ArchitectuurNL 05 2017 – pag. 39

ArchitectuurNL 05 2017 – pag. 39

Door: | 29-04-2021

en ook zaken als inclusiviteit en emancipatie vragen om aandacht. Wat
ik met emancipatie bedoel? Ook vandaag de dag spelen vrouwen nog
een relatief bescheiden rol als het om architectuur en de gebouwde
omgeving gaat. Althans, zo ervaar ik het. Inderdaad je hebt beroemde
namen als Zaha Hadid en Francine Houben, maar die zijn toch echt de
uitzonderingen die de spreekwoordelijke regel bevestigen. Het zijn een
apart slag vrouwen die met hun vuist op tafel durven slaan om zo hun
partij in de mannenwereld mee te kunnen spelen. Die rol is voor mij niet
weggelegd. Op de eerste plaats sla ik niet graag met m’n vuist op tafel.
Daarnaast zie ik mijzelf als een ‘zachte’ architect.

Leg uit!
Letterlijk kan ik natuurlijk best met m’n vuist op tafel slaan, maar het past
niet bij de manier waarop ik het vak benader, ook niet figuurlijk. Ik ben
niet van de confrontatie en leg in mijn werk veel liever op een zachte
manier contact met zoveel mogelijk disciplines buiten het veld van de
‘gewone’ architect. Mijn manier van werken gaat daarnaast niet primair
om geld en aanzien. Dat is me veel te zakelijk. Hoe ik dan wel werk? Ik
hou van treuzelen om zo tijd vrij te maken om iets te bedenken en ideeën
te laten bezinken. Daarbij ga ik graag en vaak af op mijn intuïtie. Een
idee kan vlot ontstaan, maar daarna neem ik de tijd om te bepalen of het
om een goede intuïtie ging of dat ik verder moet gaan met nadenken.
Begrijp me niet verkeerd: de tijd nemen is niet hetzelfde als niks doen. Ik
bespreek mijn ideeën voortdurend met andere mensen.

Hoe maak je die ideeën concreet?
Door steeds maquettes met de hand te maken. Dat is voor mij essentieel.
Bij werken met je handen gebruik je een ander soort intelligentie. Werk
je met je handen, dan handel je vanuit je buik. Da’s inderdaad op intuïtie.
Als ik werk op een computer kan ik geen contact maken met mijn intuïtie
omdat de ratio me dan in de weg staat. Werken met mijn handen is
dus typerend voor de manier waarop ik het vak benader. Ik probeer
die werkwijze ook op mijn studenten over te brengen. Wat ik ze leer,
is dat handen dingen kunnen bedenken die het hoofd niet kan. Toeval
en verrassing bij ontwerpen komen namelijk niet uit je hoofd, maar uit
je onderbuik. Althans bij mij. Dat is ook wat ik bedoel met ‘het zachte’
in architectuur. Dat je naast je verstand, ook durft te vertrouwen op je
intuïtie. Bijvoorbeeld als kracht in een gesprek of als argument in een
discussie. Studenten moeten in het begin erg wennen aan het idee van
intelligente handen en vertrouwen op hun intuïtie, maar eenmaal aan de
gang zien ze er de meerwaarde van in. Scepsis ontmoet ik nauwelijks.

Hoe staan opdrachtgevers tegenover jouw intuïtie?
In de meer artistieke kringen kijkt niemand ervan op, wordt het zelfs erg
gewaardeerd, maar elders wordt het vaak met scepsis ontvangen. Maar
dat ik graag afga op mijn intuïtie betekent niet dat ik een zweverige
architect ben. Er is namelijk niks mis met mijn verstand. In Zagreb
studeerde ik aan de faculteit architectuur die te vergelijken is met
een studie aan de TU Delft. Ik genoot er een brede opleiding waar ik
naast ontwerpen ook leerde calculeren, analyseren en constructieve
berekeningen maken. Er ligt dus een degelijke, niet-intuïtieve basis onder
mijn opvattingen over het vak. Als het moet, kan ik al mijn ontwerpen,
schetsen en maquettes voorzien van een goede rationele onderbouwing.

