zowel De
Vries als Rademacher hadden allebei bij diens kantoor stage gelopen. ‘Hij
vroeg ons meteen bij zijn team. Zaten we opeens aan tafel met Coenen
en onze eigen professoren. En wat bleek: wij wisten eigenlijk veel meer
over het terrein dan zij. Wij hebben daar als kind al gespeeld.’
Natuurlijk speelt toeval een rol in deze kick-off van hun loopbaan. Maar
stel nou dat ze bijvoorbeeld in Groningen waren geboren? Rademacher:
‘Dan zouden we nu een project doen over gaswinning, aardbevingen
en architectuur. Niet omdat we achter de actualiteit aanrennen maar
omdat wij persoonlijk interesses verbinden met maatschappelijke
thema’s.’ De Vries vult aan: ‘Wij zoeken voortdurend naar vraagstukken
in het publieke domein. Is die maatschappelijke urgentie er niet, of is er
geen mogelijkheid tot een realiseerbaar ontwerp, dan nemen wij niet
zelf het initiatief. We zijn geen theoretische onderzoekers of praktische
bouwmeesters pur sang. De meerwaarde van onze architectuur is juist de
combinatie van beide.’
Na een voortvarende start verloor het ENCI-onderzoek momentum.
Er moest tenslotte ook afgestudeerd worden. Aansluitend op de TU
Delft deed Rademacher een master architectuur in Zürich, CH en De
Vries een master Urbanism aan het prestigieuze MIT in Boston, VS.
Na terugkeer uit het buitenland besloten ze in 2014 samen verder te
gaan. Een van de eerste projecten was invulling van een oproep van de
gemeente Amsterdam voor innovatieve ideeën voor de stad. ‘Door de
verbeterde waterkwaliteit wordt er steeds meer in de stad gezwommen.

3

46ArchitectuurNL

1 2

44-45-46-47-48-49_platform.indd 46 12-06-17 15:06

Gerelateerd