ArchitectuurNL 04 2016 – pag. 35

ArchitectuurNL 04 2016 – pag. 35

Door: | 29-04-2021

op bureaus is zo groot dat de persoon die verantwoordelijk was voor
een bepaald project er waarschijnlijk niet eens meer werkt. Voltooide
projecten zijn dus zeker geen garantie voor succes.

Is ‘A home away from home’ een stap in de goede
richting?
Dat ging over een samenwerking met het COA waarin we om ideeën
vroegen voor innovatieve huisvestingsoplossingen. Allereerst voor
vluchtelingen, maar in het verlengde daarvan ook voor anderen die een
goed thuis zoeken. We hebben daarbij niet geselecteerd op namen en
portfolio’s. We stelden nadrukkelijk dat het niet ging om een volledig
uitgewerkt plan – daar wilden we de deelnemers niet nodeloos mee
belasten – maar om een goed idee. Inzenden was anoniem zodat wij ons
konden focussen op de kracht van het idee. Het resultaat van die aanpak
is dat we onder de twaalf genomineerden totaal nieuwe namen zagen
verschijnen. Kennelijk werkt het als je niet de portfolio, de omzet en de
reputatie beloont, maar wat bedacht werd. En ik kan je verklappen dat er
gerenommeerde bureaus meededen die niet genomineerd zijn.

Bent u onder de indruk van de creativiteit?
Zeker. De 366 inzendingen vormen sowieso een prachtig reservoir
aan ideeën. En we gaan niet alleen de genomineerden en de winnaars
aandacht geven. We hebben een website opgezet waarop we bijna
200 van de inzendingen laten zien om het gedachtegoed en de
ideeënrijkdom te kunnen exploiteren. De zes winnaars krijgen een
bijdrage om een prototype schaal 1 op 1 te realiseren. Ik noem dit
voorbeeld omdat met deze vorm – een ideeënprijsvraag – ineens heel
andere namen naar boven komen. Ik wil dit middel veel vaker gaan
inzetten, misschien wel ieder half jaar, en aan de hand van een actueel
thema ontwerpkracht mobiliseren. En als gezegd gaat het me niet om
een uitgewerkt plan, maar om een goed idee en om budget beschikbaar
stellen om goede ideeën te vertalen naar realiseerbare plannen. Zo
belast je ontwerpers niet nodeloos met wéér een enorme berg werk
waar ze niet voor betaald krijgen. Als je je wilt richten op innovatie en
vernieuwing, moet je eerst achterliggende ideeën leren kennen.

Is het geen tijd voor een Deltaplan waarmee we de
huisvestingsproblematiek definitief gaan oplossen?
Dat probleem moeten we inderdaad oplossen, maar niet met een
Deltaplan. Dan is het weer de overheid die bepaalt en stuurt. Waar het
om gaat, is welke ontwerpkracht we kunnen inzetten om woningbouw
lichter te maken. Een generatie geleden kon een kostwinner zich
vrij eenvoudig een eengezinswoning veroorloven. Vandaag de dag
zuchten zelfs goedverdienende tweeverdieners tot hun 67ste onder
loodzware hypotheeklasten voor een dak boven hun hoofd. Starters,
eenoudergezinnen en mensen met een laag inkomen vallen buiten
de boot. Kunnen we voor die groepen geen betaalbare woonvormen
verzinnen zonder concessies te doen aan de woonkwaliteit. De oplossing
is deels te vinden in slimmere units bouwen, maar ook door de enorme
leegstand die we hebben op een slimmere manier benutten.

