ArchitectuurNL 04 2017 – pag. 46

ArchitectuurNL 04 2017 – pag. 46

Door: | 29-04-2021

Voor een bureau dat amper een jaar bestaat heeft Workshop Architecten
Architects inmiddels een zeer gedegen portfolio. Voor een particuliere
opdrachtgever werd een robuust huis van baksteen gerealiseerd. In de
klusflat Kleiburg in de Bijlmer werd een eigentijds woonklooster ingericht;
om kosten te besparen ontwierp én vervaardigde het Amsterdamse
bureau zelf het meubilair van berken-multiplex. Binnenkort start in
Amsterdam de bouw van een complete basisschool. Maar de blikvanger
van Workshop Architecten is natuurlijk de opvallende woonschuur op
een landgoed in Gelderland, een strak gebouw van zwart hout dat werd
besproken op grote internationale architectuurblogs als Dezeen.com,
Designboom.com en Archdaily.com. Bovendien waren deze en alle
andere projecten dit voorjaar te zien op een solotentoonstelling in het
Amsterdamse architectuurcentrum Arcam.
‘We hebben alledrie ook al enige tijd zelfstandig gewerkt en besloten
pas een jaar geleden om samen één bureau te vormen. Deze projecten
zijn dus vaak door een van ons opgestart maar vervolgens gezamenlijk
afgerond’, verklaart Ard Hoksbergen (1981) deze enorme output van
Workshop Architecten (WA), dat verder bestaat uit Ivar van der Zwan
(1968) en Milad Pallesh (1987). ‘We hebben dezelfde opvattingen over
wat goede en eigentijdse architectuur is, dus was het afronden van deze
lopende projecten een vloeiend proces’, zegt Van der Zwan. Pallesh:
‘Maar tegelijkertijd vullen we elkaar aan door onderlinge verschillen. Dat
is nou juist de toegevoegde waarde van een samenwerking. Dat je elkaar
aanmoedigt én uitdaagt.’

Vijf uitgangspunten
Om te beginnen met de overeenkomsten: ‘Wij streven naar gebouwen
met een gelaagdheid. Dat wil zeggen dat een gebouw de gebruiker
dient, tot in detail goed is afgewerkt en context heeft. Gebouwen waar

je telkens iets nieuws aan ontdekt’, zegt Van der Zwan. ‘Daarvoor
hebben wij vijf uitgangpunten omschreven. Leidend bij elk project zijn
functie en gebruiksgemak; wij maken geen sculpturen en statements
maar gebouwen waarin mensen vanzelfsprekend hun weg kunnen
vinden. Wij ontwerpen met de materiaaleigenschappen mee. Daarnaast
bouwen wij voor de toekomst, wat betekent dat gebouwen duurzaam
zijn maar ook veranderingen kunnen absorberen, zodat ze in principe
tijdloos zijn. Ook moet een gebouw zich vanzelfsprekend naar zijn
omgeving voegen en daar een extra laag aan toevoegen. Ten slotte
is ook het proces essentieel. Hoe verhoud je je tot de aannemer? Wat
wil een opdrachtgever? Wat zijn de kwaliteiten van de ambachtslieden
waarmee je werkt? Maar ook de vergunningen en procedures
wegen mee in het eindresultaat.’ Hoksbergen vult aan: ‘Wij zijn een
ambachtelijk laboratorium, waarin we binnen bestaande tradities met
aandacht experimenteren en vernieuwen.’ Oftewel, maakbaarheid en
ambachtelijkheid staan voorop.

Geen schreeuwers
Opvallend afwezig in deze mission statement is esthetiek. Een streven
naar schoonheid zit toch in het architecten-dna? ‘Ook wij zijn estheten’,
nuanceert Pallesh. ‘Maar het is niet waarmee wij een ontwerp beginnen.
Wij zijn geen schreeuwers. De schoonheid volgt uit de harmonie in
materiaalgebruik, de optimale gebruiksvorm en al die andere factoren.’
Inderdaad is een duidelijk herkenbare stijl niet te ontwaren in het
portfolio van WA. ‘Gelukkig is dat ook geen doel op zich’, zegt Van der
Zwan. ‘Kwaliteit is belangrijker dan dat iedereen kan zien dat er ergens
weer een Workshop-gebouw staat.’ Volgens Hoksbergen maken ze
gebouwen die enigszins terughoudend zijn en niet onmiddellijk in het
oog springen. ‘Een houten schuur met zadeldak is niet iets waar je

46ArchitectuurNL

1 2

44-45-46-47-48-49_platformworkshoparchitects.indd 46 29-08-17 10:49

Gerelateerd