ArchitectuurNL 05 2018 – pag. 45

ArchitectuurNL 05 2018 – pag. 45

Door: | 29-04-2021

schuren. ‘Daarom heb ik betonplaten met oppervlakten met verschillende
ruwheid geplaatst, want elke olifant heeft zo zijn eigen voorkeur. De
platen zijn geplaatst op de middagzon en hebben verschillende kleuren,
zodat ze meer of minder warmte vasthouden, zodat ze gebruikt kunnen
worden voor verwarming of verkoeling. De formatie van de platen zorgt
voor luwte, ongeacht de windrichting. De afstand tussen de betonplaten
biedt ruimte voor begroeiing. Wist je dat het plant- en boomafval in Artis
aan de dieren wordt gevoed?’
Behalve met de eindgebruiker – de olifant – moet De Zeeuw ook rekening
houden met de eisen van de verzorgers, van wie hij de meeste inmiddels
kent, afgaande op de vele begroetingen die hij maakt tijdens een
wandeling door Artis. ‘Zij zijn weliswaar grotendeels onzichtbaar maar
essentieel. Als zij hun werk niet goed kunnen doen, dan functioneert de
hele dierentuin niet meer.’ Ten slotte moet zijn architectuur in dienst staan
van de bezoekers. ‘Bij het krokodillenbassin had ik een kleine drempel
geplaatst tussen de betonvloer en het glazen hek. Daar kon de krokodil
precies zijn bek op leggen. Daar schrokken de bezoekers af en toe erg
van, zo’n vier meter lang roofdier met zijn bek bij je voeten.’
De beleving van de bezoekers weegt zwaar in het ontwerp. Voor het
olifantenverblijf bedacht De Zeeuw een verlaagd looppad door het
waterbassin. ‘Bezoekers kijken nu tegen de dieren op, wat ik heel
belangrijk vind. Bovendien zitten ze letterlijk met de neus op de savanne,
terwijl de andere bezoekers alleen wat hoofdjes boven het water zien,
waardoor het dierenverblijf optisch veel groter wordt.’ Het waterpad
zelf is overigens een ontwerp van architect Dingeman Deijs. ‘Door een
ragfijne damwand van cortenstaal met een overlopende waterspiegel
is de ingreep van een afstand nauwelijks zichtbaar. Een onzichtbare
barricade in het water voorkomt dat de olifanten naar de verdiepte brug
zwemmen.’

Ambachtelijk experiment
De inrichting van dierentuinen is voortdurend in verandering onder
invloed van nieuwe inzichten over veiligheid en dierenwelzijn maar ook
door vernieuwingen in de ethische kijk op de verhouding tussen mens
en dier. ‘De gebouwen uit de negentiende eeuw in Artis hebben een
koloniale uitstraling. Ze zijn gebouwd uit een soort trots op de exotische
dieren uit de overzeese gebieden van Nederland. De dieren werden
echt tentoongesteld.’ Vervolgens ontwikkelde de dierentuin zich tot
kennisinstituut gericht op onderzoek en educatie. ‘De natuurlijke habitat
van het oorsprongsgebied werd nauwgezet nagebootst. Maar een leeuw
in een groot verblijf heeft alleen maar zin als hij er ook kan jagen.’ De
dierentuin is complex en belast met een beladen symboliek. ‘Vaak is een
nabootsing van de oorspronkelijke habitat van een diersoort er vooral om
een romantisch verlangen van de bezoekers te bevredigen.’

1. Thijs de Zeeuw studeerde in 2011 af in landschapsarchitectuur op de
Academie van Bouwkunst in Amsterdam. In 2013 startte hij zijn eigen
bureau. 2 en 3. Buitenverblijf Aziatische Olifant Artis 2017. Het verblijf is
‘a¯ordances based’ ontworpen, vanuit het natuurlijk gedrag de olifant: het
zoeken naar voedsel, de eigen huidverzorging en het goede geheugen
dicteerden de vormgeving. Het volledig nieuwe landschap bootst de
natuurlijke habitat niet na, maar anticipeert zo veel mogelijk op het welzijn
van de dieren in hun huidige, stedelijke leefomgeving. De rotspartij die het
terrein structureert is opgebouwd uit 158 unieke betonslabs en herbergt
veel gedragsverrijkende elementen voor de dieren. Verschillende ruwheden
van het beton worden gebruikt voor het schuren van de huid, de losse
platen zorgen voor uiteenlopende hoeken en gaten waar de dieren naar
voedsel kunnen zoeken.

45 ArchitectuurNL

3

42-43-44-45-46-47_platform.indd 45 16-10-18 08:19

Gerelateerd