Hoe zie jij de toekomst voor architectuurstudenten?
Die zie ik rooskleurig omdat ik denk dat curious spirits altijd welkom zijn

in de maatschappij. Waar ik wel vraagtekens bij zet, is of alle vakken die
we aan de academies voor bouwkunst onderwijzen nog van toepassing
zijn. De maatschappij is volop in verandering en de curricula sluiten daar
lang niet altijd even goed op aan. Wat in mijn ogen op dit moment echt
belangrijk is, is dat de opleidingen goed voeling houden met de polsslag
van de samenleving. Dat lukt veel beter als we kritisch naar de inhoud
van sommige vakken durven kijken.

Je wilt je profileren met experimental architecture.
Wat bedoel je daarmee?
Dat ik met een nieuwsgierige blik de wereld in kijk en een opdracht liefst
vanuit een onverwachte invalshoek benader. Ik werk daarbij intensief
samen met mijn opdrachtgever omdat ik hun wensen en opvattingen
serieus neem. Wat een opdrachtgever wil, ontdek je namelijk alleen
door goed te luisteren. Het is niet aan mij te bepalen hoe iemand wil
wonen of werken. Dat ontdek je alleen door echt te luisteren en dat
is een subtiel spel omdat het in essentie gaat om kleine finesses. En
echt luisteren lukt me lang niet altijd. Het vraagt een bepaald soort
bescheidenheid en daar moet ik dagelijks op oefenen. Overigens staat
dat oefenen in bescheidenheid door de opkomst van sociale media
steeds meer onder druk, zeker bij de jonge generatie. In mijn jeugd
leerde ik dat opsnijden over jezelf onbeleefd is, maar op platforms als
Facebook of Instagram maken mensen profielen van zichzelf waarin ze
vertellen hoe goed ze het voor elkaar hebben. Vaak is zo’n profiel een
veredeld soort karakterschets van een fake personality, maar ze worden
volop aangemaakt omdat je niet meetelt als je niet geliked wordt omdat
je ‘goed’ bent. Toch kan ik elke architect en elke architectuurstudent
oefening in bescheidenheid aanraden. Je leert er beter door luisteren
zonder dat je jezelf hoeft weg te cijferen.

Wat is de ontwerpopgave van de toekomst?
Dat hangt van de schaal af, maar met de relatie tussen natuur en
cultuur in je achterhoofd, moeten we ervoor zorgen dat we op grote
schaal thema’s als voedsel, infrastructuur en ecologie niet langer als
afzonderlijke begrippen benaderen, maar op een effectieve manier
samenbrengen. Op stedelijke schaal zullen we fundamenteel moeten
heroverwegen hoe we wonen, werken en gebieden dicht bij de stad
gaan ontwerpen. En dan bedoel ik niet dat we steeds meer landschap
moeten opofferen. Ik pleit voor geconcentreerde stedelijke gebieden
waar infrastructuur en verkeer een belangrijke rol zullen spelen. In de
nabije toekomst wil lang niet iedereen meer een auto hebben, maar in
de plannen van projectontwikkelaars zie je nog steeds dat autobezit
en dus het aantal parkeerplekken voorrang hebben. Het programma
van eisen van nieuw te ontwikkelen gebieden zullen we echt anders en
veel socialer moeten gaan aanpakken. Het is aan ons architecten een
creatieve bijdrage te leveren aan dit debat.

Tot slot. Wie van de jonge generatie architecten wil je
dat ik ga interviewen en waarover?
Ik stuur je naar Ekim Tan, oprichtster van Play the City. Zij komt uit
Turkije en ik vind haar een interessante vrouw. Met haar city game wil zij
spelers met conflicterende interesses nader tot elkaar brengen om zo te
voorkomen dat stedelijke ontwikkelingen stagneren. Dat klinkt heel mooi.
Waar ik benieuwd naar ben, is waarom zij voor games koos en wat haar
doelen precies zijn. Hoe efficiënt zijn die spelletjes precies en heeft ze al
concrete resultaten geboekt?

39 ArchitectuurNL

36-37-38-39_interview.indd 39 09-10-17 15:53

Gerelateerd