Spagaat tussen volk en cultuur

Spagaat tussen volk en cultuur

Inspiratie, Projectanalyse
Door: Redactie ArchitectuurNL | 01-09-2014

De gemeente Den Haag zit in een spagaat tussen haar bestuurlijke ambities en de eigen bevolking. Het Spuiforum werd op 8 november 2012 door de raad aanvaard, maar of het besluit de gemeenteverkiezingen van 2014 gaat overleven wordt spannend. Immers, een belangrijk aspect werd over het hoofd gezien, de internationale bevolking heeft geen boodschap aan lokale bestuurders met flagships, zeker niet als het geld kost. Daarbij is ook veel weerstand tegen de sloop van het amper 25 jaar oude RO/ NDT-gebouw en dreigt eenzelfde lot het huidige gebouw van het Koninklijk Conservatorium bij leegstand.

Culturele Hoofdstad 2018

Het Spuiforum is een economisch en cultureel concept, het had Den Haag een gezicht moeten geven als zij tot Culturele Hoofdstad 2018 was verkozen. Echter het gebouw is veel meer dan dat, het is ook het sluitstuk van de ‘Kampagne Stadsvernieuwing als Kulturele Aktiviteit’ en de idealen van de compacte stad waarmee sociaaldemocraten zoals Adri Duivesteijn in 1985 als een cultureel proces brachten dat de hele stadsbevolking aanging. Het gaat er vooral om de inwoners van Den Haag, afkomstig uit alle hoeken van de wereld, tot een waarlijk kosmopolitische bevolking te laten groeien. ‘Cultuur is een middel bij uitstek om die verschillen tussen groepen te overbruggen’ betoogde wethouder Marjolein de Jong in 2012. Cultuur verenigt en geeft alle burgers van de stad iets gemeenschappelijks, is de theorie. Het exploitatiemodel met een brede programmering is gebaseerd op het idee dat de grote publiekstrekkers en evenementen de kleinere kunstvormen mogelijk maakt.

Het idee van het Spuiforum en Culturele Hoofdstad werd waarschijnlijk geboren tijdens het Congres Citymarketing in 2006 van de marketinggoeroe Philip Kotler, die Haagse bestuurshoofden deed suizen. De internationale ambitie zoals deze in de structuurvisie Wereldstad aan Zee uit 2005 werd bezongen, kreeg hiermee mede gestalte. In 2008 zouden het Spuiforum en de kandidaatstelling als Culturele Hoofdstad worden geentameerd door Haagse bestuurders om het culturele imago te versterken. Een jaar later waren alle ambities ambtelijk verwoord. In het toenmalige college waren de coalitiepartijen PvdA, VVD en Groen Links een warm voorstander van het Spuiforum, toen nog Cultcore genoemd, na de verkiezingen van 2010 was Groen Links tegen en waren opeens het CDA en D66 warme voorstanders. Coalitie voor, oppositie tegen, zo eenvoudig is de Haagse politiek.

De concentratie van cultuur heeft ook een spinoff op het verblijfklimaat in de stad zelf. Den Haag transformeerde de laatste 25 jaar tot een aangename ‘hub van verpozen’ met een bierplein (de Grote Markt), een bubbeltjesplein (het Plein) en daartussen met een enorme concentratie van winkels. Goed voor het vestigingsklimaat van internationale instellingen en alle toeristen. De stadseconomie vaart wel bij cultuur. Maar profiteert iedereen daarvan in de stad?

Stedenbouwkundig plan OMA

Er was veel ambitie maar een stedenbouwkundige visie was er niet. In februari 2009 deed OMA een stedenbouwkundige studie naar het Spuiplein en de inpassing van het Spuiforum in de omgeving. In totaal moest er 45.000 m2 van het Residentie Orkest (RO), het Nederlands Dans Theater (NDT) en het Koninklijk Conservatorium (KC) worden ondergebracht in een megagebouw. Er werd een brede en lage variant gepresenteerd en een hoge en smalle variant. De gemeente koos voor de brede en lage variant als uitgangspunt. Het was voor iedereen direct duidelijk dat er teveel bouwmassa met teveel programma op een te kleine plek werd geperst.

