Sanitair belang

Inspiratie, Interieur

Sanitair belang

Door: Emy Vesseur | 16-12-2014

Toiletten zijn in de Nederlandse architectuur te vaak een vanzelfsprekende sluitpost op de begroting. Bij Hans van Heeswijk architecten krijgen ze juist evenveel aandacht als de rest van het ontwerp. ‘Als de entree van een gebouw mooi is, maar het toilet armoedig, val je als architect door de mand.’ Vooral in openbare gebouwen en kantoren zouden sanitaire ruimten het uithangbord van de onderneming moeten zijn.

‘De ketting is zo sterk als de zwakste schakel,’ zegt Hans van Heeswijk van het gelijknamige architectenbureau uit Amsterdam. Naar zijn mening moet het hele gebouw, inclusief het toilet, met dezelfde zorgvuldigheid en detaillering ontworpen zijn. ‘Daar besteden we veel aandacht aan en daarin volgen we de filosofie van Aldo van Eyck, voor wie ik na mijn afstuderen enkele jaren werkte. Aldo leerde mij niet alleen te letten op de grote gebaren. Zelf keek hij bij het beoordelen van een bouwplan altijd eerst naar de toiletten. Had de ontwerper daar geen aandacht voor, dan was hij in zijn ogen een slechte architect.’

Hoge afwerking

Bij bouwprojecten zijn sanitaire blokken vaak een erg vanzelfsprekende sluitpost op de begroting. Nederlanders vinden ze kennelijk niet belangrijk. Omdat het toch al gauw een vieze boel wordt, kiezen we voor de goedkoopste tegel. ‘Ook hebben we de merkwaardige cultuur om het toilet te decoreren met bloemetjes of lijntjes, terwijl er wel een supermoderne BMW voor de deur staat,’ schetst Van Heeswijk de stand van zaken. ‘Maar juist in kantoren en openbare gebouwen is de afwerking van sanitaire ruimten heel belangrijk,’ meent hij. ‘Een hoog afwerkingsniveau betekent niet per definitie duurder, maar wel dat er meer aandacht aan is besteed. Daarmee toon je respect voor de gebruiker en voorkom je dat er snel verloedering intreedt.’ Als voorbeelden van gebouwen waarin sanitaire ruimtes de aandacht krijgen die ze verdienen, noemt Van Heeswijk de uitbreiding en renovatie van het Mauritshuis en het nieuwe entreegebouw van het Van Gogh Museum, waarbij zijn bureau betrokken is. In de sanitaire ruimtes van beide musea zijn de wastafels op maat gemaakt en de wanden gelakt of voorzien van geëmailleerde glasplaten. In het Mauritshuis is de verlichting aangebracht in een verdiepte koof achter de wastafel. ‘Kille tlverlichting maakt de ruimte hokkerig.’ In het Van Gogh Museum worden de wastafels begrensd door speciaal ontworpen roestvrijstalen servicezuilen voor handdoekjes en afval.

Slakkenhuis

Behalve een afwerking die past bij de rest van het gebouw, moet een goede sanitaire ruimte volgens Van Heeswijk voldoen aan een aantal andere eisen. Ten eerste moet de indeling goed zijn. ‘Je moet nooit vanuit de gang direct in de sanitaire ruimte kunnen kijken, waar iemand net zijn kleren goed doet,’ zegt de architect. ‘De toiletbezoeker moet via een soort slakkenhuisroute, dus twee keer de hoek om, van openbaar naar privé komen.’ Daarnaast is het aantal en de grootte van de toiletten van belang. ‘Om je fatsoenlijk te kunnen bewegen heb je minstens een ruimte van 1.50 m diep nodig. En altijd twee haakjes: een voor de jas en een voor de tas.’ Om file voor de wastafels te voorkomen, adviseert hij om spiegels niet achter de wastafels te plaatsen. ‘Beter één grote spiegel waarin de bezoekers zich helemaal kunnen zien.’ Onderhoudsvriendelijkheid is een ander belangrijk aspect. Van Heeswijk noemt natuursteen en roestvrijstaal in dat opzicht ideale materialen. Ze beschadigen nauwelijks en zijn makkelijk schoon te houden. Roestvrijstaal is bovendien bestand tegen agressieve schoonmaakmiddelen. Vloeren moeten volgens hem zo naadloos mogelijk worden gelegd met opstaande RVSplinten en een schrobputje. Van Heeswijk: ‘Kitvoegen gaan op den duur toch schimmelen en houten plinten rotten weg. Daarom zie je in onze ontwerpen altijd grote tegels of gietvloeren.’ Als wandafwerking geeft hij de voorkeur aan epoxymuurverf en glaspanelen boven keramische tegeltjes. ‘Dat is even duur als betegeling tot aan het plafond, maar de totale aanblik is veel beter en meer van deze tijd.’ Hangende toiletpotten zijn inmiddels standaard in alle nieuwbouw. ‘Staande potten kom je hooguit nog bij renovatie van sociale woningbouw tegen.’

Hermitage

Omdat het bouwproces eindigt met de afwerking, wordt daar op het laatste moment vaak op beknibbeld. ‘Een verkeerde bezuiniging,’ vindt Van Heeswijk. ‘Een deurklink of toilet komt juist het dichtst bij als je een gebouw gaat gebruiken. Bij budgetoverschrijding kun je beter de losse inrichting of tuinaanleg voor je uitschuiven. Achteraf het toilet opwaarderen, gebeurt bijna nooit.’ Een uitzondering hierop vormen de toiletgroepen in de Hermitage, ook een project dat door zijn bureau is aangepakt. ‘Bij de verbouwing van gebouw de Amstelhof hebben we ons vergist in het succes van het museum. De toiletgroepen werden daardoor intensiever gebruikt dan vooraf voorzien. Het afwerkingsniveau van de wanden is daarom later aangepast en verbeterd.

Fotografie Luuk Kramer en Boaz van der Wal

Gerelateerd

Tags: , , , , , ,

    Schrijf een reactie