ArchitectuurNL 03 2018 – pag. 66

ArchitectuurNL 03 2018 – pag. 66

Door: | 29-04-2021

Het is een duizelingwekkende parade van
hoogstaande architectuur die door Farrell
en McNamara is geselecteerd. Maar het
resultaat is allesbehalve een ‘vrije ruimte’
maar juist een klassieke, zelfs ietwat beperkte
architectuurtentoonstelling. Een gemiste kans,
want hierdoor ontbreekt op deze biënnale een
dwingende visie op architectuur, zoals Rem
Koolhaas die in 2014 wél formuleerde met zijn
herbezinning op architectonische fundamenten
als vloer, raam of deur.

Bijtende humor
Het begrip Freespace wordt dan ook ruim
geïnterpreteerd in de 63 landenpaviljoens.
Soms met bijtende humor, zoals Tsjechië
dat met de fictieve organisatie Unes-Co
vrijwilligers werft om in toeristische trekpleisters
(wie weet straks ook de Grachtengordel?)
te figureren als de laatste echte bewoners.
Soms met fantasie, zoals Zwitserland dat een
standaard huurappartement heeft voorzien
van deuren, plinten en stopcontacten van
opgeblazen dan wel gekrompen proporties.
Deze ‘Alice in Wonderland’-ervaring is als
beste paviljoen onderscheiden met een
Gouden Leeuw. Uitgesproken politiek is het
paviljoen van Duitsland, dat de transformatie
toont van gebouwen en landschap in de
voormalige IJzeren Gordijn zone. Maar het
meeste opzien baart het Britse paviljoen, dat
leeg bleef als een ‘plek voor reflectie’. Via
een brute steigerconstructie kan wel het dak
worden beklommen voor een uitzicht op de
rest van de wereld in de vorm van de overige
landenpaviljoens. Conclusie: de Britten weten
het echt even niet meer na de Brexit.

Render farms
In deze zeer diverse landenparade valt
de Nederlandse inbreng op als speels en
uitnodigend. De lompe muur van lockers
oogt in eerste instantie afstotend maar blijkt

Disclaimer
Onder Nederlandse architecten wordt gemopperd over het gebrek aan Nederlandse inbreng in
Work, Body, Leisure. Curator Marina Otero Verzier is geboren en opgeleid als architect in Spanje.
Daarnaast zijn vier van de vijf ruimtes in het paviljoen ingericht door buitenlanders, waaronder
voor de hand liggende namen als Mark Wigley en Beatriz Colomina. ‘Nederland is nu eenmaal
een land met een internationale blik. Bij grote bureaus werken zelfs in meerderheid buitenlandse
architecten’, zegt Otero Verzier. ‘Bovendien zijn buitenlandse architecten en beschouwers bij
uitstek geschikt op om van afstand te reflecteren op de Nederlandse architectuurpraktijk.’ Ook
benadrukt de curator dat de invulling van het paviljoen tot stand is gekomen met een open call.
‘Het is dus niet zo dat Nederlandse architecten zijn gepasseerd. Iedereen kon een plan inzenden.’

genereus in gebruik. Achter elk oranje deurtje
wacht een nieuwe ontdekking. Het ontrafelen
van Work, Body, Leisure vergt wat associatief
vermogen maar uiteindelijk vallen dan toch alle
bouwstenen op hun plaats. Het bed van John
& Yoko staat voor de vervagende scheidslijn
tussen werk en privé. ‘Door de vele interviews
en statements die zij in dat bed maakten,
werd het publiek domein. Het bed werd een
werkplek die werd gedeeld met anderen. Wie
leest er tegenwoordig geen e-mails in bed?’,
verheldert Otero Verzier. De indringende foto’s
van peeskamers en afwerkplekken verbeelden
dat het bed ook op andere manieren is
verworden tot werkplek, ten koste van.

Concrete architectuur is grotendeels afwezig
in het Nederlandse paviljoen, behalve dan
de plattegronden van het slavenfort of de
geautomatiseerde controlekamers en de
hijskraanchoreografie van de Rotterdamse
haven. De enige verwijzing naar de actuele
architectuurpraktijk is het prikkelende
statement dat de digitale computertekeningen
van spectaculaire bouwprojecten van
starchitects veelal worden vervaardigd door
laagbetaalde werknemers in ‘render farms’ in
India. Ook architectuur ontkomt niet aan de
scheve machtsverhoudingen mogelijk gemaakt
door oprukkende technologie.
Waar het curatoren-duo Farrell en McNamara
zich niet waagt aan een prikkelende
toekomstvisie op architectuur, daar blikt het
Nederlandse paviljoen met open vizier – en
met zichtbaar plezier – vooruit. Hoe wij werken,
wonen en samenleven, zal de komende
jaren sterk veranderen onder invloed van
robots, digitalisering en globalisering. Als we
geen toekomst willen waarin de mens een
willoze slaaf is van algoritmes en kunstmatige
intelligentie, dan moeten we daarover nu al
nadenken. Het Nederlandse paviljoen is een
daarvoor een genereuze uitnodiging.

De ‘Alice in Wonderland’-ervaring van het
Zwitserse paviljoen is onderscheiden met een
Gouden Leeuw.

De 16e editie van de Architectuurbiënnale
Venetië is te bezoeken t/m 25 november 2018.
www.labiennale.org

66ArchitectuurNL

64-65-66_biennale.indd 66 11-06-18 09:13

Gerelateerd