ArchitectuurNL 04 2019 – pag. 40

ArchitectuurNL 04 2019 – pag. 40

Door: | 29-04-2021

Of architecten iets van hem kunnen leren, weet Joost Conijn niet. Als
kunstenaar, schrijver en cineast doet hij wat hij graag wil doen. In zijn
ogen is bouwen in Nederland zo aan regels gebonden dat het bijna
onmogelijk is je eigen draai aan een huis te geven. Het bouwwereldje is
door professionals, ontwikkelaars en aannemers geclaimd. Bij alles wat
je bedenkt horen minstens tien regeltjes. Je kunt het volgens hem ook
anders aanpakken. Gewoon aan de slag gaan met bouwen en achteraf
pas checken of je ontwerp aan de geldende regels voldoet. Dat kan heel
bevrijdend werken.
Zo gaat hij een draaiend huis bouwen op een welstandsvrije kavel in
Oosterwold in Almere. Een huis dat opwarmt door de zon en dat je
wanneer het nodig is met zijn donkere kant naar de zon kunt draaien. Dat
gebeurt op fietskracht. Het lijkt hem namelijk mooi als één persoon een
huis van pakweg veertigduizend kilo kan verplaatsen. Hij heeft nog geen
idee hoe hij aandrijfmechanisme gaat maken, maar dat geldt voor veel
van wat hij doet. Hoe je een vliegtuig moest bouwen wist hij ook niet en
toch lukte het hem. Hij vloog er dwars over Oost-Afrika mee. Onmogelijk
bestaat voor hem dan ook niet. Het heeft hem er althans nooit van
weerhouden aan iets te beginnen.

Wat is jouw band met A.L. Snijders, schrijver van zeer
korte verhalen, de zkv’s?
Hij is de vader van een vriend van mij. Ik leerde hem kennen toen hij
zijn zoon op de academie kwam opzoeken om er een stukje over te
schrijven. Ik wilde gaan schrijven, maar hoe dat moest, dat wist ik nog
niet. Ik ben Snijders gaan volgen en zo ontdekte ik wat een schrijver is en
wat hij doet. Daarover heb ik voor het Uur van de Wolf van de NTR een
documentaire van vijftig minuten gemaakt. Daar komt bij dat je je in je
leven moet laten adopteren af en toe. Dat je zoekt naar de juiste mensen
die stimulerend zijn en iets in je zien. Snijders is zo’n figuur.

Dergelijke figuren heb je nodig?
Ik denk dat iedereen ze nodig heeft. Ik had altijd wel zo iemand in m’n
leven. Bijvoorbeeld als je van school gestuurd werd dat er ten minste één
leraar is die zegt: ‘Die jongen moet terugkomen. Hij heeft talent. Het komt
wel goed met hem.’ Als je dat niet hebt, ben je toch een beetje verloren.
Ik denk ook dat je als kunstenaar een talent moet hebben om je door de
juiste mensen te laten adopteren. Waarom Snijders me stimuleert? Hij
hoort tot de mensen die onvoorwaardelijk oké vinden wat ik doe. John
Körmeling die je de vorige keer sprak is er ook een van. Ik ontmoette
hem 25 jaar geleden op een tentoonstelling. Ik had een motorfiets
gemaakt en moest van hem direct de galerie ermee binnenrijden omdat
hij vond dat die motor onderdeel van de expositie hoorde te zijn.

Welk effect hebben jullie op elkaar?
Hij gaat zijn eigen gang en is wars van alles en al helemaal niet bezig zijn
kunstenaarschap uit te dragen. Dat is best wel uniek en dat spreekt me in
hem aan. Toch wordt hij gevraagd de entree van Het Depot van Museum
Boijmans te ontwerpen. Dat komt omdat Winnie Maas van MVRDV hem
een interessante kunstenaar vindt die denkt buiten gebruikelijke kaders.
Kunst hoort zich niet alleen binnen de kunstwereld af te spelen, maar ook
op straat, in gebouwen, bij de luchtmacht, de politie en overal. Zo vind
ik het leuk om stukken voor de krant te schrijven, iets voor tv te maken,
een film te draaien, een boek te schrijven en een huis te bouwen. Die
menging staat me veel meer aan dan kunst, architectuur, literatuur en film
te zien als gescheiden werelden. Dat is niet interessant.