Een noviteit was dat OMA het Rabbijn Maarsenplein wilde verbinden met het Spuiplein. Van twee pleinen en een zeventiende-eeuwse kerk met een groene kamer eromheen wil men nu een Cultuurforum Spui maken. De studie van OMA ging verder niet in op de aansluitingen met omliggende wijken zoals de Rivierenbuurt.

In de stedenbouwkundige visie werd ook duidelijk waarom de overkant van het Spui bij het Spuiplein moest worden betrokken, men wil het doodse imago van het Spuiplein vitaliseren door aansluiting te zoeken met de gezellige horecapleinen in de binnenstad. Men betoogde: ‘Het toekomstige Spuiplein is niet enkel een verzameling culturele instellingen en fraaie gebouwen. De ontwikkeling van het dans- en muziekcentrum aan het Spuiplein wordt aangevuld met meer culturele voorzieningen en activiteiten, horeca, terrassen en uitgaansgelegenheden. De vervlechting met de rest van de binnenstad is essentieel.’ En toch ontbeerde de visie van OMA juist die aansluitingen met de omgeving.

De meest essentiele vraag werd niet gesteld: waarom werd Spuiplein niet het bruisende hart van Den Haag maar een leeg hart? Waarom werd het belangrijkste plein van de stad slechts bevolkt door skaters en mensen die de weg kwijt zijn? Van de tientallen pleinen in Den Haag werd het Spuiplein, ontworpen door de Spaanse architect Joan Busquets, gezien als het dieptepunt. Dat is niet te wijten aan de architect maar aan het ontbreken van een stedelijke plint rond het plein en de routing in de stad.

Men zou kunnen denken dat het probleem is op te lossen door er veel horeca te programmeren, echter het Spuiplein gaat net zoals het Rabbijn Maarsenplein vrijwel zeker de concurrentie met het charmante Plein en de gezellige Grote Markt verliezen. Het Spuiplein had dus een uitgesproken eigen karakter moeten krijgen die past bij de status van de gebouwen. Helaas werd dat over het hoofd gezien door OMA.

Prijsvraag 2010

Het prijsvraagprogramma voor het Spuiforum was overspannen en paste nauwelijks op de locatie en over de betekenis van het Spuiplein was niet nagedacht. Door het ontbreken van een gemeentelijke visie op dat deel van de stad, moest een architect met een gebouw het probleem met het Spuiplein oplossen. De opgave voor de architecten was dan ook vooral: geef Den Haag de glans die bij een wereldstad hoort en doe in godsnaam iets met het plein!

Er kwamen 54 aanmeldingen binnen voor de prijsvraag, waaronder die van Koolhaas. Een selectiecommissie koos daaruit 20 bureaus die hun ontwerpvisie mochten geven op het Cultuurforum Spuiplein. Uit de selectie werd duidelijk dat het vooral om architecten ging, die opvallende architectuuriconen kon ontwerpen voor de stad. Van de twintig geselecteerde architecten zouden er zestien een ontwerp inleveren.

Vanaf 7 mei 2010 waren deze ontwerpen te bezichtigen in het stadhuis. Wethouders waren openlijk opgetogen over Koolhaas en de flessen champagne werden al koud gezet in Rotterdam, immers na de schande van de Tweede Kamerprijsvraag en het debacle van de Stadhuisprijsvraag zag iedereen in Rem een terechte kanshebber. Alleen al zijn naam gaf de stad de internationale fonkeling. Toch zou alles anders lopen.

Tegenstand

Nog voordat de zestien architecten de plannen presenteerden verscheen er op 16 april 2010 in de lokale krant Den Haag Centraal een ingezonden brief ondertekend door een lange rij oud-wethouders, architecten, historici, artiesten, oud-ambtenaren, stedenbouwers etc. In de brief werd het belang van een kloppend hart voor Den Haag benadrukt, toch maakte men zich ernstig zorgen over de planvorming.

