Het gaat om vertrouwen en trouw zijn aan elkaar

Architect, Interview

Het gaat om vertrouwen en trouw zijn aan elkaar

Door: Peter de Winter | 12-06-2013

Joep Mollink en Daniël Peters begonnen in 2004 MOPET architecten. Ze kregen landelijke bekendheid met hun volautomatische ondergrondse fietsenstalling in Amsterdam-Noord en met nieuwbouwprojecten die ze vanuit ‘kritisch regionalisme’ ontwierpen. Gedwongen door de crisis focusten ze op renovatieprojecten die ze vanuit dezelfde gedachte aanpakken. Met succes. Door trouw te blijven aan hun opdrachtgevers en oorspronkelijke uitgangspunten overleefden ze als bureau. Het ergste leed lijkt geleden. De telefoon rinkelt weer. De heren zijn er klaar voor.

 

Volgens MOPET-oprichters Joep Mollink en Daniël Peters heeft hun bureau de crisis overleefd door trouw te blijven aan oorspronkelijke uitgangspunten. Dienstbaarheid, bescheidenheid en een vertrouwensrelatie met opdrachtgevers zijn daarbij belangrijke succesfactoren. Ze stippelden niet echt een doortimmerde overlevingsstrategie uit. Toevallig bleek dat ze niet alleen goed konden renoveren, maar dat ze dat aspect van het vak ook erg leuk vonden. Het enthousiasme werkte aanstekelijk op opdrachtgevers waardoor ze steeds opnieuw gevraagd werden een pitch te doen voor een nieuw project. En pitchen kunnen ze toevallig ook goed. Die kwaliteiten hebben hen door de crisis gebracht, zeggen ze.

MOPET architecten bestaat bijna 10 jaar. Is er inmiddels al een oeuvre ontstaan?

JM: Typisch voor ons oeuvre is dat we ons altijd laten inspireren door de plek en de historie van de plaats. We willen de lokale gegevens uitvergroten in de vorm. Gevolg daarvan is dat we plaatsgebonden architectuur bedrijven. Als we bijvoorbeeld een huis ontwerpen in een streek waar in het verleden stolpboerderijen stonden, dan gebruiken we bij voorkeur de vorm en het materiaalgebruik van zo’n streekeigen boerderij als uitgangspunt voor een eigentijds ontwerp. Zo’n woning past dan heel logisch op de plek waar hij staat. Dat geldt voor de woning van een particulier, maar ook voor grootschaliger projecten. Zelf noemen we het ‘kritisch regionalisme’ ofwel gebouwen die aansluiten bij de lokale bouwstijl. En dat is een denkwijze die we al sinds de oprichting van ons bureau hanteren.

Bescheidenheid past een architect, zeiden jullie in 2005 in een interview in dit blad. Klopt nog steeds?

DP: Onze ambitie is niet om ergens een spectaculair gebouw neer te zetten om het spektakel. Als architect ben je niet alleen dienstbaar aan de gebruikers maar ook aan de omgeving. Bouwen en ontwerpen gaat bij ons daarom altijd samen met respect voor de locatie.

Waarom geen iconen zoals OMA of MVRDV hebben neergezet?

DP: Sommige iconen zijn baanbrekend geweest en onmisbaar voor waar we nu staan. We hadden ze graag willen maken! Maar door het experiment zijn ze soms ook niet geslaagd of al gedateerd. Het huidige financiële klimaat vraagt om een andere ontwerphouding.

JM: Je moet er als architect van doordrongen zijn waaraan een opdrachtgever zijn geld gaat uitgeven. Een gebouw gaat is op de eerste plaats een risicovolle investering van iemand. Binnen die taakstelling ga je aan het werk. Daarnaast heb je als architect ook een verantwoording naar de omgeving en haar bewoners te midden waarvan je een gebouw gaat neerzetten. Waar het om gaat, is dat je een gepaste ontmoeting maakt tussen de gebruikers en zijn plek. Als je ervoor zorgt dat die ontmoeting goed voelt, kunnen gebouw, omgeving en bewoners tot in lengte van dagen op een prettige manier met elkaar verkeren. Dat lukt beslist niet wanneer je plompverloren ergens een icoon neerzet.

