Ninja Zurheide van Bureau SLA in de rol van aannemer

Onderzoek

Ninja Zurheide van Bureau SLA in de rol van aannemer

Door: Redactie ArchitectuurNL | 29-04-2020

Namens Bureau SLA kroop Ninja Zurheide bij de bouw van 2 particuliere woningen in de rol van aannemer. “Ik heb er meer begrip voor gekregen als een aannemer zegt dat iets niet kan, terwijl hij bedoelt dat het complex is. Dat betekent niet dat ik me als ontwerper daardoor laat beperken. Integendeel. Ik weet nu ook meer wat er wel en niet kan en hoe je elkaars kennis en ervaring kunt gebruiken om betere gebouwen te maken”, zegt ze in een terugblik op deze bijzondere ervaring.

Jullie waren zelf opdrachtgever, architect en aannemer van 2 zelfbouwwoningen in Amsterdam-Noord. Leidt dat tot bijzondere ontwerpkeuzes? “Het zijn woningen met een klassieke vormgeving met een gemetselde gevel. Bijzonderheden zitten ook in de ruimtelijke indeling met verspringende ruimtes en hoogtes tot 5 meter enextra hoge deuren, en in details, zoals een ingebouwde trap zonder trapboom, het weglaten van plinten, een bijzondere afwerking van het metselwerk en de ontwikkeling van een stomp draaikiepraam in plaats van standaard opdek.”

Welke rol had je zelf in het bouwproces? “Ik heb eigenlijk alle rollen wel vervuld. Ik was ontwerper, maar ook aannemer, calculator, werkvoorbereider, voorman en zelfs bouwvakker en schoonmaker. Bij de eerste woning was ik er elke dag. Daardoor heb ik kunnen aansturen en met bijna al het uitvoerende werk meegedaan. We hadden voor de bouw een zelfstandige ingehuurd als een soort voorman, Orson Stokvis van bouwbedrijf SF-constructies. Hij heeft veel knowhow van bouwen en heeft alle gereedschap dat we nodig hadden. Net als een aannemer hebben we onderaannemers ingeschakeld. Materieel als een opslagcontainer, een keet en een bouwstoomkast hadden we niet en hebben we moeten kopen.

Daarbij ben je dan als aannemer ook gelijk aansprakelijk voor veiligheid in de bouw. Een cursus VCA was vanzelfsprekend. In de praktijk merk je dat veiligheid continu aandacht nodig heeft en vaak onder druk komt te staan door budget en tijd. Dan moet je ook nog letten op de constructieve veiligheid, of alles wordt uitgevoerd zoals het hoort en zoals de constructeur en installatieadviseur hebben aangegeven.”

Waarom koos Bureau SLA als architectenbureau voor dit experiment? “We hebben als Bureau SLA wel vaker de handen uit de mouwen gestoken om zelf iets te realiseren. We zijn veel bezig met duurzame innovatie. Maar je loopt dan tegen het traditionele bouwproces aan. Je kunt een duurzaam gevelproduct ontwerpen, zoals onze leien van gerecycled plastic, maar als je die niet in een duurzaam proces in een duurzame opbouw verwerkt, heb je niet het hele plaatje. Als je echt iets wilt bereiken, moet je dat hele proces veranderen. Om die processen in de bouw te begrijpen, moet je het zelf gaan doen en ervaren. Groot voordeel is dat je dan zelf in gesprek gaat met vakmensen zoals de metselaar en met toeleveranciers zoals de timmerfabriek, zonder dat er iemand tussen zit. Die contacten zijn heel belangrijk, om van te leren, maar ook om samen nieuwe dingen te ontwikkelen”.

Kun je een voorbeeld geven van die nieuwe dingen die jullie samen hebben ontwikkeld? “We wilden het gevelmetselwerk van de woning graag ‘gesluierd’ afwerken, zoals David Chipperfield dat in Berlijn heeft gedaan. Dat ‘chipperen’ hebben we besproken met de metselaar, Danny van der Meer van D. van der Meer Restauratie. Die is toen proefstukken gaan maken met verschillende samenstellingen, technieken en methoden, die hij vanuit zijn vakmanschap ook kan garanderen. We hebben samen gezocht naar de juiste textuur en kleur. We wilden ons eigen chipperwerk en geen kopie van iets bestaands. Het resultaat lijkt vrij spontaan, maar het is wel degelijk vakwerk. Een klein stukje door een andere metselaar valt gelijk op. Zo’n metselaar wordt er ook enthousiast van dat er een beroep wordt gedaan op zijn vakkennis. Danny is ook meegegaan naar de tweede woning. Daar hebben we een variant ontwikkeld op snijvoegen: een verdiepte snijvoeg die met de juiste kleur de verschillende steenformaten extra sprekend maakt. Juist zulke vakkennis wordt bij een van bovenaf georganiseerd proces vaak niet benut en gaat verloren. Daar is te weinig ruimte voor. Al snap ik dat ook wel als je een heel woonblok in één keer uit de grond stampt. Een andere innovatie was de ontwikkeling van een draaikiepraam in stompe uitvoering, in plaats van in opdek. Dat bestond niet. Timmerfabriek Bleumink is dit toen gaan ontwikkelen. En ze maken hem nog steeds want er is meer vraag naar.”