‘Er is geen stedenbouwkundige visie op de gebieden die hierop aansluiten. Het kan nooit een levendig intiem plein worden door de enorme omvang van een gebouw en de beperkte footprint. Het plan is niet faseerbaar te bouwen en dus niet uitvoerbaar. […] Om zoveel cultuurfuncties en diensten bij één exploitant onder een dak te brengen is in strijd met het eigen binnenstadsplan. De financiering is onzeker gezien de economische en financiële situatie. Men gaat uit van een verdubbeling van het aantal bezoekers om zo de exploitatieberekening rond te krijgen. […] Door de smalle bandbreedte aan handschriften en architectuuropvattingen die de stad gepresenteerd zal krijgen, is er echter geen sprake van pluriformiteit en daarmee niet van een wérkelijke keuze.’

Gezien het bovenstaande was het huidige nieuwbouwinitiatief tot mislukken gedoemd, aldus de Haagse briefschrijvers. Dit was niet alleen een enorme gemiste kans, maar de stad kon het zich juist op deze plaats simpelweg niet veroorloven. Men pleitte ervoor om een pas op de plaats te maken.

Echter, niet de selectiecommissie of de Haagse notabelen oordeelden uiteindelijk over de ambitieuze bestuurders, maar de bevolking van Den Haag. De sociaaldemocraten en de liberalen verloren de gemeentelijke verkiezingen van 3 maart 2010 op dramatische wijze. De grote bezuinigen door het rijk opgelegd dwongen het nieuwe college met de VVD, PvdA, CDA en D66 voorlopig geen geld te reserveren voor het nieuwe theater.

Alsnog werden er in juni drie architecten uitverkoren om de aan de tweede ronde mee te doen: Neutelings Riedijk, Thomas Rau en Zaha Hadid. Het plan van OMA viel af, vanwege te weinig vierkante meters, nogal genant immers OMA had in zijn programmatische massastudie naar de gemeente geadviseerd dat het programma op deze locatie paste. De beslissing over het Spuiforum werd vooruitgeschoven door het nieuwe college. Omdat er een architect was gekozen, zo benadrukte de selectiecommissie, en geen bouwplan kon men eventueel nog uitwijken naar een andere bouwkavel. Het poetische en golvende plan van Zaha Hadid was te groot voor de kavel, Rau die zijn plan als het meest duurzame presenteerde bleek een zeer ongunstige verhouding tussen geveloppervlakte en bouwmassa te hebben, hetgeen slecht was voor de energiehuishouding. Het meest compacte gebouw was van Neutelings Riedijk. Daardoor was dit plan duurzaam en paste het op de locatie.

De selectiecommissie koos voor dit plan dat overigens in de voorronde ook al de meeste punten had gehaald. De commissie vond het structuurontwerp van Neutelings Riedijk een veelbelovend, logisch opgebouwd concept, dat een nieuw en eigentijds evenwicht zoekt tussen de schaal van de historische binnenstad en de hoogbouw van het naastgelegen Wijnhavenkwartier. De ‘taille’ in de gevel, de ‘schouder’ die in hoogte bewust aansluiting zoekt bij het bestaande hotel en het ronde dak dat gebouw en omgeving bekroont, maakten de voorgestelde vorm van het gebouw zowel uniek als passend in de veeleisende omgeving van het Spuiplein. De commissie acht de voorgestelde koepel bovenin het gebouw in meer dan een opzicht een vondst. Toen werd het stil in Den Haag en iedereen dacht dat het Spuiforum een stille dood was gestorven die decembermaand van 2010.

2012: kwartslag gedraaid

De terugkeer van het Spuiforum werd in een brief aan de gemeenteraad op 13 september 2012 plotsklaps aangekondigd door de wethouder. Bij een toelichting op 21 september bleek het Spuiforum aanzienlijk verkleind, bezuinigd naar 181 miljoen en een kwartslag gedraaid op het Spuiplein, dat vrijwel helemaal verdween. Verschillende functies waren ondergebracht in aangrenzende gebouwen. Door het terugbrengen van de bouwmassa kon het gebouw een kwartslag worden gekeerd zodat de bouwmassa op een nieuwe manier was in te passen in de stedelijke morfologie.

De intimiteit en geslotenheid van de stedelijke ruimten, zoals deze aanwezig was in de tijd voordat Berlage tekeer ging met de doorbraken in het centrum, kwamen weer terug. Ook wisten de stedenbouwers met deze ‘move’ de aansluitingen met de omgeving te verbeteren. Misschien had OMA dat een paar jaar terug de wethouder allemaal kunnen adviseren! Tijdens de inspraak in oktober 2012 in de Commissievergadering Ruimte bleken alle argumenten voor en tegen het plan die al in 2010 werden genoemd hetzelfde. In de Haagse krant Den Haag Centraal verschenen wekelijks lange artikelen van voor- en tegenstanders.