Leegstand wordt toch al volop getransformeerd?
Klopt, maar waar die transformatie nodeloos duur van wordt, is dat
de markt het leegstaande vastgoed zoveel mogelijk op doorsnee
Vinexwoningen en appartementen probeert te laten lijken. Is het niet
een veel interessantere gedachte om in een gebouw dat niet gemaakt is

voor woningen abnormale woningen te maken? Aanvaard maar dat die
woningen vreemde vormen hebben. Aanvaard maar dat je een kantoor
met minimale ingrepen geschikt maakt als woning. Je hoeft niet alles in te
vullen. Laat dat maar aan de bewoners over, die zijn vaak creatief genoeg
om een ruimte op hun woonbehoefte af te stemmen. En schuw ook
het experiment niet. Veel mensen willen iets anders dan een doorsnee
woning. Sommige gebouwen kan je niet betaalbaar transformeren in tien
keurige woonunits, maar met een paar eenvoudige ingrepen wel in vier
prachtige lofts waarin je wonen en werken kunt combineren.

Hoe zouden architecten zich kunnen herpositioneren?
Sinds 2008 heeft de helft van de praktiserende architecten het veld
moeten ruimen. Tachtig procent van de architectenbureaus is een
eenmanszaak. Dat is ongekend in de geschiedenis van de architectuur.
Alles is veranderd. Is het zo langzamerhand geen tijd de sociale agenda
terug te brengen in het vak? Het vak bloeide decennialang door heel
dicht tegen het marktdenken aan te schurken. Begrijp me goed, ik
ben niet een soort communist die tegen marktwerking is, maar als
marktdenken allesbepalend is en het zit tegen, dan ben je als architect de
eerste die eruit ligt. Als we modellen gaan ontwikkelen voor woonwijken
waarmee we ze toesnijden op de eisen van deze tijd, dan gaan we als
beroepsgroep weer voorop lopen. Markten en gemeentes moeten dan
wel volgen omdat onze ideeën, concepten en agenda’s onoverkomelijk
zijn. Die positie moeten we als beroepsgroep weer claimen.

Zijn net afgestudeerde architecten nog nodig?
Meer dan ooit! Dat vind ik ook zo mooi aan een geanonimiseerde
ideeënprijsvraag. Bijna alle inzendingen waren afkomstig van jonge
ontwerpers die ik nog niet kende. In mijn termijn wil ik, naast de reguliere
werkzaamheden die ik als Rijksbouwmeester moet verrichten (het
bevorderen van de architectonische kwaliteit van het Rijksvastgoed, red.),
relevante vragen definiëren en de ideeënkracht van jonge ontwerpers
leren kennen en benutten. Of het me gaat lukken elk half jaar een
nieuwe prijsvraag uit te schrijven, kan ik nog niet zeggen, maar dat ik me
maximaal ga inzetten om jong talent te benutten staat vast.

Wilt u de nieuwe generatie nog iets meegeven?
Blijf niet haken aan de crisisverhalen van treurnis, hopeloosheid en
onmogelijkheden, maar richt je op utopieën. Cijfer jezelf niet weg in een
besef dat het allemaal zinloos is, maar blijf groot denken. Positioneer
je in een gebied waarin je niet te vervangen bent en kleur niet al je
plannen diepgroen. Duurzaamheid is niet het laatste baken van hoop
en redding. De tijden zijn moeilijk, maar juist daardoor is er behoefte
aan jonge mensen met nieuwe ideeën. En blijf schijnbaar onmogelijke
ideeën aandragen. Mijn generatie zal ze met al haar ervaring vaak veel te
gemakkelijk als irrealistisch afserveren. Totdat blijkt dat het idee als 1 op 1
prototype potentie heeft. Dat is dan weer het nadeel van mijn generatie.
Ervaring kan ook a kiss of death zijn.

Tot slot: Wie van de jonge generatie wilt u dat ik ga
interviewen en waarover moet ons gesprek gaan?
Boudewien van den Berg. Ze werkt aan de inrichting van de shows van
Prada, maar ze maakt ook prachtige fotoreportages waarin ze het proces
van ouder worden laat zien, een wonderlijke combinatie. Ga met haar
maar in gesprek over wat de gebouwde omgeving en architectonische
vormgeving op het vlak van ouder worden kan betekenen.

35 ArchitectuurNLTekst Peter de Winter Fotografie Martin Wengelaar

32-33-34-35_interviewfloris.indd 35 22-08-16 14:26

Gerelateerd