ArchitectuurNL 03 2018 – pag. 43

ArchitectuurNL 03 2018 – pag. 43

Door: | 29-04-2021

laten woekeren. Hoewel de natuur zijn gang moet kunnen gaan, is het
Schubert die als een regisseur de voorwaarden daarvoor schept. ‘De
kleigrond kent een bescheiden vegetatie. Het Scheringa Museum kan
een mini-oase worden waar verschillende micro-habitats ontstaan die zich
er thuis voelen.’ Daar zit een helder ontwerp achter, waardoor er plekken
met verschillende vegetatie en dus sferen in het gebouw ontstaan,
verbonden met een cirkelvormig wandelpad. Een van die paden is maar
één dag per jaar open. ‘Zie het als dat neefje dat je maar eens per jaar
ziet. Juist dan zie je hoe hij verandert.’ Fase één in het ontwerpproces
is bewoners uitnodigen voor een plunderparty. ‘Niet alleen vergroot
dit de acceptatie van de nieuwe ruïne, ook wordt het gebouw zo
gestript van dakplaten, kozijnen en andere obstakels voor natuurlijke
vegetatie. Deze ingrepen worden betaald uit de opbrengsten van de
hergebruikte materialen.’ In fase twee wordt de vloer opgengedrild in
verschillende lengtes en breedtes voor diversiteit in begroeiing. De
buitenmuren worden op een paar plaatsen doorgebroken en dakdelen
worden verwijderd voor daglicht en regenwater. Na een zorgvuldige
inzaaiing wordt het gebouw ten slotte met rust gelaten. ‘Juist die
onvoorspelbaarheid en veranderlijkheid maken deze plek zo bijzonder.
Het is nooit af.’

Moderne ruïnes
Schubert wordt gedreven door een fascinatie voor hoe tijd de interactie
tussen de mens en zijn omgeving beïnvloedt. Er zit zelfs een verkapte
aanklacht tegen haastige architectuur in Tweede Natuur. ‘De gebouwen
van nu kunnen nooit goede ruïnes opleveren. Daarvoor wordt te veel
beton, staal en kunststof gebruikt, waarop planten niet kunnen groeien.
Het verraadt een obsessie van architecten met vlekkeloze schoonheid.
Elke imperfectie wordt weggepoetst. Maar levert dat ook betere

gebouwen op?’ Met een talentbeurs van het Stimuleringsfonds voor de
Creatieve Industrie bouwt Schubert verder aan dit intensieve en gelaagde
onderzoeksproject.
Maar haar zoektocht naar ‘moderne ruïnes’ begon opvallend genoeg met
één helder beeld. ‘Ik zat in een grand café in een industriële loods een
koffie te drinken en besefte in één keer hoe gaaf het zou zijn als ik daar
tussen bomen en planten zou zitten en niet meer zou kunnen zien waar
het gebouw eindigt en de natuur begint. Ik zag dat letterlijk voor mij.’
Vervolgens was het befaamde kinderboek Where the wild things are een
belangrijke inspiratiebron; Schuberts beide ouders maken kinderboeken.
‘Daarin fantaseert een jongetje over een jungle in zijn slaapkamertje.
De spijlen van zijn bed worden bomen, aan de muren groeit klimop, de
vloer wordt gras en struiken, hij komt in een andere wereld. Dat beeld,
de ultieme kinderdroom, je vertrouwde kamertje dat transformeert
in een landschap, is me altijd bijgebleven.’ Eenzelfde transformatie

1. Tweede Natuur, afstudeerproject aan de Academie van Bouwkunst
Amsterdam. Het onbedwingbare karakter van natuur wordt ingezet om
een ‘gefaald’ gebouw langzaam te transformeren naar een landschap. Het
Scheringa Museum voor Realisme, gebouwd in 2009 in Opmeer maar nooit
in gebruik genomen, ondergaat de metamorfose, door strategisch delen
weg te halen. 2-4. Tweede Natuur, expositie in Kasteel Groeneveld Baarn
2017 i.s.m. Milad Pallesh en Sylvia Hendriks. Een fotografisch beeldverslag
van bezochte ruïnes en overwoekerde plekken, en kijkdozen met impressies
van wat er met de ruimte zou gebeuren als Kasteel Groeneveld aan zijn
lot wordt overgelaten. 5. Hannah Schubert (1982) is in 2014 afgestudeerd
aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam en werkt sinds 2012 als
landschapsarchitect bij Carve in Amsterdam • Foto’s Milad Pallesh.

43 ArchitectuurNL

3 4 5

40-41-42-43-44-45_platform.indd 43 11-06-18 10:25

Gerelateerd