ArchitectuurNL 04 2017 – pag. 31

ArchitectuurNL 04 2017 – pag. 31

Door: | 29-04-2021

Afaina de Jong ging na haar afstuderen aan de
faculteit Bouwkunde van de TU Delft in 2003 naar
Tokyo om Japanse steden te onderzoeken, waar
zo’n 90 procent van de totale bevolking woont.
In 2004 ging ze werken bij AMO, de research- en
designstudio van architectenbureau OMA van Rem
Koolhaas. In 2005 richtte De Jong AFARAI op, een
bureau voor space & design strategy. De Jong heeft
meer interesses dan het maken van gebouwen
alleen. Ze ontwerpt, creëert concepten en houdt
zich bezig met research. Met haar ontwerpen
probeert ze de bestaande stad in een hedendaagse
context te plaatsen. Ze reist de hele wereld rond
met projecten in New York, Tokyo en Sao Paulo.

niet zorgt voor leefbare kernen in die nieuwe woongebieden, blijven de
bewoners naar het centrum trekken, en daar is zo langzamerhand geen
ruimte meer. Wat ík zou doen, is stedelijke kernen in de leefgebieden
rond het centrum ontwikkelen, zodat die interessant worden voor de
bewoners en ze er ook na zes uur ’s avonds blijven hangen. Maar dan
moet je die buitenwijken nog veel meer verdichten en meer ontwikkelen
dan een winkelcentrum voor de dagelijkse boodschappen.

In een interview uit 2013 zeg je dat je grootste angst
is een baan te hebben of voor een baas te werken.
Geldt dat nog steeds?
Welneeeeee. Toen ik afstudeerde, ging ik werken in Japan en bij AMO,
de onderzoekstudio van OMA. Heel tof en inspirerend allemaal, maar
op een gegeven moment wilde ik architectuur op míjn manier bedrijven.
Dat ging uiteindelijk niet bij AMO, omdat je als je voor een baas werkt,
toch met de ideeën van andere ontwerpers bezig bent. Daarom ben ik in
2005 mijn eigen ontwerpstudio AFARAI begonnen. Wat ik in dat interview
bedoelde, is dat ik me na acht jaar zelfstandig werken en een breed
scala aan verschillende opdrachten en opdrachtgevers niet meer kon
voorstellen van negen tot vijf voor een baas te werken.

Je wilt met AFARAI de grenzen van de traditionele
architectuurpraktijk doorbreken. Op welke traditie
doel je?
Begrijp me goed. Er is niets mis met de traditionele architectuurpraktijk.
We hebben nou eenmaal flats, woningen, bibliotheken en treinstations
nodig. Maar het is ook belangrijk dat er op een andere manier wordt
gewerkt aan een soort agenda voor de stad. Er moet ook voorbij het
traditionele gebouw worden gedacht, en er zijn binnen het vak gelukkig
altijd denkers geweest die zich met zulke vraagstukken bezighielden.
Of ik een denker of een doener ben? Ik denk allebei, vandaar dat ik aan
het promoveren ben. Wat mijn promotieonderwerp is? Ik bestudeer de
stedelijke publieke ruimtes zoals wij die kennen. Mijn theorie is dat die
shared space een mechanisme had van waaruit we dingen samen deden.
Het was een soort community die vandaag de dag niet meer bestaat. Wat
ik beweer, is dat die gedeelde ruimte die we hadden, steeds tijdelijker
wordt. Zo ontstond bijvoorbeeld de Occupybeweging, die protesteerde

tegen sociale ongelijkheden. Ineens was er die shared space, waarin
mensen samen iets deden, en even snel was die gedeelde ruimte
weer weg. Dat hebben we nog niet goed door, en de vraag waar ik me
mee bezighoud, is hoe we de tijdelijkheid van die ruimte zó kunnen
vormgeven, dat het impact op de stad heeft. Ik wil dit idee toetsen in een
buurt als de Bijlmer. In de klusflats in de wijk trekken mensen met wat
meer geld. Dat geeft een disconnectie met de mensen die er al zitten
en dat komt tot uitdrukking in de publieke ruimte die de mensen met
elkaar delen. Op dergelijke processen wil ik grip krijgen, met als doel mijn
bevindingen te kunnen omzetten naar ontwerpen die de kwaliteit van de
stedelijke leefomgeving verbeteren. Het klinkt wat vaag, maar ik ben dan
ook nog aan het promoveren.

Tot slot: wie van de oudere generatie wil je dat ik ga
interviewen en waarover moet ons gesprek gaan?
Ik zit te denken aan Wouter Vanstiphout. Hij is hoogleraar aan de TU
Delft, waar hij de leerstoel Design as politics bekleedt. Er is op de TU een
soort feminist movement opgestaan en Wouter is één van de weinige
hoogleraren die het belang van deze beweging voor de faculteit inziet.
Waar ik benieuwd naar ben, is waarom hij die beweging belangrijk vindt.

31 ArchitectuurNL

28-29-30-31_interviewafainadejong.indd 31 28-08-17 15:00

Gerelateerd