Hoe ga je daarbij om met de garanties? “Soms moet je wat lef hebben met elkaar. Doordat Peter van Assche van ons eigen bureau opdrachtgever was, kon je met elkaar bespreken wat de risico’s zijn en of je die wel of niet wilt nemen, waar een aannemer al gauw zegt: “dat kan niet; dat doen we niet”. Zo hebben we een raam achter metselwerk geplaatst.

De timmerfabriek garandeert wel het kozijn, maar niet de plaatsing. Als je zo’n kozijn wilt vervangen, moet je waarschijnlijk een deel van het metselwerk weghalen. Ik begrijp inmiddels wel beter waarom een aannemer zo reageert. En we doen zulke dingen ook niet zomaar. Je moet ook wel luisteren naar anderen, zoals de timmerfabriek. Hun waarschuwingsplicht is er ook niet voor niets. Maar uiteindelijk moet je wel zelf kunnen bepalen of je de risico’s durft te nemen.”

Als zich een particuliere opdrachtgever bij jullie meldt voor een woning, gaan jullie dan weer in eigen regie bouwen? “We willen geen aannemer worden, maar ik zal de bouw ook gaan missen en zou het waarschijnlijk weleens weer doen als dat aan de orde is, zij het misschien wel in een wat andere vorm. Maar het is niet goedkoper of sneller om zo te bouwen! Als je goedkoop wilt, moet je standaard bouwen. Dat ben ik wel steeds meer gaan begrijpen en ik ben ook steeds meer gaan zien waar in de bouw op bespaard wordt, ten opzichte van onze aanpak. Als ik nu weer met een aannemer ga bouwen, zou ik wel een ander gesprek met hem voeren. Ik weet nu welke wegen er zijn om er met elkaar uit te komen, omdat ik beter begrijp waarom en wanneer een aannemer zegt dat iets niet kan, terwijl hij bedoelt dat iets complex is. Ik zou nu vragen stellen om erachter te komen waarom hij dat zegt. Maar soms kan iets natuurlijk ook echt niet. Juist door deze kennis en ervaring durf ik nu wel verder te gaan in het ontwerpen. Ik dacht dat ik na de eerste bouw meer richting de standaarden van de aannemer zou gaan, maar ik kan die ervaring juist gebruiken om het anders te doen doordat ik nu beter weet wat er mogelijk is en wat en wanneer je daarover moet communiceren. Zo wilden we in de tweede woning geen beleg rond de kozijnen. Dat kan prima, maar dan moet je dat wel al in de ruwbouw goed detailleren en uitvoeren.”

Je hebt gaandeweg dus meer begrip gekregen voor de aannemer? “Ja. Je weet wel dat het extra tijd kost als je een aannemer een nieuwe offerte laat opvragen omdat je iets anders wilt, maar het is toch anders als je dat zelf ervaart en onder druk van budget en planning staat. Ook merk je dat er nog weleens verschil zit tussen het beeld dat een architect heeft en het beeld dat een aannemer ergens van heeft. Communicatie en een goed beeld geven zijn heel belangrijk. Je denkt als architect/ontwerper vaak dat je alles wel getekend hebt, maar dat is niet zo. Ik heb me weleens afgevraagd of het resultaat exact hetzelfde zou zijn als een ander met dezelfde tekeningen zou gaan bouwen. Het zal allebei volgens tekening zijn, maar er worden toch nog veel besluiten in de bouw genomen.

Ook met goede tekeningen en een goed bestek blijf je dat houden. Dat heb ik ook al ervaren bij de bouw van de tweede woning. Doordat we elkaar inmiddels beter kenden, gaan sommige dingen heel erg vanzelf. Orson kent beter het gewenste resultaat en weet dus goed wat van hem wordt verwacht. Maar soms gaan dingen dan toch weer anders en ontstaat iets wat je anders in gedachten had.”

Hebben jullie inmiddels al conclusies getrokken uit deze experimenten? “We zijn nog niet op het punt van de analyse van hoe je deze kennis op de juiste wijze kunt inzetten om de bouwkolom te veranderen en te kunnen innoveren, maar dát het gaat bijdragen aan innovatie, daarvan zijn we overtuigd. Wat ik ook weet is dat het heel goed is om te doen. Dit zou elke architect/ontwerper een keer moeten doen. Je leert er heel veel van.”

Tekst: Henk Wind

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: , ,
0 Reacties Schrijf een reactie

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.