ArchitectuurNL 03 2018 – pag. 65

ArchitectuurNL 03 2018 – pag. 65

Door: | 29-04-2021

Work, Body, Leisure
Welke invloed heeft de oprukkende technologie op ons dagelijks leven, dat is de centrale

vraag in de Nederlandse inzending op de Architetuurbiënnale in Venetië. Onder de

noemer Work, Body, Leisure wordt het spanningsveld tussen kille efficiëntie en menselijke

eigenschappen als creativiteit en intimiteit – oftewel tussen werk en privé – verkend. Het is

een vrijmoedige interpretatie van het overkoepelende thema Freespace van deze Biënnale.

Het bed van John & Yoko uit het Amsterdamse
Hilton. De tomatenkassen in het Westland. Het
17e-eeuwse slavenfort in de Ghanese kustplaats
Elmina. De ‘homo ludens’ van kunstenaar
Constant. En de Utrechtse hoerenbuurt. Dit zijn
de vijf uitgangspunten van het Nederlandse
paviljoen op de 16e Architectuurbiënnale
in Venetië. Uitgangspunten zonder enige
overlap, zo lijkt het op het eerste gezicht. Er
valt dan ook veel te ontdekken in dit speelse
paviljoen. Bij binnenkomst in het Nederlandse
paviljoen (architect Gerrit Rietveld, 1954) is er
slechts een langgerekte oranje muur zichtbaar,
opgebouwd uit lockerkastjes en deuren naar
vijf achtergelegen expositiekamers, die zijn
gevuld met bijvoorbeeld plattegronden van dat
monsterlijke fort aan de West-Afrikaanse kust
of een exacte replica van de witte hotelkamer
902, inclusief Peace-spandoeken.
Welke invloed gaat de oprukkende technologie
hebben op ons dagelijks leven, dat is de
verbindende vraag in de Nederlandse
inzending van ’s werelds belangrijkste
architectuurevenement, verklaart hoofdcurator
Marina Otero Verzier, die als onderzoeker
is verbonden aan Het Nieuwe Instituut.
‘Nederland is met zijn geautomatiseerde
landschap van computergestuurde havens
en gerobotiseerde teelkassen een voorbode
van een wereld die steeds meer gedomineerd
wordt door technologie. Onder de noemer
Work, Body, Leisure wordt dit spanningsveld
tussen kille efficiëntie en menselijke
eigenschappen als creativiteit en intimiteit
– oftewel tussen werk en privé – verkend.’
De ruimtelijke verdeling met een muur van
alledaagse lockers lag vervolgens voor de
hand. ‘Daarmee wordt benadrukt dat we nog
steeds een keuzevrijheid hebben over de

verdeling werk en vrije tijd. De vraag is of dat
ook zo blijft?’

Koloniale boetedoening
Een hoofdrol in Work, Body, Leisure speelt
de optimistische toekomstvisie New Babylon
van kunstenaar Constant Nieuwenhuys (1920-
2005) waarin de mens bevrijd zal worden
als robots het werk overnemen. ‘Maar nu zijn
droom werkelijkheid kan worden, oogt de
toekomst allesbehalve rooskleurig’, zegt Otero
Verzier. ‘Het is nog maar de vraag of de mens
wordt bevrijd door technologie. Algoritmes en
kunstmatige intelligentie kunnen onze vrijheid
ook juist beperken.’ Deze dubbelzinnigheid is
in het paviljoen verbeeld met een exacte kopie
van Constants schilderij Entrée du Labyrinth
(1972) vervaardigd door een computergestuurde
robotarm. ‘Bovendien gaat de vrijheid van het
ene individu ten koste van de vrijheid van een
ander.’ Dat het knechten van de medemens
nu eenmaal in onze aard zit, wordt kracht
bijgezet met een architectonische studie van
het fort in Elmina, dat twee eeuwen lang de
spil was in de Nederlandse slavenhandel.
Ondanks de thematische logica – ‘maakt
technologie niet slaven van ons allemaal?’
– oogt deze historische zijsprong in het
Nederlandse paviljoen toch ook als een knieval
naar de actuele discussie over de koloniale
boetedoening.

Freespace
Het Nederlandse paviljoen is een vrijmoedige
interpretatie van het overkoepelende thema
Freespace van deze Architectuurbiënnale,
geformuleerd door Yvonne Farrell en
Shelley McNamara, oprichters van het Ierse
architectenbureau Grafton. Hiermee breekt

dit vrouwelijke curatorenduo een lans voor
architectuur die genereus is. Het begrip
freespace slaat in eerste instantie vooral op
architectuur in de openbare ruimte die iets
teruggeeft aan iedereen, dus niet alleen
opdrachtgever of gebruiker. Dat kan met
schoonheid en verwondering – een fraaie
gevel bijvoorbeeld of de wind die vrij spel krijgt
tussen twee gebouwen – of met respect voor de
aarde door gebruik van duurzame materialen.
Daarnaast staat ‘freespace’ voor architectuur
die vrij en ongedefinieerd is. Niet de architect
staat daarbij centraal maar de gebruiker. Het is
architectuur die bevrijdt en emancipeert, zoals
een verlaten fabrieksloods die door bewoners
in gebruik wordt genomen of een brug die een
gespleten woonwijk verbindt.
In het centrale paviljoen is het thema Freespace
door het curatorenduo geïllustreerd met talloze
projectfoto’s, maquettes en bouwtekeningen.
Neem de verfijnde schaalmodellen van
Peter Zumthor, minutieus vervaardigd van
uiteenlopende materialen als steenkool,
knoestig hout en roestig staal, grove brokken
natuursteen maar ook kwetsbaar papier
en smetteloos wit gipswerk. Het heeft een
materiële kwaliteit waar veel gerealiseerde
architectuur nauwelijks aan kan tippen; in het
Nederlandse paviljoen is deze architectonische
fijnzinnigheid in elk geval ver te zoeken.
Genereus is ook een vloer van tegels, die van
lokale vervuilde kleigrond zijn vervaardigd door
werkloze jongeren in Liverpool, een project van
het Britse kunstenaarscollectief en Turner Prize-
winnaar Assemble. Of de sculpturale kwaliteiten
van de nooit gerealiseerde gebouwen van
Frank Lloyd Wright en Le Corbusier, waarvan
metersgrote schetsen worden getoond. Het is
een blijvende inspiratie voor architecten.

65 ArchitectuurNLTekst Jeroen Junte Fotografie Daria Scagliola

Biënnale Venetië

64-65-66_biennale.indd 65 11-06-18 09:13

Gerelateerd