ArchitectuurNL 05 2018 – pag. 26

ArchitectuurNL 05 2018 – pag. 26

Door: | 29-04-2021

Denkkamer architectuur & onderzoek was vanaf het begin bij de bouw en ontwikkeling
van de kwekerij betrokken. Het bureau ontwierp behalve de overkapping ook mee aan
de composteringsinstallatie voor opdrachtgever Upcycling Gemert. Het gaat hier om een
composteringsinstallatie voor champost van de nabijgelegen champignon kwekerij. Champost is
een product a±omstig uit de teelt van champignons. Het is de voedingsbodem van waaruit de
champignons groeien en bestaat uit een mengsel van stro, paardenmest, kippenmest, kalk en veen.
Bij het biologisch composteren van de champost komen grote hoeveelheden warmte vrij. De
installatie is zo ontworpen dat de nabijgelegen kwekerij van warmte wordt voorzien. De drie
composteringstunnels waarin de champost wordt gedroogd, worden via een collectieve laadkuil
gevuld met de gebruikte champost uit de kwekerij. Tijdens het vullen van de tunnels bleek
ongewenst veel geur vrij te komen.

Flinke tegenvaller
De composteringsinstallatie is volgens architect Dennis van de Rijdt van Denkkamer naar
de jongste inzichten ontworpen en is dan ook een state of the art ontwikkeling waarbij de
champignonkweker het gehele groei- en composteringsproces volkomen in de hand heeft. Het
was dan ook een flinke tegenvaller voor de kweker dat de stankoverlast zo manifest was. Om
problemen met de buurt en de verdere omgeving te voorkomen, vroeg Upcycling Gemert aan
Denkkamer een oplossing te bedenken die de geur zou binnenhouden.
De meest voor de hand liggende oplossing was een rechttoe rechtaan hal over de installatie
zetten, zegt Van de Rijdt. ‘Dat was dan ook onze eerste gedachte. Maar omdat er maar één fysische
eis gold voor de overkapping – stankoverlast voorkomen – was een dergelijk gebouw niet nodig.
En bovendien ook onnodig prijzig voor het probleem. Ik bedacht dat een doek over de kuil heen
leggen al voldoende zou zijn en zo ontstond langzamerhand het idee van een tent.
De overkapping die Van de Rijdt ontwierp wordt heel licht op onderdruk gehouden, de geur dringt
daardoor niet naar buiten. Maar de keuze voor doek als gevelbekleding heeft nog een voordeel:
door het zeer geringe gewicht van het doek was er veel minder staal nodig voor de constructie. Het
stalen frame bestaat uit HE-profielen en is volgens de architect uitgevoerd als een nuchter skelet
met aan de bovenkant omgekeerde stalen dakplaten zonder isolatie. De constructie kon zo simpel
omdat er geen klimatologische eisen aan de ruimte gesteld worden.
Het geveldoek is translucent en werd geleverd door de firma Buitink uit Duiven. Het materiaal
lijkt nog het meest op het doek waarmee vrachtwagentrailers bekleed worden. De keuze voor
een gevouwen doek werd mede ingegeven door het feit dat de gehele onderconstructie uit
massief beton is opgetrokken. De overkapping, zo bedacht de architect, moest daar een soort
tegenwicht aan bieden. Om dat te bereiken, heeft het gebouw geen dakrand en is de onderkant
van ‘het gordijn’ net iets boven de betonnen bak geplaatst. Volgens Van de Rijdt geeft dit de illusie
van luchtige gewichtloosheid aan de constructie en ontstaat er een mooie balans met de zware
betonnen tunnels waarin het composteringsproces plaatsvindt.

Hoofdbrekens
Toch bleek werken met doek nog voor de nodige hoofdbrekens te zorgen. ‘Als architect werk je
niet vaak met doek als bouwmateriaal. Toch zag ik de overkapping wel voor me. Wat ik beslist
niet wilde, was dat er plooien in de overkapping zouden komen. Maar omdat het een onbekend
materiaal voor me was, wist ik dus niet hoe ik dat moest aanpakken. En toen bleek dat ik aan
Buitink een goede sparringpartner had.’
De oplossing was de constructie niet in één lijn te zetten, de gevelvlakken niet te groot te
maken en het doek onder spanning te brengen. ‘Ik heb de gevel als het ware rondom het frame
gevouwen. In overleg met Buitink hebben we een soort veersysteem toegepast dat het doek
permanent strak houdt. Bijkomend voordeel van het translucente doek is dat de laadruimte er een
lichte werkplek door geworden is.’
Ook over de kleur is goed nagedacht. ‘Het witte doek neemt gemakkelijk de kleuren van de
omgeving over. Bij een strak blauwe lucht krijgt de overkapping een blauwige zweem, bij regen is
hij grijs en als de zon ondergaat, dan is de tent knaloranje. De geledingen in de gevel voegen daar
een steeds wisselende schaduwwerking aan toe. Daardoor ziet de overkapping er nooit hetzelfde
uit. En terecht. Het gebouw is vanuit de wijde omtrek goed zichtbaar.’

Tekst Peter de Winter Fotografie Laura van Wezema-Russel 26ArchitectuurNL

25-26_champignonkwekerij.indd 26 16-10-18 08:20

Gerelateerd