ArchitectuurNL 04 2018 – pag. 61

ArchitectuurNL 04 2018 – pag. 61

Door: | 29-04-2021

Metroschilderkunst
Kunstenaar Ton Leenarts was totaal niet geïnteresseerd in de Noord/Zuidlijn totdat een

kennis die er werkte zei dat het wél interessant was. Leenarts bekeek foto’s van een

metrostation in aanbouw op internet en het eerste wat bij hem opkwam was: Piranesi. En

dan vooral de etsen van imaginaire kerkers van deze Italiaanse kunstenaar. Met dit beeld

in zijn achterhoofd begon hij aan een serie van acht Noord/Zuidlijn schilderijen.

Op de schilderijen die Ton Leenarts van de
Amsterdamse Noord/Zuidlijn maakte, is geen
mens te bekennen. Wat je ziet zijn lege ruimtes.
‘Tijdens de bouw van de stations wemelde
het er van de bouwvakkers met helmen. Maar
het ging mij om de gebouwen en niet om de
mensen die eraan werkten. Dat is een bewuste
keuze en de enige manier om een verstild
effect te bereiken. Althans, zo werkt dat bij mij.
Verstilling bereik je het beste met leegte.’
De link tussen het werk van Giovanni Battista
Piranesi (1720-1778) en de ruwe 21e eeuwse
bouwputten komt tot uitdrukking in de sfeer van
de doeken die ook wel wat weghebben van
decors van een wereld van na de Apocalyps.
Leenarts haalt er de Ruinenwert-theorie van
Albert Speer bij aan. Die vond dat je zo moest
bouwen dat elk gebouw na een paar honderd
jaar in schoonheid à la de Romeinse ruïnes
moest vervallen. ‘Dat is natuurlijk klinkklare
onzin, maar stel dat over een paar duizend jaar
archeologen de metrostations gaan uitgraven,
dan treffen ze waarschijnlijk een soort beeld
aan als dat op mijn schilderijen.’

Afvalcontainers
Om de dimensies binnen de metrostations
zichtbaar te maken, stoffeerde hij zijn doeken
met afvalcontainers. ‘Een gelukkig toeval. Die
dingen stonden overal in het rond. Ik heb ze
quasi nonchalant, maar soms ook als Romeinse
soldaten in slagorde, in de ruimtes gezet om de
toeschouwer toch een idee te geven van welke
gigantische afmetingen die ondergrondse
stations hebben.’
Volgens de kunstenaar ontstaan er op zijn
doeken wel vaker dingen door toeval. In de
ruwheid van de wanden zag hij al schilderend
ineens hiërogliefen en het aanzicht van een
Egyptische tombe en dat liet hij toen maar zo
staan.
Leenarts baseerde zijn schilderijen van de
Noord/Zuidlijn op foto’s. Dat kon niet anders
omdat er voor een schildersezel ‘en plein air’
de kwast hanteren absoluut geen ruimte was.
‘De bouwvakkers keken er toch al van op dat
er een vreemde vogel liep te fotograferen.
Bovendien was het lawaai er oorverdovend
en het licht maar matig. Bepaald geen
omstandigheden waaronder je als kunstenaar
de monumentaliteit van de ondergrondse
stations in aanbouw in olieverf wil vastleggen.’

Kathedraalachtige ruimtes
En dat is precies wat de acht schilderijen
tot uitdrukking brengen: vervreemdende,
kathedraalachtige ruimtes van monumentale
kwaliteit. Niet herkenbaar als toekomstig
metrostation, maar dat was ook niet wat
Leenarts in gedachten had. Wat hij wilde
schilderen, waren ruimtes die nu niet meer
bestaan; alle stations zijn nu klaar, strak en
afgewerkt met moderne bouwmaterialen.
Wat Leenarts laat zien, is de ruwe kant van de

ondergrondse constructies. Hij gebruikte foto’s
als uitgangspunt, maar toch zijn de schilderijen
geen fotografische weergave van de
werkelijkheid. Het zijn verstilde ruimtes waarin
een Hopperiaans licht subtiel over de stempels,
containers en andere bouwmaterialen strijkt.

Pompeiaanse zuilen
Zelf zegt hij erover dat voor het schilderij
‘Station de Pijp’ (afbeelding pagina 60
boven) gebruik is gemaakt van foto’s van de
in het station aanwezige elementen zoals
de ‘Pompeiaanse’ zuilen (in werkelijkheid
fors uit de kluiten gewassen stempels die
de betonconstructie ondersteunen), de
abstracte rode rechthoeken en de in een bocht
verdwijnende tunnel. Maar de compositie van
het schilderij is bedacht. Het toont slechts
schijnbaar de realiteit, maar is in werkelijkheid
een door Leenarts geïdealiseerde weergave
van de werkelijkheid, uitgedrukt in olieverf.
Een vergelijkbaar beeld roept ‘Metro Station
C.S.’ op (afbeelding pagina 60 onder). Nu is
het een monumentale open ruimte. Op het
schilderij kregen de stempels een basement,
schacht en kapiteel als waren het Toscaanse
zuilen. Licht stroomt overvloedig de ruimte
binnen. In de plassen op de grond weerspiegelt
zich de betonconstructie. Leenarts is overigens
niet van plan de metrostations nogmaals, maar
dan afgebouwd in olieverf vast te leggen. ‘Wat
ik heb vastgelegd zijn ruimtes die voorgoed
verloren zijn gegaan. Er zijn wel foto’s van
gemaakt, maar voor zover ik weet, ben ik de
enige die er schilderijen van maakte.’

61 ArchitectuurNLTekst Peter de Winter Beeld Ton Leenarts

Noord/ZuidlijN

60-61_noordzuidlijn.indd 61 27-08-18 15:14

Gerelateerd