ArchitectuurNL 03 2018 – pag. 25

ArchitectuurNL 03 2018 – pag. 25

Door: | 29-04-2021

bouwen, kan er maar beter goed uitzien. Ik bedoel daarmee dat als je
verliefd bent en in een grijze flat op de tiende verdieping woont, het
allemaal niet zoveel uitmaakt. Maar in het algemeen draagt een goed
vormgegeven, groene leefomgeving aantoonbaar bij aan het gevoel van
welbevinden van bewoners en gebruikers. Glas, beton en staal zijn niet
transparant of licht, maar juist zwaar, hard en ondoordringbaar en als je te
hoog woont, verlies je de menselijke maat. Het zou dus goed zijn als er
ook kunstenaars bij stedelijke ontwikkeling betrokken worden.

Is architectuur bedrijven moeilijker dan kunst maken?
De complexiteit in architectuur lijkt groter dan in kunst omdat een
architect zich moet inbeelden hoe driedimensionale ruimten en allerlei
verschillende materialen en kleuren zich tot elkaar verhouden. Elke stap
die je zet in een gebouw, geeft een ander blikveld en dat moet allemaal
in relatie met elkaar ontworpen worden en kloppen. In een kunstwerk
kun je die complexiteit terugbrengen tot een tweedimensionale 3D-illusie
of tot de beperkte ruimtelijkheid van een sculptuur of installatie. Aan
die beperking ontleent de beeldende kunst tegelijkertijd haar kracht
en betekenis. Maar of dat makkelijker is…… Je hoeft in elk geval niet
door het moeizame proces te gaan van programma’s van eisen; wet-
en regelgeving, vergunningaanvragen, construeren, vergaderen met
honderd partijen, budgetteren en noem maar op.

Waarin verschilt de kunstenaar van de architect?
Als beeldend kunstenaar heb ik leren kijken en dat betekent dat ik heel
erg kan genieten van de vormgeving, bijvoorbeeld van een mooi gebouw,
maar ook dat vormgeving pijn aan je ogen en aan je ziel kan doen.
Neem de bedrijventerreinen langs de snelweg. Als ik die zie, begrijp ik
niet hoe zoveel lelijkheid gebouwd kon worden. Kennelijk keek geen
schoonheidscommissie naar de plannen. Dat Venetië een mooie stad
is hoef je niemand uit te leggen, evenmin dat sommige hedendaagse
gebouwen monumentale waarde kunnen hebben. Als het ontwerp
goed doordacht is en in zijn omgeving opgaat of daarmee een dialoog
aangaat, dan ervaar je de schoonheid daarvan als vanzelfsprekend. Niet
voor niets zijn historische binnensteden populair bij toeristen. Je ziet er
wat echt mooi is en kennelijk ooit de moeite van het koesteren waard
was. Daar zit een wezenlijk verschil tussen architectuur en beeldende
kunst. Als een kunstwerk je niet aanstaat, kan je het achter een gordijn
hangen, opbergen in een kast of weggooien. Een gebouw staat in de
openbare ruimte en daar hebben passanten minstens vijftig en soms zelfs
honderden jaren mee te maken. Je kunt er of elke dag van genieten of
er veel last van hebben. Meer smaken zijn er niet. Generaliserend kun
je wel zeggen dat vanuit de vrijplaats, de spiegel die de kunst is, je als
kunstenaar veel persoonlijker en meestal zonder ernstige consequenties
kunt experimenteren, waar een architect gebonden is aan functionele
eisen en natuurkundige wetten.

