ArchitectuurNL 06 2018 – pag. 20

ArchitectuurNL 06 2018 – pag. 20

Door: | 29-04-2021

Zo uit een sprookjesboek gevallen leek
het Waterloopbos bij Marknesse, in de
Noordoostpolder, toen ik het in 2015 voor
het eerst bezocht, naar aanleiding van het
Europees Jaar van het Industrieel Erfgoed.
Op deze plek bouwden de ingenieurs van
het Waterloopkundig laboratorium in de jaren
vijftig en zestig van de vorige eeuw gigantische
schaalmodellen om ontwerpen voor havens,
dammen en delta’s te testen; delegaties
vanuit de hele wereld kwamen hier kijken
wat de Nederlandse ingenieurskunst vermag.
Nadat het werk in de jaren zeventig en tachtig
verplaatst was naar hallen en computers, werd
het gebied in 1996 verlaten, waarop de natuur
het overnam; je vindt er bijzondere planten,
libellen en vlinders, op de achtergrond hoor je
het gekabbel van het water en dan zijn er nog
die woest-romantische openluchtmaquettes,
overwoekerd door het groen.

Angstaanjagend mooi
Met hun kunstwerk Deltawerk //, dat de
nieuwe entree vormt tot het 120 hectare grote
terrein, hebben Studio RAAAF en Atelier
de Lyon deze plek getransformeerd tot een
sublieme ervaring. De ontwerpers hebben het
voormalige golfbassin, een zeven meter hoge,
tweehonderdvijftig meter lange betonnen bak,
die verstopt lag in een aarden wal, uitgegraven.
Vervolgens zijn ze de betonnen muren met een
cirkelzaag te lijf gegaan. De zevenentwintig
uitgezaagde platen hebben ze negentig graden
gedraaid en gekanteld, zodat je nu dwars
door de betonnen bak heen kijkt en het bos
in kan lopen. De platen zien er uit als een rij
reusachtige dominostenen, die tijdens het
omvallen zijn ‘bevroren’. De enormiteit van het
bouwwerk, dat door de reflectie in het water
nog groter lijkt, boezemt ontzag in. De mystieke
sfeer en het brute materiaal roepen associaties
op met Stonehenge of Maya-tempels. Het
is angstaanjagend mooi om tussen de
metershoge constructie door te lopen, en onder
de schuine platen te staan, die als een zwaard
van Damocles boven je hoofd hangen; je wordt
er stil van.

Insel Hombroich
Deltawerk // is de eerste, ambitieuze stap in
de herontwikkeling van het Waterloopbos,
sinds 2002 in bezit van Natuurmonumenten;
daarvoor was het in handen van een
projectontwikkelaar die er vakantiebungalows
wilde bouwen. Omwonenden kwamen in
opstand, de natuur werd gered en het terrein

opengesteld voor publiek. Maar een plan voor
de toekomst van het vervallen erfgoed ontbrak
aanvankelijk.
Het was architect Madeleine Maaskant, in
2010 bij Natuurmonumenten aangetreden
als hoofd van de afdeling Gebouwen, die
zich sterk maakte voor de ontwikkeling van
een overkoepelende visie voor het bos en
zijn bouwwerken. Ter inspiratie bezocht ze
samen met de Rijksdienst voor Cultureel
Erfgoed (RCE) het Duitse Insel Hombroich, een
museum in de openlucht waar kunst, (wandel)
natuur en architectuur hand in hand gaan,
en dat uitgroeide tot een topattractie. Het
overtuigde hen om te ‘Kiezen voor Karakter’,
zoals de Visie Erfgoed en Ruimte (2011) van
het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap heet. Deze visie is gericht op het
integreren van cultuurhistorie in ruimtelijke (her)
ontwikkelingen; hoe kun je het verhaal van het
Waterloopbos opnieuw vormgeven?