DP: Wij hebben van meet af aan duurzaamheid, hergebruik en flexibiliteit als uitgangspunten voor ons werk genomen. Er is altijd het gevaar dat je iets ontwerpt waarin je zelf heilig gelooft en waarvan je je opdrachtgever weet te overtuigen, maar wat binnen een decennium al achterhaald is. Dat willen we hoe dan ook proberen te voorkomen. De verantwoordelijkheid die je als architect naar je opdrachtgever hebt, maar ook naar de toekomst, is dat een gebouw lang gewaardeerd moet worden.

Waarin vond MOPET groei sinds 2004?

JM: We zijn min of meer bekend geworden met onze nieuwbouwprojecten en we hebben lang gedacht dat daar onze toekomst lag. In 2009 begonnen ook wij de crisis te voelen en verschoof onze werk steeds meer van nieuwbouw naar renovatie. Het bleek een markt waarmee we de gevolgen van de crisis goed konden overleven.

DP: Dat we succesvol zijn op deze markt komt ook doordat we op een redelijke onderscheidende manier bezig zijn. Net als bij nieuwbouw benaderen we een renovatieproject vanuit ons kritisch regionalisme. Bij een renovatie willen wij vanuit een historisch besef proberen terug te gaan naar hoe het gebouw ooit bedoeld was. En dan moet je soms als een Sherlock Holmes gaan spitten in de stadsarchieven naar beelden en blauwdrukken om de oorspronkelijke uitgangspunten te achterhalen. Wat je in de wijk aantreft, is vaak niet meer dan een grauwe stenen stapeling met een spoor van rampzalige ingrepen door de tijd heen. Probeer dat maar eens op een goeie manier terug te brengen naar het beeld van destijds, maar met de eisen van vandaag. Bijvoorbeeld zoiets simpels als een doovalbeveiliging, vroeger niet nodig en nu wel. Waar wij dan over nadenken, is hoe zo’n object er uit zou hebben gezien indien het destijds gemaakt zou zijn.

JM: Renoveren betekent ook praten met de 80-plusser die er nog woont en die je precies kan vertellen hoe hij het allemaal heeft gezien en beleefd. Onze werkwijze om via overleg te komen tot een maatschappelijk gepast renovatieplan, sluit nauw aan bij de manier waarop corporaties met hun woningbezit omgaan. Een renovatie gaat pas door als 70 procent van de bewoners achter de plannen staat. Je kunt als architect dus niet de bouwheer gaan uithangen die wel even komt vertellen hoe het moet worden. Je hebt eerst maar te inventariseren wat de opdrachtgever wil, wat de bewoners en de wijk willen en wat de gemeente aan differentiatie op wijkniveau voor ogen heeft. Die gegevens moet je als architect op een harmonieuze samenbrengen.

En dat resulteert in?

DP: Dat resulteert dat je panden krijgt die er vanbuiten weer helemaal uit zien zoals ze ooit bedoeld waren. Een stukje stadsherstel en renovatie ineen, terwijl er door horizontale en verticale samenvoegingen toch moderne eigentijdse woningen aan de wijk zijn toegevoegd.

JM: Dan komt eerder genoemde dienstbaarheid je goed van pas omdat de buitenkant eruit ziet als een gebouw van toen dat netjes gerestaureerd is.

DP: Tegelijkertijd zijn we overambitieus in detaillering. We kunnen weken studeren op de perfecte verhouding van de ramen in een te renoveren gevel. Soms bestuderen we oude foto’s met een loep om uit te vlooien wat de roedeverdeling precies was. We kunnen uren delibereren over hoeveel millimeter een negge of kozijn moet terug liggen. Dat oog voor detail en die lust tot verfijning gaat door tot in de laatste fase. We willen de sfeer die ooit kenmerkend was voor een buurt weer terugbrengen. De grootste beloning is dan dat een toevallig passerende fietser abrupt stopt om met verwondering naar de gevel te kijken.

