ArchitectuurNL 05 2018 – pag. 51

ArchitectuurNL 05 2018 – pag. 51

Door: | 29-04-2021

vochtigheid, temperatuur opslagplaatsen
en privacy maken de leefomstandigheden
onmenselijk.

7. 2018, De norm, van het
hulpverleningsinfuus
Na jaren van uitsluiting en verval besluiten
lokale autoriteiten in te grijpen. De gemeente
neemt het heft in handen. Hulpdiensten
en faciliteiten worden geformaliseerd en
getransformeerd tot publieke en openbaar
toegankelijke voorzieningen. Een inclusief
masterplan, dat rekening houdt met de
bijzondere eigenschappen en karakteristieken
van jaren van isolement, stuurt nieuwe
ontwikkelingen aan. Vluchtelingen krijgen voor
het eerst sinds de bezetting van het kamp
het recht op de eigendom van de grond die
men bewoonde. Door het implementeren van
eigendomsrecht worden de vluchtelingen
eindelijk o¶cieel geregistreerde bewoners van
de nederzetting.

8. 2050, De norm, een nieuw
stedelijk prototype
Na de stedenbouwkundige interventie en
economische en programmatische impulsen
begint de nederzetting zich bottom-up te
ontwikkelen. Het voormalig kamp maakt nu
volledig onderdeel uit van het bestuurlijk
orgaan, het ruimtelijk beleid en de stedelijke
dynamiek van de stad. De revitalisering van het
gebied heeft een aantrekkelijke marktwerking
en blijkt op de lange termijn een betrouwbare
beleggingsportefeuille voor publiek en privaat
vastgoed. Door de voormalige heterotopie
te normaliseren ontstaat in werkelijkheid een
nieuwe norm, een nieuwe waarde. Een uniek

prototype woonmilieu met onderscheidende
stedelijke eigenschappen en voorwaarden.
Een leefomgeving met een in potentie nieuwe

set aan iconische a¯eeldingen van een veel
grotere waarde, relevantie en inhoud.

The possibility of a project
Ga er maar aanstaan. Afstuderen op een vluchtelingenkamp, omdat je dit een zeer relevante
opgave vindt terwijl daar, met uitzondering van het UNHCR handboek voor noodgevallen,
nauwelijks alternatieve praktijkvoorbeelden van te vinden zijn. Toch is Bram van Ooijen er na een
spannende zoektocht in geslaagd een overtuigend betoog op te stellen, waarbij valkuilen zijn
gemeden zonder de complexiteit geweld aan te doen. Deze uiteindelijke focus levert een heldere
stellingname op over de mogelijke inbreng van stedenbouw in een debat over ontwikkelingshulp
en vluchtelingenopvang in de regio.
De complexiteit van zijn afstudeerproject bestaat vooral uit de helse realiteit van de opgave die
duidelijk maakt dat het niet gaat om een stedenbouwkundige oplossing van het probleem, maar
om het inzetten van verbeeldingskracht om zodoende het debat erover inzichtelijk te maken. Met
andere woorden, Bram laat zien wat ontwerpend onderzoek en een getekend stedenbouwkundig
plan kan toevoegen aan het denken en handelen over deze problematiek.
De stelling dat het een logische en noodzakelijke stap is om het vluchtelingenkamp Al-Wihdat
bestuurlijk onderdeel te maken van de stad Amman is de kern van de opgave en de positie van
Bram in het debat. Hij is daarvoor heel precies ingaan op de fysieke, economische en sociaal-
maatschappelijke context. Met andere woorden de consequenties van zijn ingrepen op de lokale
samenleving. Zo ontstond een ‘what if’ voorstel, oftewel ‘the possibility of a project’. Het denken
in mogelijkheden verleende Bram de vrijheid om heel gedetailleerd te ontwerpen, juist omdat het
onderzoek niet pretendeert dat het zo moet worden maar agendeert en zichtbaar maakt waarover
het debat ook moet gaan: de kansen van regionale vluchtelingenopvang in stedelijk gebied.
Tenslotte leverde juist deze precieze ontwerpoefening, dit onderzoek, op dat zijn fascinatie voor
het debat en de theorie gestaafd kon worden. Nu kon zijn stelling overtuigend worden onderbouwd
dat een vluchtelingenkamp nooit in het niemandsland mag worden neergezet. Niet alleen omdat
stedelijke vluchtelingen per definitie naar steden vluchten, maar door Al-Wihdat onderdeel te
maken van de stad Amman, wordt zichtbaar dat de nieuwe bewoners kansen kunnen benutten om
een menselijk bestaan op te bouwen. Daarom is het te prijzen dat Bram zijn afstudeerwerk verwerkt
heeft in een prachtig vormgegeven manifest, dat aantoont dat zo’n manier van denken helpt deze
realiteit onder ogen te zien en daarmee onderdeel te maken van een narratief over steden van de
toekomst wereldwijd.

Martin Aarts, mentor Rotterdamse Academie van Bouwkunst

Huidige norm Heteropia Nieuwe norm

51 ArchitectuurNL

48-49-50-51_master.indd 51 16-10-18 08:18

Gerelateerd