ArchitectuurNL 04 2018 – pag. 24

ArchitectuurNL 04 2018 – pag. 24

Door: | 29-04-2021

Ronald Rietveld (1972) studeerde in 2003 cum laude
af aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam.
Met zijn afstudeeropdracht Delta Works 2.0 won
hij de Archiprix 2004. Nadat hij in 2006 de Prix de
Rome Architecture won, begon hij samen met zijn
broer, filosoof en econoom Erik Rietveld, studio
RAAAF, een ontwerp- en onderzoeksatelier op het
snijvlak van architectuur, wetenschap en kunst.
In 2010 was RAAAF curator van de Nederlandse
inzending voor de Architectuurbiënnale van Venetië.
Aansluitend startte RAAAF het masterprogramma
Studio Vacant NL aan het Sandberg Instituut. In
september 2018 opent Deltawerk // van RAAAF en
Atelier de Lyon. Op de voormalige testlocatie van
Rijkswaterstaat is een enorm waterslagbak op 27
plekken doorgezaagd en vormt de entree naar het
Waterloopbos: actieve ruïnevorming (afb. links).

Architect Ronald Rietveld startte samen met zijn broer (filosoof) Erik
in 2006 de multidisciplinaire en experimentele ontwerpstudio RAAAF
(Rietveld Architecture-Art-Affordances) in Amsterdam. Kunstopdrachten
bepalen het merendeel van het werk van de ontwerpstudio. Dat is niet
onopgemerkt gebleven. RAAAF opereert succesvol op het snijvlak van
kunst, architectuur en filosofie en sleepte het afgelopen decennium
meer dan tien onderscheidingen in de wacht, waaronder de European
Prize of Architecture 2017, The Great Indoors Award 2015, New Talent
2015 (Metropolis Magazine NYC), Emerging Architecture Award 2013
(Architectural Review UK) en Architect van het Jaar in datzelfde jaar.
De studio is vorig jaar toegelaten tot het selecte gezelschap van de
Akademie van Kunsten (KNAW), een voorlopig hoogtepunt in het
relatief jonge bestaan van RAAAF. Ronald Rietveld ziet de toelating
tot de Academie als een grote eer. Met de toetreding bevindt de

studio zich in het illustere gezelschap van beroemdheden als Paul
Verhoeven, Jaap van Zweden en Anton Corbijn. Rode draad in het werk
van RAAAF is locatiespecifiek werken en strategische interventies als
ontwerpbenadering.

Was dat een bewuste keuze, acteren op het snijvlak
van drie disciplines?
Zeker. We hebben van meet af aan gekozen voor een intensieve
samenwerking tussen kunst, architectuur en filosofie, zo je wilt
wetenschap. We hanteren nadrukkelijk een eigen agenda en we starten
elk werk vanuit onze eigen fascinaties. Dat klinkt misschien interessant,
er zijn meer mensen die dat proberen, maar het blijven volhouden, is een
andere verhaal. De consequentie van zo te werk gaan, is dat we pakweg
60 procent van het werk dat we aangeboden krijgen weigeren en dat
we dat vanaf dag één hebben volgehouden. Ik heb het geluk gehad
dat ik al vroeg in mijn loopbaan de Prix de Rome won (Prix de Rome
Architectuur 2006, gouden medaille, red.). Die prijs bevindt zich op het
snijvlak van kunst en architectuur en stelde me in staat een duidelijke
visie te ontwikkelen over hoe ik bezig zou willen zijn met architectuur.
Desondanks heb ik toch ook een soort haat-liefdeverhouding met het
vak. Veel architecten zijn slaaf van de markt waarvoor ze werken en dat
idee benauwt me.

Vind je het architectenvak benauwend?
Ik heb er zelf geen last van, maar wat ik om me heen zie, is dat veel
collega’s er wel onder gebukt gaan. Veel ontwerpers hebben moeite om
los van de markt te opereren omdat ze bang zijn anders geen opdrachten
te krijgen. Ik keer het liever om. In mijn optiek moet je juist veel dingen
níet doen om ervoor te zorgen dat je de opdrachten krijgt die je beslist
wél wilt doen. Het is namelijk belangrijk om je als jonge architect te
profileren en dan kan je maar beter selectief zijn dan dat je alles maar
aanneemt. Althans, zo denk ik.

Hoe beïnvloedt de filosoof de architect?
Daarmee zijn we direct bij de vraag die David Veldhoen aan mij stelde, in
jouw vorige interview. Hij wilde weten welke recente ontwikkelingen uit
de wetenschap van invloed zijn op nieuwe vormen van architectuur. Een

24ArchitectuurNL Tekst Peter de Winter Fotografie Martin Wengelaar

22-23-24-25_interview.indd 24 27-08-18 15:10

Gerelateerd