ArchitectuurNL 04 2019 – pag. 61

ArchitectuurNL 04 2019 – pag. 61

Door: | 29-04-2021

Tracing Thomas
De 12-jarige Thomas is op mysterieuze wijze verdwenen. Met 100 man tegelijk wordt naar

hem gezocht in Fort 1881 in Hoek van Holland. Dat is het uitgangspunt van een real life

game, waarin toeschouwers, acteurs en architectuur de hoofdrolspelers zijn. Behalve

een spannende middag, biedt het project Tracing Thomas ook erfgoed een tweede leven.

Danny van Zuijlen van Architects Of vertelt over dit bijzondere project.

Nederland kent tien waterlinies, waarvan de
Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling
van Amsterdam de bekendste zijn. In heel
Nederland zijn ruim 100 forten, sommige
getransformeerd, andere wachtend op
een nieuwe invulling. In de herbestemde
forten worden meestal tentoonstellingen
en educatieve projecten geprogrammeerd.
RAAAF (Bunker 599, Deltawerk) en Anne
Holtrop (Waterliniemuseum Fort bij Vechten)
maakten van soortgelijk robuust erfgoed een
architectonische sensatie. Danny van Zuijlen
ontwierp met een team van theatermakers
en gamedesigners in Fort 1881 een unieke
theatrale ervaring.
Gezien de grote hoeveelheid leegstaande
forten zou je denken dat het eenvoudig is
om een fort te vinden om een real life game
te situeren. Maar dat valt tegen, aldus Van
Zuijlen: ‘Op basis van het artistieke idee
maak je een berekening. Om financieel uit te
kunnen moeten minimaal 100 man per keer de
voorstelling kunnen bezoeken. Een fort is dan
ideaal, want dat is ontworpen om veel soldaten
in korte tijd te mobiliseren. Iedere soldaat had
een rol en een doel, een fort was een geoliede
machine. Je kunt dus goed rennen op zo’n
locatie. Daar maken we nu gebruik van.’

Zoektocht naar locatie
Vervolgens berekende het team hoeveel
ruimtes nodig zijn voor het verhaal. ‘Dat
zijn er bij Tracing Thomas zo’n 40. Je kijkt
naar de historie van de locatie zelf. Past de
geschiedenis een beetje bij het verhaal? En
dan voer je gesprekken met forteigenaren.’
De eigendom-constructies lopen sterk
uiteen, ontdekte Van Zuijlen gaandeweg zijn
zoektocht. Soms worden ze gehuurd of zijn

ze in eigendom. Veel forten worden beheerd
door zeer betrokken vrijwilligers met duidelijke
ideeën over wat een fort moet zijn. ‘Vaak
stuiten we dus op bezwaren. Er zijn bovendien
heel specifieke eisen: is het veilig, is het niet
te smerig? En dan heb je nog de vleermuizen,
een beschermde diersoort. In de hele Utrechtse
Waterlinie mag je bijna niets organiseren tussen
oktober en april.’
Tot slot moeten mensen er goed kunnen komen
en dus ook kunnen parkeren. Regelgeving en
monumentenorganisaties vormden zelden een
probleem, maar toch hield Van Zuijlen maar een
paar locaties over.

Bouwen aan verbeelding
Toen Fort 1881 eenmaal gevonden was,
begon het verfijnen van het verhaal. Het fort
veranderde de verhaallijnen. Acteurs maken
zich de locatie eigen en werken dan hun rol
uit. Van Zuijlen werkt bewust zo min mogelijk
met props, decors en aanlichting. ‘Het Fort
is de hoofdrolspeler. Ook uit praktische
overwegingen: als je eenmaal begint met
opschonen, is het einde zoek. Het past ook
bij onze manier van werken. Niet voor niks
heten we Architects Of. Ik zie architecten als
scheppers, createurs, makers. We nemen dat
als geuzennaam. We bouwen aan verbeelding.’
Inmiddels is Tracing Thomas een doorslaand
succes. Ruim 20 uitverkochte voorstellingen
zijn er al geweest, tot eind december zijn er
17 extra voorstellingen. ‘Het is een landelijk
megacircus.’ Mensen uit de erfgoedwereld
komen naar hem toe. Om welke locaties het
gaat, kan hij vanzelfsprekend niet vertellen
tot het idee is uitontwikkeld, maar denk aan
kastelen, buitenplaatsen. ‘Ik leg ze dan wel uit
dat het voordeel van forten is dat ze hufterproof

zijn. Buitenhuizen hebben tapijten, beeldjes,
kwetsbare meubels – die zijn nooit bedoeld
voor grote groepen mensen! Bunkers zijn
weliswaar groot en log, maar er passen te
weinig mensen in. Je zou er een escaperoom
kunnen maken, maar ik hou meer van
grootschalige projecten met veel acteurs. Ik
denk wel met organisaties mee over hoe hun
erfgoed op een nieuwe manier te ontsluiten is
voor een nieuw, soms jong publiek, zonder de
collectie of de geschiedenis te verloochenen.’

Erfgoed ontsluiten
Van Zuijlen ziet een trend. Tijdens de Airborn
Herdenking op de Ginkelse heide bij Ede
springen parachutisten uit vliegtuigen, dat
trekt duizenden mensen publiek. Huis Doorn
doet aan re-enactments. Met 200 man
gaan ze terug naar het einde van de Eerste
Wereldoorlog, waarbij zowel het soldatenleven
als burgervermaak wordt nagespeeld.
‘Dat werkt! Net als daar, is ook in Fort 1881 het
bezoek aan het museum en het restaurant
toegenomen. Het is belangrijk om erfgoed op
een nieuwe manier te ontsluiten. Jongeren
kennen hun geschiedenis niet meer, voelen dat
niet meer, je moet een nieuwe manier vinden
om de geschiedenis tot leven te brengen. Nu
kan dat beter dan 10 jaar geleden. Mensen zijn
meer gewend aan locatietheater en om naar
evenementen toe te reizen. Ze wachten niet
langer passief af wat de lokale schouwburg
programmeert. Ze trekken er op uit. Daar
spelen wij op in. We hebben ondersteuning
van enkele culturele fondsen, maar ook van
het Veteranenfonds. En ook gemeenten zijn
co-financiers, die profiteren immers mee.’ De
volgende locatie is inmiddels in ontwikkeling.
Geheim nog uiteraard, maar hou ze in de gaten.

61 ArchitectuurNLTekst Indira van ’t Klooster

TWEEDE LEVEN ERFGOED

60-61_tracingthomas.indd 61 09-08-19 12:30

Gerelateerd