ArchitectuurNL 06 2018 – pag. 31

ArchitectuurNL 06 2018 – pag. 31

Door: | 29-04-2021

Architecten hebben steeds meer oog voor het belang van goede verlichting, merkt Schoutens.
Hij wordt met regelmaat gevraagd om zijn kennis te delen op seminars of bij een opleiding als
bouwkunde. ‘Maar er is toch nog relatief weinig kennis op dit gebied. Natuurlijk, elke architect zegt
dat hij zoveel mogelijk daglicht in een gebouw brengt, maar dat is niet genoeg.’ Hoe meer licht hoe
beter, zegt de lichtspecialist. ‘Teveel licht bestaat niet. Ja, als je op 21 juni bovenop de Kilimanjaro in
de sneeuw staat te kijken, dat kan het oog bijna niet meer aan.’
De verlichting in het gemiddelde kantoor definieert hij als ‘verschrikkelijk’. ‘Kijk naar de natuur.
We zijn buitendieren, we worden wakker bij het krieken van de dag en moeten eigenlijk met de
kippen op stok. Zo hebben we het eeuwenlang, sinds de prehistorie, gedaan. Pas relatief kort
werken we in gebouwen, waar het tot wel 200 keer zo donker is als buiten. Eigenlijk sluiten we
ons zelf de hele dag op in een grot.’ Maar die ‘grot’ voldoet toch aan arbo-normen, ook wat betreft
lichttoetreding? ‘De arbo-norm voor een werkplek is 500 lux horizontale verlichtingssterkte. Maar
dat slaat nergens op. De praktijk loopt enorm achter bij wat we nu weten en wat wetenschappelijk
is bewezen. Die norm zou 2000 of 2500 lux moeten zijn. Het licht in een kantoor valt voornamelijk
verticaal, vanuit een armatuur in het plafond. Er blijft dan vaak maar 250 lux over dat op ons oog
valt en dat is veel te weinig. Het gaat uiteindelijk om de reflectiewaarden.’

Productiever
En als er meer licht is op onze werkplek,
wat dan? ‘We functioneren beter bij hogere
lichtwaarden. We hebben een betere
stemming, we voelen ons beter, we maken
minder fouten, we zijn productiever. Bij de
juiste kleurtemperatuur en intensiteit ben je
meer alert, beter geconcentreerd.’ Een hoge
lichtintensiteit met een lage helderheid, dat is
prettig. Geen puntbelichting, maar gelijkmatig
licht, zoals buiten. ‘Een plafond dat helemaal uit
licht bestaat, dat is het beste.’
Aan de basis van zijn fascinatie voor
gezond licht staan zijn eigen ervaringen als
verpleegkundige in de psychiatrie, ruim 35 jaar
geleden. ‘Ik draaide veel nachtdiensten en ik
werd enorm chagrijnig vanwege de verstoring

van mijn dag-nachtritme.’ Hij werd gevraagd om het fenomeen lichttherapie voor winterdepressie
te onderzoeken en ging zelf aan de slag: ‘Ik timmerde een cabine in elkaar die ik vol hing met tl-
buizen met een hoge lichtkleur. Patiënten en collega’s vonden het prettig en hadden er baat bij.
Wetenschappelijk stelde het nog niet veel voor, er was helemaal geen controlegroep bijvoorbeeld.
Maar het was een begin.’

Licht en gezondheid
Hij haalde zijn kennis uit eigen onderzoek, uit medische bibliotheken (internet bestond nog niet) en
kwam in contact met dr. Ton Begemann, toen nog vice-president van Philips Lighting in Eindhoven.
‘Wij waren aanvankelijk roependen in de woestijn, maar er kwamen steeds meer vragen over
de relatie licht en gezondheid.’ Binnen de Stichting Onderzoek Licht en Gezondheid deed hij
bijvoorbeeld onderzoek naar het belang van goede verlichting in de verpleeghuiszorg, of voor
mensen die in ploegendiensten werken.
Met zijn bedrijven FluxPlus en Chrono Eyewear ontwikkelt hij inmiddels producten zoals de
lichttherapiebril Propeaq met verwisselbare, verschillend gekleurde glazen, en de E-Qube, een
flexplek met biodynamische verlichting. Want het gaat niet alleen om voldoende licht, maar ook
om de dynamiek en de lichtkleur. Schoutens: ‘Biodynamische verlichting bootst de daglichtcyclus
na. Dynamisch gaat over de intensiteit, bio over de kleurtemperatuur: die moet wisselen. Begin
van de dag moet je blauwig licht hebben, ’s avonds meer rood.’ Veel blauw licht ’s avonds remt de
aanmaak van het ‘slaaphormoon’ melatonine.
‘Wij werken veel voor meldkamers, in de petrochemie; extreme situaties met drieploegendiensten
waarin mensen super alert moeten zijn. We doen eerst uitgebreid onderzoek, een nulmeting, de

1. Achmea test de E-Qube, een door Schoutens
bedrijf ontwikkelde lichtkubus. 2 en 3. De
E-Qube kan worden ingezet als flexwerk-plek,
waar werknemers met een programma zelf
de lichtkleur en hoeveelheid licht aan kunnen
passen. Het is ook mogelijk om af en toe een
‘lichtboost’ te krijgen.

2

3

31 ArchitectuurNL

LICHTONTWERP

30-31-32-33_licht.indd 31 26-11-18 13:12

Gerelateerd