ArchitectuurNL 04 2017 – pag. 47

ArchitectuurNL 04 2017 – pag. 47

Door: | 29-04-2021

meteen van opkijkt op het platteland, ook al is hij zwart. Maar als je er
vervolgens aandacht aan schenkt, dan zie je dat het geen gewone schuur
is. Dat er bijvoorbeeld op een zorgvuldig afgebakende ruimte tussen de
houtplanken zit, zodat overdag de lichtinval binnen bijzonder is, terwijl
de schuur ’s avonds oplicht. Dan zie je ook dat de schuur wel erg rank en
minimaal is. Die gelaagdheid is ook een vorm van schoonheid.’

Cirkelzagen en cementbakken
Ook vernieuwing is geen vastomlijnd doel op zich. ‘Wij zijn niet van
het parametrisch ontwerpen, als je daarop doelt’, verduidelijkt Pallesh.
‘Als wij vernieuwen, doen wij dat in bestaande tradities. Door terug te
grijpen op een verleden of een bestaande context, wordt een gebouw
vanzelfsprekend. Juist zo kun je toekomstbestendige gebouwen
realiseren.’ Pallesh zou WA eerder omschrijven als een ambachtelijk
laboratorium. ‘Wij hebben een eigen werkplaats waar we werken
aan schaalmodellen en materiaalproeven.’ Voor de duidelijkheid:
daar staan dus geen 3D-printers maar cirkelzagen, cementbakken en
schuurmachines. ‘Om te kijken hoe materialen zich verhouden, maken
we daar een detail van een gebouw na van hout en baksteen. Of we
gieten een maquette van beton om in de vingers te krijgen hoe een
vorm zich vertaald in een glad materiaal. We hebben zelfs kozijnen
in de blubber gelegd om te kijken hoe bestendig ze zijn tegen brute
omstandigheden. Alleen zo kun je een ambachtelijke kwaliteit van een
gebouw garanderen.’

Drie maal Archiprix
Nog een belangrijke overeenkomst is dat ze alledrie na het afronden
van de Academie van Bouwkunst in Amsterdam de Archiprix hebben
gewonnen. Hoksbergen als eerste in 2011, gevolgd door Van der Zwan

in 2015 en Pallesh in 2016. Hoe belangrijk het winnen van deze prijs
is, blijkt uit het feit dat de winnende ontwerpen opdrachten hebben
gegenereerd waaraan WA nu werkt. Naast deze ambachtelijke
architectuur wil het bureau zich verdiepen met stedenbouwkundige
onderzoeken. Naar aanleiding van de Archiprix-inzending van Van der
Zwan – een onderzoek naar binnenstedelijke verdichting – nodigde het
Atelier Rijksbouwmeester WA uit om een strategie te formuleren voor
de westelijke tuinsteden in Amsterdam. ‘Er moeten de komende jaren
meer dan 70 duizend nieuwe woningen worden gebouwd. Dat biedt een
uitgelezen mogelijkheid voor de gefragmenteerde tuinsteden. We pleiten
voor autoluwe groenzones en een rondweg die het gehele stadsdeel
verbindt. Rond deze plekken moet hoogwaardige hoogbouw komen.
Daarachter ligt de oorspronkelijke bebouwing die zorgt voor diversiteit.
De tuinsteden worden zo een echte grootstedelijke en toch afwisselende
leefomgeving met veel groen.’

1-4. Boerenschuur Rijswijk (Gld.). Op een landgoed wilden de
opdrachtgevers een verwaarloosde schuur uit de jaren zestig vervangen
door een eigentijds ontwerp. De nieuwe schuur sluit aan op het landschap
en de historische bebouwing op het erf. De hoofddraagconstructie bestaat
uit vier houtskeletbouw schijven die de schuur in drie zones verdelen: een
schapenschuur, een semi-transparante tussenzone en een appartement.
Openingen in de schijven bieden zicht vanuit het appartement op het erf
en op de oude hoogstamboomgaard. De semi-transparante tussenzone
verbindt de zuidwestkant met de noordoostkant van het erf. De gevel
bestaat uit zwart gebeitst Douglas hout, dat een contrast vormt met het
onbehandelde hout aan de binnenkant.

47 ArchitectuurNL

3 4

44-45-46-47-48-49_platformworkshoparchitects.indd 47 29-08-17 10:49

Gerelateerd