ArchitectuurNL 05 2017 – pag. 7

ArchitectuurNL 05 2017 – pag. 7

Door: | 29-04-2021

houdt. Zijn honing wordt onder meer in
het café verkocht. De was smelt hij met de
restwarmte van de andere bedrijfjes, waaronder
een bierbrouwerij en een producent van
(gerecycled) plastic voor 3D-printers, en wordt
gebruikt door de meubelmaker in kelder. ‘Die
op zijn beurt deze bar maakte’, wijst Jongert op
het meubel waaraan we zitten, in de centrale
hal van het gebouw. Het hout is afkomstig van
meerpalen langs de kade van de Maas, die
vervangen moesten worden.
Voor hun slimme samenwerking wonnen de
betrokken bedrijven de Creative Heroes Award
2017 in de categorie architectuur. ‘Met veel
lef gefinancierd, een voorbeeldstad op basis
van de circulaire economie; BlueCity gaat niet
over slopen maar over oogsten’, schrijft de jury.
Maar wat is de oogst voor de architectuur? De
afgelopen jaren zijn er al heel wat duurzame,
circulaire en Cradle to Cradle paviljoens en
proeftuinen gebouwd. Vooralsnog is het niet
gelukt om de innovaties op grote schaal door
te voeren. Waarom zou dit project wel daarin
slagen?
‘Dat zit ’m in de naam alleen al’, zegt Jongert.
‘BlueCity is niet zomaar een broedplaats,
maar wordt een ‘stad’ van 12.000 m2 met een
groeiende gemeenschap van gebruikers en
bezoekers, en is onderdeel van een wereldwijd
netwerk waarbij duizenden bedrijven zijn
aangesloten. We hebben in de regio inmiddels
een intensief netwerk opgebouwd met de
gemeente, ondernemers en bedrijven; er
worden hier wekelijks meerdere evenementen
en brainstormsessies georganiseerd over de
circulaire economie. De ondernemingen die

zich hier vestigen, hebben al iets bewezen; ze
werken vanuit een business model en voorzien
in hun eigen inkomsten. Hetzelfde geldt voor
het gebouw als geheel. De begininvestering
is door investeerder iFund gedaan, met
het geld dat BlueCity met de huur uit de
eerste fase verdient – de verbouwing van
de kantoorvleugel – kunnen we het gebouw
verder ontwikkelen.’

Elke schakel in productieketen telt
Hoe werkt het concept? ‘De blauwe economie
is de opvolger van de groene economie’, legt
Jongert uit. ‘Het idee daarachter was om de
schade voor het milieu te beperken door de
productie te ‘vergroenen’ en hernieuwbare
energie te gebruiken. De groene economie
richt zich op één eindproduct, bijvoorbeeld een
windmolen. Dat product wordt geoptimaliseerd
voor de energiewinning, maar dat geldt
niet voor het proces als geheel; denk aan
de omzetting en opslag van windenergie in
batterijen, waarbij veel energie verloren gaat,
of wieken die na tien jaar vervangen moeten
worden; dat levert veel afval op. Bij de blauwe
economie is het the journey that counts;
daarmee ga je je inkomsten binnenhalen. Het
hele proces ga je ontrafelen: elke schakel in de
keten moet positieve waarde opleveren, zowel
voor de leefomgeving als de economie. Je gaat
niet regenwoud kappen om met het hout een
energieneutraal gebouw te maken.’

Dynamisch proces
Dat brengt een heleboel dynamiek met zich
mee; afhankelijk van het proces kunnen

bijzaken ontstaan, die weer invloed hebben
op het eindresultaat. Dit vraagt ook om een
andere benadering van architectuur. De
precieze invulling van het gebouw is niet
van tevoren vastgelegd. Superuse Studios
heeft een structuurplan gemaakt, waarin
alle veiligheidsaspecten zijn meegenomen.
In overleg met de welstandscommissie is
een aantal principes geformuleerd voor de
omgang met het gebouw. Uitgangspunt is
om het bestaande pand zo veel mogelijk te
gebruiken, waarbij gezocht wordt naar een mix
van functies die elkaar aanvullen. De inrichting
wordt gemaakt met hergebruikte materialen,
die zodanig zijn geassembleerd dat ze later
weer gerecycled kunnen worden.
Het plan is om in 2020 alle ruimtes benut te
hebben. ‘Maar bedrijven die groeien, kunnen
ook naar elders in de stad verhuizen, terwijl
nieuwe instromen’, zegt Jongert. ‘We werken
niet vanuit een eindbeeld. Doel is om de
energie- en materialenstromen sluitend te
krijgen; dat is het proces dat wij faciliteren.
En ja, we zijn ervan overtuigd dat dit concept
economisch rendabel is, omdat er op veel meer
momenten waarde gecreëerd wordt.’

Materialenbemiddelaar
Als voorbeeld noemt hij de geperforeerde
staalplaten die gebruikt zijn voor de
scheidingswanden in zijn kantoor. Het is een
restproduct uit de industrie; de schrootwaarde
is zo’n 25 eurocent per kilo. Vanwege die
lage waarde kan de afvalverwerker maar
een kleine marge heffen. Vervolgens wordt
het staal omgesmolten, wat veel energie en

Tekst Kirsten Hannema Fotografie Superuse Studios7 ArchitectuurNL

ANALYSE

06-07-08-09_bluecity.indd 7 09-10-17 15:31

Gerelateerd