Hardcore Heritage
In 2013 – het gebied is dan op de nominatielijst
voor rijksmonumenten gezet, bureau Steenhuis
Meurs werkt aan een culturele waardebepaling
– krijgt Ronald Rietveld van RAAAF van de RCE
de tip om er eens te gaan kijken en zich in die
vraag te verdiepen. De RCE heeft gezien hoe
de ontwerpers met hun strategische visies en
gedurfde ingrepen nieuwe ontwikkelingen in
gang weten te zetten rond vergeten gebouwen
en gebieden. Met hun doorgezaagde bunker
langs de A2 bij Culemborg (2012) gaven
ze letterlijk een nieuwe inkijk in het militair
erfgoed. Paradoxaal genoeg leidde deze brute
ingreep ertoe dat dit gemeentelijk monument
tot rijksmonument benoemd werd. Hardcore
Heritage noemt RAAAF deze aanpak: door
doelbewuste destructie en radicale verandering
van de context worden heden, verleden en
toekomst met elkaar verbonden.

Twee scenario’s
De ontwerpers zijn meteen wild enthousiast
over het Waterloopbos; vooral de Deltagoot,
die op dat moment nog gebruikt wordt om
tsunamihoge golven op te wekken, spreekt tot
de verbeelding. Samen met kunstenaar Erick
de Lyon melden ze zich bij Natuurmonumenten,
met een ‘ongevraagd advies’ dat ze
mogen uitwerken tot een toekomstvisie. Ze
presenteren twee opties. Hun droomscenario
is om het bos te herontwikkelen tot het Wereld
Water Laboratorium, dat Nederland opnieuw
op de kaart moet zetten als grootheid op het

gebied van waterbouwkunde; denk aan de
betrokkenheid van Nederlandse architecten
en ingenieursbureaus bij het programma
Rebuild by Design voor de Amerikaanse
oostkust, waar orkaan Sandy in 2012 een ramp
aanrichtte. Een langetermijnvisie waarvoor veel
verschillende partijen – bedrijven, overheden,
lokale ondernemers – nodig zijn en dat forse
investeringen vergt. Natuurmonumenten ziet
dan ook meer in plan B, dat ‘Experimenteel
Conserveren’ heet.
Het idee is om essentiële elementen uit
de modellen en het landschap overeind
te houden en hiermee het verhaal van het
Waterloopbos ervaarbaar te maken; met geld
van de Postcodeloterij is eerder al een aantal
schaalmodellen weer zichtbaar gemaakt en
een wandelroute aangelegd. Andere delen
van het openluchtlaboratorium worden niet
gerenoveerd of gesloopt. De Deltagoot,
het grootste schaalmodel, strategisch
gelegen aan de rand van het bos naast de
parkeerplaats, krijgt een sleutelrol als icoon
en publiekstrekker; Natuurmonumenten hoopt
er in 2026 jaarlijks 200.000 dagjesmensen
mee te trekken. Hieruit volgt in 2016 de
kunstopdracht.

Onverwoestbare delta wankelt
De kracht van Deltawerk // is hoe het een
spectaculaire zintuigelijke ervaring combineert
met ruimte voor contemplatie – passend bij
de plek midden in de natuur. De ontwerpers
zijn erin geslaagd om de geschiedenis en
oorspronkelijke doel van de Deltagoot en
het Waterloopbos voelbaar te maken: ‘het
streven naar een onverwoestbare delta’,
zoals architect Ronald Rietveld het omschrijft.
Hij is gefascineerd door deze periode in
de waterstaatgeschiedenis, ‘waarbij de
allerzwaarste middelen waren geoorloofd om
de zee te bedwingen’. Door de aarden wal
rond de betonnen muren te verwijderen en de
muren door te zagen, zie je welke immense
constructie nodig was om de kracht van
de golven op te vangen: tachtig centimeter
dik beton gevuld met grof grint en stalen
wapeningsstaven, die je nu ziet in de snedes,
en kunt aanraken.
Tegelijk werpt het kapot gemaakte
‘Deltawerk’ een kritische vraag op: is het
idee van onverwoestbaarheid nog houdbaar
met de stijgende zeespiegel? Door het
bassin uit te graven, staat het nu zelf deels
onder water. Dat wil niet zeggen dat de
ontwerpers het vertrouwen in de Nederlandse

20ArchitectuurNL Tekst Kirsten Hannema

18-19-20-21_deltaraaaf.indd 20 26-11-18 16:05

Gerelateerd