En daarin verschilt ook de verantwoordelijkheid?
We zijn allebei verantwoordelijk voor wat we maken. Alleen is het werk
van de architect altijd zichtbaar voor iedereen. Als architect heb je dus
een grote verantwoordelijkheid voor het effect dat jouw werk heeft
op de omgeving. Oog voor schoonheid speelt daarbij een grote rol.
Probleem daarbij is dat niemand precies weet wat schoonheid is, maar je
schoonheid toch ervaart als die er is of als ze juist ontbreekt. Een cliché,
maar vooruit, opnieuw – een stad als Venetië, en het Meisje met de parel
van Vermeer blijven voor iedereen, altijd goede voorbeelden. Universele

schoonheid proberen te maken, wat dat ook moge zijn, daar ligt wat mij
betreft de uitdaging als maker. Je hebt als architect dan ook een grotere
verantwoordelijkheid voor de generaties die na jou komen. Wat doet
jouw werk met mensen die het zullen ondergaan? Uit de gesprekken die
ik met Jim van Os voerde over Table Plan kwam ik aan de weet dat ook
mensen zonder enige psychiatrische diagnose angstpsychoses kunnen
ontwikkelen in onaangename stedelijke omgevingen. Een deprimerende,
omgeving zonder sociale samenhang kan zo intimiderend zijn dat
bepaalde mensen in paniek kunnen raken en al dan niet tijdelijk, niet
goed meer functioneren.

Dus?
Moeten we ophouden met de ontwikkeling van eenvormige woonwijken
voor één type mens met één type inkomen en toewerken naar een
harmonieus ontworpen leefomgeving. Een omgeving die wonen, werken
en recreëren combineert voor een afgewogen mix van jong en oud,
zwart en wit, rijk en arm, hoog en praktisch opgeleid. Er gaat een helende
werking uit van dergelijke concepten. Daarbij moeten we, vertrouwend
op onze eigen normen en waarden als stad, ons niet spiegelen aan
steden als Venetië of Barcelona die bezwijken onder het massatoerisme.
Dat het daar misgaat, betekent niet dat het in Amsterdam ook mis zal
gaan. We weten dat als we niets doen het hier ook uit de hand loopt
en daarom kunnen we er maar beter lessen uit trekken en maatregelen
nemen. We moeten de uniciteit van deze stad onderkennen en daar
waar nodig aanpassen. Soms is hard ingrijpen van het stadsbestuur
onvermijdelijk, althans zolang het grote geld niet de dienst uitmaakt.

En wat staat die nieuwe leefomgeving in de weg?
Iedereen zit vast in zijn eigen bubbel en dat werkt misschien wel ín die
bubbel, maar niet tussen de bubbels onderling. Er zijn mensen nodig die
het geheel willen en kunnen overzien. Daar komt bij dat het tijd is voor
wilde plannen.
Een goed idee of concept hoeft niet altijd uitgevoerd te worden. In de
architectuur en kunstgeschiedenis zijn er legio voorbeelden van plannen
die een enorme invloed hadden terwijl ze nooit zijn uitgevoerd. New
Babylon van kunstenaar Constant bijvoorbeeld is nooit gebouwd, maar
heeft wel hele generaties architecten en kunstenaars geïnspireerd
opnieuw na te denken over stedenbouw en architectuur. Ik zou me graag
aansluiten bij die traditie, maar dan ook willen nadenken over hoe je
die wilde plannen toch kunt concretiseren. Doe je dat één op één met
een architect of stedenbouwer of leg je je oor ook te luisteren bij een
(omgevings-) psycholoog? De laatste heeft verstand van hoe hersens
werken, kan je als geen ander vertellen hoe mensen functioneren en hoe
ze ruimtes ervaren. Dan zal duidelijk worden dat het ontwerp van ruimtes
voor jongeren om een heel andere aanpak vraagt dan ruimtes voor
ouderen. Het volautomatisch uitvoeren van hapklare bouwplannen is de
dood in de pot. Wilde ideeën en creatieve inzichten zijn hard nodig om te
kunnen anticiperen op toekomstige vraagstukken.

Tot slot: wie van de jonge generatie wil je dat ik ga
interviewen en waar moet ons gesprek over gaan?
Ik denk aan Ronald Rietveld van RAAAF en mijn vraag is: van welke
betekenis zouden recente ontwikkelingen in de wetenschap kunnen zijn
voor nieuwe vormen van architectuur?

25 ArchitectuurNL

22-23-24-25_interview.indd 25 11-06-18 12:12

Gerelateerd