JM: Dan weet je dat je hersteld hebt wat in de loop der jaren grondig verpest werd.

Dus voorgoed afscheid van het nieuwbouwtraject?

DP: We zijn altijd nieuwbouw blijven doen, maar wel aanzienlijk minder. We zijn een vraaggestuurd bedrijf en dan is het dus niet zo dat je zelf bepaalt wat je gaat doen. Zeker niet zolang de crisis voortduurt. Uiteraard proberen we nieuwe initiatieven te ontwikkelen en partijen bij elkaar te brengen, maar vergeet niet dat de hele nieuwbouw onderuit gegaan is in de afgelopen jaren.

JM: En als je dan ziet hoeveel bureaus er omgevallen zijn of op omvallen staan….. Dat lot is ons gelukkig bespaard gebleven. Sterker nog: de orderportefeuille is stabiel tot groeiend en we verwachten binnenkort een grote opdracht die ooit stil is komen liggen. Waar? Daar kan ik helaas nog niets over zeggen.

En de overlevingsstrategie?

JM: Meer dan een strategie te volgen, zijn wij trouw aan onze opdrachtgevers gebleven en zij aan ons. Nu blijkt dat vertrouwen en trouw zijn aan elkaar heel belangrijk is geweest. Hoe je trouw kunt blijven aan een opdrachtgever? Door integer te zijn in alles wat je voor ze doet. Dan heb ik het dus over denken en handelen in het belang van de opdrachtgever. Professioneel gezien staat dat op nummer één. Ze vragen jou om hoe je ontwerpt en in het proces staat. Als je bevalt, vragen ze je opnieuw en dat is ons dikwijls overkomen.

DP: We leggen onze visie niet op. Die ontstaat vaak pas als we ons laten inspireren door onze opdrachtgever. Daarbij is een corporatie een heel andere klant dan een particulier. Een corporatie heeft vaak met bewoners te maken die al dertig jaar of langer ergens wonen en hun wijk hebben zien veranderen. Wij willen weten wat hun ergernissen zijn. Omdat we ze huis aan huis bezoeken en uitgebreid de tijd nemen voor hun verhalen, weten we vaak beter dan de corporatie wat nodig is om de sfeer terug in de wijk te brengen.

JM: Door die gesprekken ervaren bewoners dat hun inbreng telt in onze plannen en dan krijg je de handen op elkaar. Dat is ook wat wij verstaan onder integriteit; luisteren en wat je hoort vertalen naar je plannen. Bewoners kunnen je namelijk haarfijn uitleggen wat ze van je verwachten. Het is aan de architect die verwachting en dat vertrouwen niet te beschamen. Als je die betrokkenheid voor elkaar krijgt en het belang van de opdrachtgever bij de toekomst van de wijk, het gebied of het gebouw voorop stelt, dan komt het altijd goed.

DP: Dat bepaalt ook het grootste deel van het plezier waarmee we ons werk doen. Als architect wil je trots zijn op wat je doet. Voor ons is dat het antwoord op de vraag hoe we met ons ontwerp kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de buurt waarin het staat. Dat vonden we in 2004 en dat vinden we nu nog steeds.

MOPET architecten is in 2004 opgericht door Joep Mollink (1974) en Daniel Peters (1972). Het bureau houdt zich bezig met stedenbouw, architectuur en interieurprojecten op het gebied van huisvesting en utiliteit. Daarnaast werken Mollink en Peters aan projecten op het gebied van renovatie, restauratie, stadsvernieuwing en herbestemming. Ze werken voor projectontwikkelaars, woningbouwverenigingen en particulieren. MOPET ontwerpt duurzaam en voor de toekomst. Dat doen ze met de hedendaagse technieken, maar altijd vanuit een besef van het verleden. Daarnaast streeft het bureau altijd naar een symbiose met de unieke eigenschappen van de locatie.

Tekst: Peter de Winter
Fotografie: Roel Dijkstra

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: , , , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.