ArchitectuurNL 03 2019 – pag. 16

ArchitectuurNL 03 2019 – pag. 16

Door: | 29-04-2021

buiten denken. Het huis moet een helpende omgeving zijn.’
Ook DomusCura uit Veenendaal heeft al zo’n 150 zorgwoningen her en
der in het land geplaatst. Het bedrijf is in overleg met diverse gemeenten
en zorginstellingen over ‘hofjes’ van prefab huizen, waar starters en
ouderen bijvoorbeeld bij elkaar kunnen wonen.

Kangoeroe in de achtertuin
AG Architecten uit Haarlem ontwierpen een energie-neutrale
kangoeroewoning in de tuin van een monumentale villa (bouwjaar 1905)
in Zandvoort. Door gebruik te maken van hoogteverschillen en de nieuwe
woning op het duin en de tuin te oriënteren is er voor alle bewoners veel
privacy, ook bij de buitenruimtes. De twee woningen zijn verbonden door
een bestaande poort, op de plek waar vroeger schuren stonden. De
ontwerpers spreken van een ‘tiny house’, met een woon-slaapgedeelte
op de begane grond. Op de verdieping is een atelier gemaakt. Op
het dak van de villa bevinden zich 28 PV-panelen die voorzien in
de volledige energiebehoefte van de nieuwe woning. Deze is goed
geïsoleerd, luchtdicht, uitgevoerd met driedubbele beglazing en voorzien
van balansventilatie met warmteterugwinning. De zonneschermen zijn
geïntegreerd in het ontwerp en voorkomen opwarming. Het huis is
voorzien van domotica, zodat de bewoner alle voorzieningen met een
druk op de knop kan bedienen.

Meergeneratiehof Kas & Co
In Duitsland is meergeneratiewonen veel gebruikelijker dan hier,
zegt Tako Postma, architect en partner bij Inbo. ‘Dat heeft vooral met
financiering te maken. Je moet daar echt sparen voor je een huis kunt
kopen. Dat betekent dat families langer bij elkaar blijven.’ De oosterburen
vormen de inspiratiebron voor het project Kas & Co in Utrecht. In
opdracht van Hegeman Ontwikkeling ontwierp Inbo 12 appartementen en
20 woningen voor de nieuwbouwwijk Veemarkt, die deze zomer worden
opgeleverd. In één geval komen zowel grootouders als kleinkinderen
in dit project te wonen: in afzonderlijke huizen. Het project is vooral een
‘meergeneratie-hof’, zegt Tako Postma, de verschillende generaties
hoeven niet per se familie van elkaar te zijn. Er is een gezamenlijke kas
(150 vierkante meter), een gezamenlijke binnentuin en een gedeeld
dakterras. Potentiële kopers werden geselecteerd op grond van een
motivatiebrief: wat konden ze bieden en wat hoopten ze te halen bij hun
medebewoners. ‘Het zijn allemaal mensen die bewust kiezen voor meer
sociale cohesie en daar ook iets extra’s voor willen betalen. Het idee is
dat je iets voor elkaar kunt betekenen, niet vanwege je familieband, maar
vanwege de plek waar je woont.’ Het levert een hof op die qua leeftijd
gemêleerder van samenstelling is dan gebruikelijk in een nieuwbouwwijk.
Postma: ‘Door ons ontwerp stimuleren we, en geven we de gelegenheid
om als bewoners samen dingen te doen. Maar we dwingen niets af.’
Hij kan zich voorstellen dat in de kas gemeenschappelijke maaltijden
plaatsvinden, dat er uiteindelijk bakfietsen voor gemeenschappelijk
gebruik in de kelder zullen staan: ‘Maar dat is allemaal aan hen.’ Hij wilde
ook aan de buitenkant graag laten zien dat deze woningen bij elkaar
hoorden, zegt Postma, en kreeg toestemming om af te wijken van het
beeldkwaliteitsplan, dat diversiteit in breedte, hoogte en kleur baksteen
voorschreef. ‘Wij maken zichtbaar dat het verschillende woningen zijn,
maar ze hebben wel in dezelfde kleur baksteen. We hebben de voegen
in kleur laten variëren.’ De grote kas is zichtbaar door de voorgevel

