ArchitectuurNL 05 2016 – pag. 8

ArchitectuurNL 05 2016 – pag. 8

Door: | 29-04-2021

Ondertussen probeerde hij bijzondere opdrachten binnen te halen via prijsvragen. Tevergeefs.
‘Voor de uitbreiding van de bibliotheek in Stockholm hebben we in 2005 een prachtig plan
gemaakt. We waren kansloos. Er waren meer dan 1000 inzendingen, het juryrapport ging over
categorieën oplossingen, en ons plan zat niet eens in een categorie. Ik ben gaan uitrekenen wat
zo’n inzending kost: 30.000 euro aan manuren!
Frantzen besloot om niet langer tijd te investeren in prijsvragen, maar in de ontwikkeling van
vastgoed. Zijn eerste project was de herontwikkeling van een carréboerderij in Maastricht, in het
Gelderse Heerde ontwikkelde hij een plan voor acht woningen, dat hij verkocht aan een aannemer.

Hoogste GPR score
De duurzaamheidstender die de gemeente Amsterdam in 2009 uitschreef voor Buiksloterham,
bedacht als een proeftuin voor duurzaam bouwen, bood de kans om het grootser aan te pakken.
Anders dan gebruikelijk won niet degene met het hoogste grondbod, maar het plan met de
hoogste duurzaamheidsscore (GPR, Gemeentelijk Praktijkrichtlijn, zie gprgebouw.nl). Zo lukte het
Frantzen in samenwerking met Claus Oussoren om de grote ontwikkelaars te verslaan en richtten
zij samen Lemniskade Projecten op om Patch22 in eigen beheer te ontwikkelen.
Hij is er niet overdreven trots op. ‘Het ging niet over architectuur; het ontwerp werd niet eens
beoordeeld. De hoge GPR-score (8,9 op een schaal van 1 tot 10) danken we aan de goede isolatie,
de pelletketels, zonnepanelen en WTW-installatie. Claus en mij interesseert dat alleen niet zo veel,
over vijftien jaar zijn die installaties verouderd. En tegen die tijd zijn zonnepanelen zo efficiënt dat
groene energie geen issue meer is.’

Herbruikbaarheid en flexibiliteit
Frantzen vindt dat we duurzaamheid op een veel langere termijn moeten bekijken, vanuit het
hergebruik van gebouwen en materialen. Daarom besloot hij om de toren te bouwen met hout
– de enige zichzelf vernieuwende grondstof. En vandaar dat het gebouw zo flexibel mogelijk
is ontworpen, opdat het in de toekomst ook gebruikt zou kunnen worden als kantoor, winkel of
school.
De flexibiliteit zit ’m allereerst in de verdiepingshoogte – vier meter – waardoor de ruimtes
voor zowel wonen als werken geschikt zijn. Daarnaast speelt de wc-afvoer een hoofdrol. ‘We
kwamen erachter dat kantoorgebouwen nauwelijks tot woning om te bouwen zijn doordat je die
afvoer nergens kwijt kunt.’ Er moeten dan gaten in vloeren en muren geboord worden, of koven
getimmerd rond dikke buizen – kostbaar en ruimtelijk ongewenst. Hier zijn de leidingen in de
verhoogde vloer van de centrale gang gebundeld, van waaruit je op elke plek in de woningen kunt
aantakken. Zodoende hebben bewoners de vrijheid om hun (casco) woning in te delen zoals zij dat
willen.

Slimme financiering
Het enige probleem aan het plan was het geld. ‘Dat hadden we niet. Als je won, moest je de grond
van de gemeente kopen. We wisten dat er geen bank was die ons een lening zou geven; we
zaten midden in de crisis.’ Tegelijk bood dat een kans; aannemers hadden geen werk, Frantzen
kon een mooie klus aanbieden. ‘We wisten dat zij 10% van de bouwsom voor algemene kosten
reserveren, waarvan 10% voor acquisitie bestemd is. We hebben een voorstel gedaan: jullie sluiten
voor de opstartfase een lening af bij de bank en financieren die door aan ons. Wij betalen met
het ‘acquisitiegeld’ de rente, en lossen de lening af op het moment dat we de woningen verkocht
hebben.’ Als tegenprestatie kreeg de aannemer de opdracht tegen een vooraf bepaalde prijs. ‘Zo’n
redenering is voor mij ook een vorm van ontwerpen: hoe creëer je geld? Dat vind ik zo leuk aan
alles in eigen hand hebben.’

Lofts deelbaar in appartementen
Nu de financiering rond was, moesten Frantzen en Oussoren de woningen nog verkopen. ‘Naast
het idee om in hout te bouwen, hadden we meteen al bedacht dat we grote woningen zouden
maken. De huizenmarkt was ingestort, de middenklasser die een standaardwoning van 100 m2
zocht, kwam niet meer aan een hypotheek. Het leek ons daarom makkelijker om in Amsterdam
twintig ‘gekken’ te zoeken dan veertig ‘normale’ kopers.’
Het bleek te werken: de zestien lofts (prijs: 5,5 ton voor 200 m2) werden allemaal verkocht. Wat

5

6

7

8ArchitectuurNL

06-07-08-09_patch22.indd 8 10-10-16 13:16

Gerelateerd