ArchitectuurNL 05 2018 – pag. 44

ArchitectuurNL 05 2018 – pag. 44

Door: | 29-04-2021

De hoogoplopende discussie over hongerende dieren in
Oostvaarderplassen van vorige winter heeft landschapsarchitect Thijs
de Zeeuw met professionele interesse gevolgd. ‘De ophef over het
verhongeren en al dan niet bijvoederen van het aanwezige grootwild
roept de vraag op of we de natuur nog wel durven loslaten. We zijn zo
gewend om natuur te reguleren dat we niet meer gewend zijn aan de
dood. Wanneer zien we nou nog een dood paard of zelfs maar varkens,
terwijl we die we dagelijks eten?’ Wat De Zeeuw intrigeerde was de
achterliggende vraag: Welke risico’s zijn wij bereid te nemen om dieren
terug te brengen in onze leefwereld? In de waterrijke nieuwbouwwijk
Houthavens begeleidt de landschapsarchitect een ontwerpend
onderzoek van WUR studenten naar het uitzetten van bevers. ‘Wat
gebeurt er als de bever tuinen vernielt? Of bootjes kapot knaagt? Kun je
nagaan als er straks weer wolven rondlopen in Nederland. Willen we dat
eigenlijk wel?’
De Zeeuw is een van de weinige ontwerpers voor dierenverblijven in
Nederland. Zo ontwierp hij zes dierenverblijven in Artis en drie in de
dierentuin van de Armeense hoofdstad Jerevan. Zijn olifantenverblijf
in Artis was een van de tien nominaties voor het Beste Gebouw
van Amsterdam van 2018. Wat de dierentuin interessant maakt als
architectonische opgave zijn de tegenstrijdigheden, aldus De Zeeuw. ‘De
moderne dierentuin is een kennisinstituut maar tegelijkertijd ook een plek
om exotische dieren te zien. Het ontdekken en observeren daarvan moet
leuk en spannend zijn voor bezoekers, terwijl het dier juist geborgenheid
en veiligheid moet ervaren.’

Lokale vegetatie
Een dierentuin is feitelijk een park met daarin eilanden waarin
verschillende diersoorten leven, is de opvatting van De Zeeuw. ‘Dat park

moet een samenhang hebben maar elk eiland afzonderlijk heeft weer zijn
eigen samenhang. Voor elk dierenverblijf ontwerp ik telkens een nieuw
ecosysteem. In deze omgeving zit een dier dat samenleeft met andere
dieren maar ook met verzorgers, bezoekers en de omgeving buiten zijn
verblijf. Een dierentuin is opgebouwd uit diverse van deze kunstmatige
maar zelfstandige functionerende ecosystemen, eigenlijk net als het hele
Nederlandse landschap.’
Thijs de Zeeuw is opgeleid als landschapsarchitect aan de Academie
van Bouwkunst in Amsterdam. Zijn afstudeerproject was de transformatie
van de parkeerplaats van Artis tot stadsnatuur met lokale vegetatie, als
tegenwicht voor de exotische ecosystemen in de dierentuin. ‘Zo ben ik er
min of meer in gerold.’ Al heeft hij daarvoor sommige ontwerpprincipes
over boord moeten zetten. ‘Op de Academie van Bouwkunst leer je
dat je een dialoog moet aangaan met de gebruiker. Dat kan niet met
dieren. Bovendien past een dier zich niet aan, zoals mensen. Een dier is
genadeloos. Als het lee± limaat niet deugt, bijvoorbeeld omdat er te veel
licht is of de luchtvochtigheid te hoog, of door magnetische straling van
de materialen of elektriciteit, dan wordt dat niet geaccepteerd.’ Door deze
onvoorspelbaarheid blijft het ontwerp van een dierenverblijf vaak een
‘educated guess’, aldus De Zeeuw. ‘Hoe weet je wat de juiste zuurgraad
is van het water in een olifantenbassin? Of op wat voor steen gemzen het
liefste klimmen? Dat moet je zelf uitpuzzelen.’

Amateur-bioloog
Naast landschapsarchitect is De Zeeuw inmiddels ook amateur-bioloog.
Wat wil de olifant? Over deze curieuze vraag moest hij zich buigen bij het
ontwerp van het olifantenverblijf. Daarvoor las hij natuurboeken, soms wel
meer dan honderd jaar oud. Ook sprak hij uitvoerig met de dierverzorgers
van Artis. Zo leerde hij bijvoorbeeld dat de olifant zijn huid moeten

44ArchitectuurNL

1 2

42-43-44-45-46-47_platform.indd 44 16-10-18 08:18

Gerelateerd