ArchitectuurNL 03 2018 – pag. 72

ArchitectuurNL 03 2018 – pag. 72

Door: | 29-04-2021

ook in Nederland hun weerklank. Architect Berlage schrijft over ‘dat brute kommercialisme, dat
de volkskunst heeft gedood, omdat het alleen gebaseerd is om winst te produceren, in plaats van
voort te brengen voor gebruik’. Paradoxaal genoeg moest de nieuwe kunst de oude schoonheid
door ambachtelijkheid herstellen.
Een belangrijke pijler onder de Nederlandse Art Nouveau is de hervorming van het ambacht- en
tekenonderwijs in de late 19e eeuw, waar mensen worden opgeleid tot sierkunstenaar of
ambachtskunstenaar. Onderdeel van het onderwijs is de studie naar het vlakornament, dat ontstaat
uit geometrische grondvormen en gestileerde natuurmotieven. Deze gestileerde motieven vinden
hun weg weer in ontwerpen voor gevels, tegels, meubels, gebruiksvoorwerpen en kleding.

’t Binnenhuis Amsterdam
H.P. Berlage, Jac. van den Bosch, en Willem Hoeker starten in 1900 aan het Rokin in Amsterdam het
verkooplokaal ’t Binnenhuis, waar interieurproducten volgens ‘rationalistische’ principes werden
ontworpen. Materiaal, doel en constructie van de meubels zijn hier leidend. De ontwerpen van
Berlage en Van den Bosch vinden gretig aftrek bij de elite. De meubels zijn van ambachtelijke
kwaliteit, maar hoewel rationeel in constructie, speelde versieringsdrang in hun producten wel
degelijk mee. Het modelinterieur van ’t Binnenhuis uit 1905 is in de Haagse tentoonstelling
gereconstrueerd, inclusief een fries van Duco Crop. Het meubilair is versierd met gestileerde
natuurmotieven in hout, messing en ivoor.

Van het sublieme tot het ridicule
De architecten en vormgevers van ’t Binnenhuis zetten zich in hun geschriften fel af tegen de
internationale art nouveau met de kenmerkende zweepslaglijn. In Den Haag heeft een groep
vormgevers juist wel nauwe contacten met Duitse en Belgische architecten en meubelontwerpers,
o.a. met Henry van de Velde. Haagse architecten als J. Mutters, J.Olthuis en J.P.J. Lorrie ontwerpen
gevels en interieurs met golvende lijnen. Van Lorrie staat een enorme vitrinekast, ontworpen voor
de serviezenwinkel Philippona op de expositie, gevuld met het delicate eierschaalporselein van
Rozenburg.
Aan de Kneuterdijk openden Johan Thorn Prikker en Chris Wegerif in 1898 de Haagse interieurzaak
Arts & Crafts, waarin hun eigen ontwerpen, maar ook interieurs van Henry van de Velde werden
verkocht. Kritiek op deze en andere schilders die de stap naar interieurs en architectuur maken,
komt vooral van architecten en moet volgens curator De Bruijn worden gezien als een manier om
de eigen marktwaarde op peil te houden. Zo schrijft Berlage in zijn bespreking van Arts & Crafts:
“Inderdaad, die enkele stap van het sublieme tot het ridicule is gedaan door Thorn Prikker (…)”.
Maar juist die interdisciplinariteit is kenmerkend voor veel ontwerpers van die periode, ook
bij Berlage’s Binnenhuis. In de complete interieurs die opgesteld zijn, maar ook in de soms
verrassende diversiteit aan werken van een en dezelfde ontwerper komt die interdisciplinariteit in
de tentoonstelling goed tot uiting.

Verlangen naar het Oosten
Rond 1900 leidt de queeste naar het authentieke enkele ontwerpers ook naar het Nabije en Verre
Oosten. Exotische onderwerpen en motieven worden toepast en er is behoefte aan meer mystiek
en spiritualiteit, die in oosterse culturen wordt gevonden.
De architecten en ontwerpers Karel de Bazel en Mathieu Lauweriks hebben grote interesse in de
theosofie en de Egyptische en oud-Griekse kunst en architectuur. Voor het Haagse theosofische
echtpaar Schuurman-Gentis ontwerpen ze een eetkamer, een van de pronkstukken van de
tentoonstelling. De meubels zijn ontworpen op een geometrisch systeem, een maatvoering
gebaseerd op een getallenmystiek. De decoratie is vol theosofische symboliek en Egyptische
motieven.
Ook uit de Japanse (prent-)kunst en ornamentiek wordt in de Nederlandse art nouveau rijkelijk
geput, met name op het platte vlak. De Javaanse batiktechniek komt in zwang, uitermate geschikt
voor de vlakornamentiek. De batiks worden toegepast als kamerscherm en wandbespanning, met
als subliem voorbeeld de eerdergenoemde Dijsselhofkamer.

Art Nouveau in Nederland is te zien in het Gemeentemuseum Den Haag t/m 28 oktober 2018

5

6

7

72ArchitectuurNL

70-71-72-73_artnouveau.indd 72 07-06-18 10:26

Gerelateerd