ArchitectuurNL 05 2018 – pag. 46

ArchitectuurNL 05 2018 – pag. 46

Door: | 29-04-2021

Culturele verschillen tussen dierentuinen in bijvoorbeeld Brazilië, Japan
of Zweden zijn er daarentegen nauwelijks. ‘Dierentuinen kopiëren alles
van elkaar, dat geven ze zelf ook toe.’ Ter illustratie toont De Zeeuw
foto’s van dierenverblijven met gecamoufleerde deuren, aftandse
speeltoestellen en minutieuze nagebouwde rotspartijen ‘van al gauw
anderhalve ton’. Met als triest dieptepunt een slee in een ijsbeerverblijf.
‘Dat kun je dus bijna overal tegenkomen.’
Het olifantenverblijf van De Zeeuw is geen slappe imitatie van een
Afrikaanse savanne of een Indiaas oerwoud. ‘Ik heb in eerste instantie
gekeken naar wat de olifant nodig heeft. Het is ontworpen voor olifanten
die leven in een stad, die vaak zelfs hier zijn geboren.’ Hierdoor
werd het ontwerp ook een architectonische uitdaging. ‘Ik had geen
referentiekader, want zo’n eigentijds dierenverblijf bestond nog niet.’ Zelfs
het maakproces was een ambachtelijk experiment. ‘Voor de betonplaten
is een nieuw proces van beton gieten in houten mallen ontwikkeld.’

Natuur-inclusief bouwen
Na vijf jaar hoofdzakelijk architectuur voor dieren te ontwerpen, tast
De Zeeuw af of hij deze specifieke kennis kan toepassen in reguliere
stedenbouw. Hij heeft onlangs ingeschreven op een tender voor
natuur-inclusief bouwen, waarbij de stadsnatuur een vanzelfsprekende
en gelijkwaardige rol speelt in een nieuwbouwplan, denk aan
vogelhuizen en vleermuiskasten. ‘Hierbij maak ik gebruik van reguliere
ontwerpprincipes als enrichment en aŠordances. Een verrijkte
leefomgeving is essentieel voor dieren, want bij verveling krijgen ze
stress.’
Daarnaast moet een menselijke bebouwing voldoende mogelijkheden
bieden om door dieren te worden toegeëigend tot leefomgeving.’ De
Zeeuw ziet hierbij overeenkomsten tussen mensen en dieren. ‘Voor het

verblijf van de prairiehonden heb ik een zandheuvel ontworpen waar
ze hun eigen holen kunnen graven.’ Lachend: ‘Een zel¯ouwkaveltje
eigenlijk. Mensen willen eenzelfde keuzevrijheid in het creëren van de
eigen leefomgeving. Door jarenlang dieren te observeren heb ik ook veel
geleerd over het menselijk gedrag.’

Aapjes kijken
De vraag of de dierentuin een achterhaald instituut is, is aan De Zeeuw
dan ook niet besteed. ‘Het wérkt’, zegt hij, terwijl hij zijn armen spreidt
naar de drommen vrolijke families en enthousiaste schoolklassen op de
wandelpaden. ‘Zeker nu wij steeds meer in steden wonen en nauwelijks
nog met dieren in aanraking komen, vervult de dierentuin een wezenlijke
menselijke behoefte aan natuur. De vraag is alleen: wat is de juiste manier
om mensen met dieren in contact te brengen?’ De meeste dierentuinen
hebben een traditionele verdeling in diersoorten, waardoor een bezoek
als snel het spreekwoordelijke aapjes kijken wordt. ‘Dat gaat voorbij aan
de complexiteit van de natuur. Misschien moeten we daarnaast af van het
idee elke dierentuin zo veel mogelijk verschillende dieren moet tonen.
Waarom bijvoorbeeld geen dierentuin met uitsluitend dieren die passen
in het lokale klimaat. Of met dieren die enigszins in verband met elkaar
staan.’ Ook zet De Zeeuw een vraagteken bij de nieuwe rol van dierentuin
in de preservatie van diersoorten. ‘Je kunt je afvragen hoe zinvol het is
om een diersoort te behoeden voor uitsterven, als de enige beschikbare
leefomgeving een dierentuin is waar ze worden tentoongesteld?’
Hoe moeten mens en dier met elkaar omgaan? Voor het antwoord op
deze fundamentele vraag is De Zeeuw Zoo of the Future (ZOOOF)
gestart, een meerjarig onderzoeksprogramma. ‘Staat de mens wel boven
het dier? Iemand die zijn hond uitlaat, loopt eigenlijk slaafs achter zijn
huisdier aan, raapt zijn stront op en geeft het een hondenkoekje zodra

46ArchitectuurNL Tekst Jeroen Junte

4 5

42-43-44-45-46-47_platform.indd 46 16-10-18 08:19

Gerelateerd