Minimaal draagvlak

Ontluisterend was de opiniepeiling over het Spuiforum die werd gehouden door Maurice de Hond. Het bleek dat bij de beslissing in de raad op 8 november 2012 van de bevolking 48% helemaal geen idee had wat het Spuiforum was, en dat slechts 19% van de bevolking voor was, 69% was er tegen omdat men het te duur vond en 12% had geen mening. Overigens bleek 40% van de bevolking ervoor te zijn om de bestaande gebouwen te renoveren en 40% om de leegstand in de stad te benutten. Slechts 11% wilde een nieuw gebouw. Een onderzoek van Omroep West gaf aan de zelfs 79% van de bevolking geen Spuiforum wilde. Het draagvlak onder de bevolking bleek minimaal.

De raad koos voor een ‘uitvoeringsbesluit’ voor het Spuiforum. Voorwaarden zijn het budget van 181 miljoen euro, de exploitatie moet na 4 jaar budgetneutraal zijn, de bebouwing moet redelijkerwijs op de bouwkavel passen en er moet draagvlak zijn bij de bevolking. Hierover moet omstreeks april 2013 worden gerapporteerd door de wethouder.

Waarom was de bevolking nauwelijks geinteresseerd in het Spuiforum en vond men het te duur? Eric Corijn, hoogleraar sociale en culturele geografie aan de VU Brussel en directeur van de onderzoeksgroep Cosmopolis, betoogde tijdens een lezing voor Deltametropool in januari 2012, dat bestuurders in Den Haag meer oog moeten krijgen voor kosmopolitische cultuur die al leeft in de straten van de stad en zich veel minder moet bezig houden met vervreemdende beeldvorming en citymarketing. Om succesvol de transformatie naar een global city te maken moet niet alleen het bestuur in stelling worden gebracht. Die transformatie voltrekt zich juist bij alle stadsbewoners, die vaak uit alle hoeken van de wereld komen en die een patchwork vormen van identiteiten. De kosmopolitische cultuur ontstaat vanzelf en die moet worden getoond. Zo kan de stad zich een plaats geven in het netwerk van kosmopolitische wereldsteden.

In december 2012 kwam Den Haag niet op de shortlist voor Culturele Hoofdstad 2018. Jan Brouwer van het Delfts onderzoek- en adviesbureau ‘ABF Cultuur’ verwijt in dit verband de gemeente zijn eigen bevolking te negeren, bijvoorbeeld alle lokale gemeenschappen die vanaf de jaren tachtig de stad hadden herbevolkt. De belangrijkste conclusie van Brouwer was dat het geruzie in de gemeentepolitiek over het Cultuurforum de jury voor de Culturele Hoofdstad kopschuw had gemaakt. Na bestudering van het bidbook van Den Haag voor Culturele hoofdstad 2018 concludeerde Brouwer: ‘Er is voorbijgegaan aan het feit dat de helft van de bewoners van Den Haag van allochtone afkomst is. Daarvan is niets concreets terug te vinden in het programma.’

Of de kritiek van Brouwer terecht is zal op termijn moeten blijken. Men kan zich ook afvragen of het stuifzand van de vele identiteiten ooit een kant op moet waaien. Den Haag is de afgelopen 25 jaar explosief gegroeid en grondig verbouwd, wellicht is de wording van een kosmopolitische cultuur een kwestie van geduld.

Koninklijk Conservatorium

In de plannen voor het Spuiforum is ook het Koninklijk Conservatorium opgenomen. Architecten en kunsthistorici zien het huidige conservatoriumgebouw, gebouwd in 1974- 1980, als een van de mooiste jaren zeventig gebouwen, ondanks dat het op de totaal verkeerde plek ligt, op een van de meest lawaaiige plekken van de stad. Die locatie heeft een vreemde geschiedenis. Conform de ideeen over cityvorming van destijds, sloten het rijk en de gemeente in 1965 een overeenkomst om plaats te maken voor rijkskantoren en ministeries. De gemeente kreeg 140 miljoen gulden van het rijk voor het onteigenen en het slopen van de bestaande bebouwing in de oude stad. Toen die in een zandvlakte was veranderd kwam het rijk in 1972 met een geheel ander beleid: het spreidingsbeleid. De ministeries verdwenen grotendeels uit Den Haag, op de rijkskavels kwamen instituten als de Koninklijke Bibliotheek, het Rijksarchief en het conservatorium.