heen, zodat je de gezamenlijke binnentuin kunt zien. Inbo werkt op
verschillende plekken in Nederland aan vergelijkbare opgaven, zegt
Postma. In Rijswijk staat een cpo-project rond een gezamenlijke moestuin
(‘Geworteld Wonen’). In Zwolle was Inbo betrokken bij een zogeheten
Knarrenhof. Postma: ‘Er is behoefte aan differentiatie in de manier waarop
wij wonen. Het gaat steeds om projecten waar mensen iets specifieks
voor elkaar willen betekenen of willen doen. Dat betekent voor de
architectuur dat we de mate van gezamenlijkheid ontwerpen en zichtbaar
maken.’
In Utrecht hebben alle huizen een ‘binnendoor’ naar de
gemeenschappelijke hof. Het enige huis dat dat niet heeft, is als laatste te
koop. Postma: ‘Verschillen in het ontwerp van buurten ontstaan bij zulke
projecten niet door de gebruikte steen of een laagje verf, maar door het
diverse gebruik. Het zijn buurten die zijn ontworpen vanuit de wens hoe
die mensen met elkaar willen wonen, wat ze met elkaar willen doen.’

Huis als dorpje
Wie als architect een meergeneratiehuis gaat ontwerpen voor
particulieren, is voor de ideeënvorming nu nog vooral op zichzelf en
de toekomstige bewoners aangewezen, zegt Lilith van Assem. ‘Welke
typologie past bij kangoeroewonen? Kun je een soort architectuur
benoemen die bij zo’n opgave past? Daar is nog niet veel over
nagedacht.’ Van Assem: ‘Wij hebben het huis ontworpen als een
soort dorpje. Stedelijkheid binnen één woning, door stapeling van
verschillende volumes en terrassen op verschillende plekken. Op het
dak staat een soort tuinhuisje, dat ook in de tuin terugkomt. Het is
allemaal open en wit en licht naar de tuin toe. Een soort mediterrane
stegenstructuur. Daaromheen staat een bakstenen muur, die dit dorpje
als het ware omarmt en beschermt en alles bij elkaar houdt.’
De slimme stapeling, overstekken en terugvallende terrassen leiden ertoe
dat de bewoners boven, vanaf hun terrassen, niet bij de benedenburen
naar binnen kunnen kijken. Deze opdrachtgevers wisten goed wat ze
wilden, zegt Van Assem. ‘Het was van het begin af aan helder dat de
ouders op de begane grond zouden gaan wonen. Je denkt in eerste
instantie: jong gezin met drie kleine kinderen, die nemen natuurlijk de
tuin, maar zo wilden zij dat niet. De vader kon in zijn oude huis nauwelijks
naar buiten omdat elke drempel een enorm obstakel is, dus wilden ze
dat hier anders.’ Gelijkwaardigheid was een belangrijk uitgangspunt voor
het ontwerp, zegt Van Assem. ‘Er is een lift. Er zijn brede gangen en geen
drempels, ook boven niet. Zodat de ouders ook makkelijk boven kunnen
komen.’

Wet- en regelgeving versoepelen
In dit geval was wet- en regelgeving geen probleem, zegt van
Assem, want op deze grote kavel mochten twee huizen met twee
woonvergunningen worden gerealiseerd. Van Assem: ‘De overheid wil
dit soort woonvormen/mantelzorg wel stimuleren, maar er wordt nog
niet erg op gestuurd. Vanuit wet- en regelgeving kan je bijvoorbeeld
denken aan voorrang op postcode. Een mantelzorger kan dan voorrang
krijgen voor een woning in de buurt van degene waar je voor zorgt.
Of het versoepelen van de regels voor het verkrijgen van een tweede
woonvergunning. Een mantelzorgconstructie zou een serieuze aanleiding
kunnen zijn om zo’n woonvergunning af te geven. Op dat niveau wordt er
nog niet goed over nagedacht.’

16ArchitectuurNL

14-15-16-17-18-19_meergeneratiewoningen.indd 16 06-06-19 10:12

Gerelateerd