ArchitectuurNL 03 2018 – pag. 42

ArchitectuurNL 03 2018 – pag. 42

Door: | 29-04-2021

‘Nederland mist plekken waar de ordening is losgelaten. Elke centimeter
heeft een bestemming, die ook nog eens is vastgelegd in regels en
besluiten. Er is geen ruimte voor het onbestemde, voor de ruige natuur
die ongebreideld zijn gang kan gaan’, zegt landschapsarchitect Hannah
Schubert (1982). Met haar project Tweede Natuur wil ze niet alleen
natuur meer ruimte geven, ze wil ook gefaalde gebouwen een tweede
kans geven. ‘Een gebouw dat zijn functie verliest, wat in de praktijk vaak
betekent dat het niet meer rendabel is, wordt nu gesloopt. Maar wat
als we dat gebouw langzaam maar zeker overgenomen laten worden
door het landschap? Dan ontstaan er nieuwe bijzondere plekken van
schoonheid en verwondering.’
Het zal niet verbazen dat deze opmerkelijke visie op natuur en leegstand
is ontstaan in de jaren van economische crisis. Schubert studeerde er
in 2014 mee af aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam, als
sluitstuk van een meerjarig onderzoek. ‘Maar’, benadrukt ze, ‘het gaat mij
er dus níet om gebouwen te laten vervallen. Ik wil alleen dat we het lot
aanvaarden van een gebouw dat zijn functie verliest. Wat doen we dan?
Dan poetsen we het weg. Nederland moet opgeruimd en netjes zijn.’
Tegelijkertijd komt natuur steeds verder in het gedrang in Nederland.
Vandaar dus haar voorstel om afgedankte gebouwen – geregisseerd –
te laten overwoekeren. ‘Met slimme ingrepen kan de natuur vat op een
gebouw krijgen. Wat de natuur daarna en daarméé doet, is maar tot op
bepaalde hoogte te voorspellen. Het wordt geen gecultiveerde tuin.’
Meer nog dan een ontwerpprincipe om architectuur en landschap te
verweven is Tweede Natuur een manifest, zegt Schubert. ‘Het is een
aanklacht tegen het rendementsdenken. We hebben niets geleerd
van de crisis. We bouwen weer als gekken, waarbij er geen enkele
mogelijkheid wordt opengelaten voor plekken die onbestemd zijn.
Waarvan we niet weten hoe ze eruit gaan zien. We praten over landschap

en natuur in termen van economische waarde. Zelfs een boom moet een
geldwaarde vertegenwoordigen! Waar hebben het over?’, zegt Schubert,
met onverholen verontwaardiging. Het heeft dan ook iets romantisch,
haar combinatie van wildernis, ruïnes, de schoonheid van verval,
vergankelijkheid. ‘Het ene vergaat, terwijl het andere tot leven komt. Dat
is een poëtische gedachte.’

Tweede Natuur in Scheringa museum
Deze verontwaardiging heeft Schubert voor haar afstuderen aan de
Academie van Bouwkunst in Amsterdam in 2014 doelbewust omgezet in
een concreet ontwerp. ‘Uiteindelijk ben ik toch meer landschapsarchitect
dan activist.’ Haar keuze voor het leegstaande Scheringa Museum voor
Realisme in het West-Friese Opmeer is op z’n minst beladen te noemen.
Al ging daar wel een lange zoektocht aan vooraf. ‘Tweede Natuur is
geen oplossing voor leegstand. Niet elk gebouw is geschikt. Ik zocht een
gebouw waarvan de leegstand pijn doet. Een gebouw dat een zinvolle
nieuwe betekenis nodig heeft. Een inwisselbaar kantoorgebouw langs
de A10 bijvoorbeeld wordt niet gemist.’ Allengs vormden zich de criteria:
gebouwen die te groot zijn, die genegeerd worden en op een verkeerde
plek en misschien ook wel in de verkeerde tijd staan. Lang dacht ze aan
een kerk. ‘Dat was ooit het middelpunt van een gemeenschap en veel
kerken staan er ongebruikt bij.’ Totdat ze ergens las over het leegstaande
Scheringa Museum – hét icoon voor falen, rendementsdenken,
gebouwde grootheidswaanzin en aftakeling. ‘Een gebouw met dezelfde
voetprint als het Rijksmuseum in een dorpje met amper 12.000 inwoners.
Het is zelfs nooit gebruikt. Geen enkele Opmeerder is er ooit in geweest.
Alsof het was gemaakt voor Tweede Natuur.’
Ook niet onbelangrijk: het Scheringa Museum heeft een constructie
en plattegrond die geschikt kan worden gemaakt om diverse flora te

42ArchitectuurNL

1 2 3

40-41-42-43-44-45_platform.indd 42 11-06-18 10:25

Gerelateerd