Leon Waterman werd gekozen als architect voor het nieuwe conservatorium, vanwege zijn grote muziekkennis. De architectuur paste Waterman helemaal op het weerhouden van het lawaai aan. Het gebouw bestaat uit vier bouwmassa’s rond een binnenplaats met een relatief gesloten gevel aan de buitenzijde. Het gebouw is in zichzelf gekeerd. Bijzonder is de fraaie tektoniek, de plastiek en massaopbouw. Vooral de ritmes in de gevel die noten op een notenbalk verbeelden zijn opvallend. Het materiaalgebruik is sober: beton, betonsteen en hout. Als het conservatorium dit bijzondere gebouw verlaat, dreigt sloop.

Muziek- en Danstheater

Het huidige Muziek- en Danstheater aan het Spuiplein is opgeleverd in 1988. Amper 25 jaar later voldoet het niet meer en moet worden afgebroken, hoe kan dat? Een reconstructie. In juni 1980 had de gemeenteraad zich uitgesproken om in navolging van het stedenbouwkundig plan van Carel Weeber een muziekzaal voor het Residentieorkest (RO) aan het Spuiplein te bouwen. Het Nederlands Danstheater (NDT) kreeg aanvankelijk een locatie in Scheveningen toegewezen, waarvoor Rem Koolhaas en zijn medewerkers van OMA, waaronder Willem Jan Neutelings, van 1981-84 een ontwerp schetsten.

Het NDT wilde nooit naar Scheveningen en het RO en NDT staken stiekem de koppen bij elkaar. Ze onderzochten met de architecten Frits van Dongen en Peter Vermeulen drie varianten voor een gezamenlijk complex aan het Spuiplein. Het NDT presenteerde deze varianten aan minister Elco Brinkman van WVC, die f 7.750.000 beschikbaar stelde voor een gebouw aan het Spui. De gemeente Den Haag stelde f 14.400.000 beschikbaar. Het NDT hield vast aan haar architect Koolhaas. RO en NDT zagen de gebouwen als twee losse complexen, die gezamenlijk een foyer deelden.

Bij de start van de bouw in 1984 klaagde criticus Cees Zwinkels over het schandalig krappe budget van f 26,65 miljoen voor een 80.000m3 groot bouwvolume: ‘Men moet zich afvragen of het op zichzelf lovenswaardige streven naar sober bouwen hier niet te ver doorschiet. Een absoluut minimum aan bouwkosten gaat nooit gepaard met minimale exploitatiekosten.’ Het Muziekcentrum Vredenburg van architect Herman Hertzberger met een grote zaal had circa f 40 miljoen gekost en de gemeente Den Haag had in 1979 zelf een budget van f 45,5 miljoen becijferd voor een concertzaal. De consequentie was dat de gemiddelde sporthal een hoger afwerkingsniveau had, of zoals Rem Koolhaas constateerde: ‘No money, no details.’

In ieder geval beleefde het Danstheater met Jiři Kylian en Rem Koolhaas gouden tijden en werd het gezicht van de Nederlandse danscultuur. Het Danstheater werd misschien de bekendste loods van de wereld. Al was het alleen maar om bestuurders te herinneren aan de verkeerde spaarzaamheid, het had tot nationaal erfgoed moeten worden verheven. Maar wat zal de werkstudent Willem Jan Neutelings hebben gedacht over de Haagse bestuurders en cultuurinstellingen toen hij in 1984 de maquettes van het Danstheater in Scheveningen in de afvalcontainer duwde?

Tekst: Leo Oorschot
Fotografie: Rubén Dario Kleimeer en Luuk Kramer

Gerelateerd

Tags: , , , , , , , ,

    Schrijf een reactie