Want?
Interessante dingen gebeuren juist pas als verschillende werelden elkaar
beïnvloeden. Dat ondervind ik zelf ook. Als je voor de televisie een film
wilt maken, denken de meeste mensen dat je eerst een plan nodig hebt
want zonder plan kan je niets. En je moet ook van te voren bedenken hoe
het verhaal afloopt. Zo werk ik niet en als ik dan toch iets mag maken en
het gaat goed, is het achteraf voor dat wereldje weer heel bevrijdend dat
het ook op een andere manier kan dan men gewend is. Een wereld op
zich draait zichzelf in een spiraal naar binnen toe terwijl er altijd invloeden
van buitenaf nodig zijn om te voorkomen dat je in een steeds kleinere
cirkeltjes neerwaarts gaat. Kunst kan zo’n invloed zijn.

Het lijkt erop dat je bij voorkeur projecten op touw zet
die niet kunnen. Klopt dat?
Ik denk van wel. De meeste dingen die ik doe – zoals een vliegtuig
bouwen – lijken onmogelijk. Eigenlijk kan het niet wat ik wil en dat
zeggen dan vooral de mensen die er verstand van hebben. Maar er
haken ook mensen aan omdat ze het interessant vinden dat je het
onmogelijke probeert waar te maken. Dat zijn dus de mensen met weinig
verstand van zaken, maar ze durven wel te geloven in een droom en
willen met je meedenken.

In een lezing leerde je je gehoor niet de protocollen te
volgen, maar autonoom te denken. Opmerkelijk.
Ooit moest ik een lezing geven aan de politieacademie omdat
politiemensen werken in een heel starre organisatie. Hiërarchisch en
vol strakke regels waardoor er nauwelijks dynamiek, vernieuwing en
innovatie is. Dat is een groot probleem bij een bedrijf dat middenin
de samenleving wil staan. Ik ging de agenten uitleggen wat het nut
is van regels en waarom het beter is dat je je niet altijd aan regels
houdt. Dat verhaal ging ook over grenzen. Die zijn er voornamelijk om
steeds verlegd te worden. Dat is inherent aan een grens. Begrijp me
goed, grenzen zijn soms nodig – denk maar aan een kind – maar de
verantwoordelijkheid moet je ook wel snel weer teruggeven omdat
een kind zich anders niet ontwikkelt. En die verplaatsende grenzen zijn
exemplarisch voor heel veel dingen.

KPMG vroeg je hen ‘out of the box’ te leren denken.
Waarom is dat voor veel mensen zo moeilijk?
Ik denk dat mensen hebben geleerd dat er een dwingend maatschappelijk
manifest is waarin de verwachtingen vastliggen. Dat moet steeds
doorbroken worden wil je nieuwe wegen vinden. Ik ben voor zo’n
gezelschap geen leraar want ik leg niet uit hoe ze iets moeten doen. Wat
ik doe, is vertellen wat ik maak en hoe ik werk. Ik vind dat je iemand niet
iets moet leren, maar moet stimuleren zelf de dingen uit te vinden. Dat
heb ik ook altijd gedaan. Dan komt het uit jezelf en gaat het veel sneller.
Die innerlijke motivatie is nodig en door iets over mijn manier van werken
te vertellen, stimuleer ik het proces van vrij durven denken. Als je in het
bedrijfsleven tot nieuwe inzichten wilt komen, zouden niet de budgetten,
protocollen en regels voorop moeten staan, maar de vrijheid om
verbeelding de ruimte te geven. Doe je dat niet, dan verdwijnt het leven uit
een organisatie. Dat geldt overigens ook voor kunst, film, architectuur en
het leven zelf. Niet alles dichttimmeren, maar risico durven nemen.

40ArchitectuurNL

38-39-40-41_interviewjoostconijn.indd 40 09-08-19 12:26

Gerelateerd