ArchitectuurNL 06 2016 – pag. 34

ArchitectuurNL 06 2016 – pag. 34

Door: | 29-04-2021

De Veldacademie werkt altijd vanuit het
perspectief van bewoners en ondernemers in het
gebied. Onze aanpak bestaat uit het organiseren
van gesprekken tussen de verschillende
partijen. We hebben methodieken ontwikkeld
om de kennis die we opdoen uit de gesprekken
met onze focusgroepen te selecteren en te
visualiseren. Hiermee brengen we een cyclus
op gang van kennisontwikkeling: we selecteren,
visualiseren en gaan weer terug de wijk in om
een verdiepingsslag te maken. Net zo lang tot we
snappen wat er speelt en in welke richting je de
oplossing moet zoeken.

Waarom moet je al die moeite doen?
Als je eerst een goed draagvlak organiseert
in een woonwijk, dan zal de proceduretijd
aanzienlijk afnemen. Dat betaalt zich dubbel

Architect Otto Trienekens (45) is een ondernemer die wordt gedreven
door de innerlijke ambitie ‘gezonde’ steden te maken. Waar het hem
om gaat, is hoe we met z’n allen de stedelijke leefomgeving zo kunnen
inrichten dat er aantrekkelijke leefmilieus ontstaan die in ruimtelijk
en sociaal opzicht matchen. Mensen kunnen er niet alleen (tot op
hoge leeftijd) wonen en werken, maar ook recreëren en zich verder
ontwikkelen. Hij is opgeleid aan de TU Delft en heeft als architect
zo’n vijftien jaar gebouwd en in de uitvoering gewerkt. Meestal aan
binnenstedelijke bouwopgaven.
Geleidelijk kwam hij in de binnenstedelijke ontwikkeling terecht.
Aanvankelijk in Amsterdam, later ook in Den Haag, Utrecht en Rotterdam.
Een goed voorbeeld op dat vlak is het Louis Hartlooper Complex (LHC) in
Utrecht; een binnenstedelijke herontwikkeling van een bestaand stukje
van de Utrechtse binnenstad. Het LHC is ondergebracht in een voormalig

politiebureau uit 1927 op de Tolsteegbrug in het Museumkwartier. Het
complex is een rijksmonument in de stijl van de Amsterdamse School
en ontworpen door de Utrechtse stadsarchitect J.I. Planjer. Hij ontwierp
ook de naastgelegen brug met kademuur en de tramhalte. Trienekens
opdracht was deze plek te transformeren in een Arthouse met vijf
bioscoopzalen, kantoorruimte en plek voor exposities.

Wat zegt het LHC over jouw architectonische
opvattingen?
Het laat zien dat het me primair om mensen te doen is. Een gebouw
bestaat voor mij bij de gratie van leven en gebruik. Ik zie een gebouw
als een ontmoetingsplek waar je initiatieven kunt ontwikkelen die
bijdragen aan de levendigheid van de stad. De opdracht in Utrecht
was een Arthouse te ontwikkelen, waar niet alleen vanuit film gedacht
mocht worden (cineast Jos Stelling was opdrachtgever, red.), maar
vanuit arrangementen. De vraag was hoe je op die plek in de stad een
ambiance kon creëren waar kijken en gezien worden, uitgaan, eten,
drinken en gezelligheid vanzelfsprekend in elkaar zouden overlopen.
Juist de complexiteit van het geheel maakte de opdracht interessant. Je
had er te maken met een bestaande stedelijke context, stakeholders met
elk hun eigen belangen en een monumentaal politiebureau plus brug
met alle sentimenten en verhalen die daarbij horen. Die gelaagdheid
fascineert me.

Waarom heb je de Veldacademie medeopgericht?
De Veldacademie werd negen jaar geleden opgericht op verzoek van
de gemeente Rotterdam. Het gemeentebestuur wilde gebiedsgericht –
dus vanuit een wijk – gaan werken en ontwikkelen en toen bleek dat er
nauwelijks kennis voorhanden was over partijen ín de wijken. Het idee
was dat als je die kennis zou bundelen, je tot betere wijkontwikkeling kon
komen. Mijn opdracht was een wijkgericht kenniscentrum op poten te
zetten in combinatie met onderwijsinstanties zodat we veel beter in kaart
konden brengen wat er in een wijk speelt en waar de behoeftes lagen.
Op basis van die gebundelde kennis wilde Rotterdam betere woonwijken
gaan ontwikkelen.

De Veldacademie focust op sociaal-ruimtelijke
ontwikkeling. Leg dat eens uit.

34ArchitectuurNL Tekst Peter de Winter Fotografie Martin Wengelaar

32-33-34-35_interviewotto.indd 34 29-11-16 14:24

Gerelateerd