Wet kwaliteitsborging voor het bouwen: geen go/no-go-moment

Wet- en regelgeving

Wet kwaliteitsborging voor het bouwen: geen go/no-go-moment

Door: Redactie ArchitectuurNL | 30-11-2020

De brieven van minister Ollongren met de antwoorden op de vragen van de Eerste Kamer en de Tweede Kamer over het Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen lieten lang op zich wachten. Deze brieven had de minister eigenlijk al direct na het einde van het zomerreces openbaar moeten maken. Waarschijnlijk wachtte ze echter omdat een tweede bestuursakkoord met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) over het Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen in de maak was. Op 12 november jl. heeft Ollongren met de VNG dat tweede bestuursakkoord gesloten.

Voor de bouw was 25 november jl. niet alleen een spannende dag vanwege de bovengenoemde brieven, maar ook omdat de Tweede Kamer die dag over de inwerkingtreding van de Omgevingswet debatteerde. Minister Ollongren wil de Omgevingswet op 1 januari 2022 in werking laten treden. Tijdens het debat hebben de VVD en het CDA een motie ingediend dat de Omgevingswet daadwerkelijk op die datum in werking treedt en dat zo snel mogelijk het inwerkingtredingskoninklijk besluit aan de Eerste Kamer en Tweede Kamer wordt verzonden.

Geen go/no go-moment

In het bestuursakkoord van 17 januari 2019 heeft minister Ollongren met de VNG afgesproken dat de Wet kwaliteitsborging in beginsel gelijktijdig met de Omgevingswet in werking zal treden. Een half jaar voor inwerkingtreding beoordeelt de minister of het stelsel van kwaliteitsborging gereed is om in te voeren. Daartoe moeten er voldoende proefprojecten zijn uitgevoerd waaruit geen onvolkomenheden naar voren zijn gekomen, ICT op orde zijn en er voldoende kwaliteitsborgers zijn. Let wel, dat eerste bestuursakkoord ging nog uit van de inwerkingtreding van beide wetten op 1 januari 2021.

In haar brief van 25 november jl. aan de Eerste Kamer heeft minister Ollongren uitgelegd dat bij een inwerkingtreding een vol jaar later geen sprake is van een go/no go-moment. Ollongren schrijft het als volgt:

De afspraak voor een go/nogo-moment was ingegeven door de relatief korte periode tot aan inwerkingtreding. Mede gelet op de behoefte van betrokken partijen aan duidelijkheid van een datum inwerkingtreding vind ik een nieuw go/nogo-moment onwenselijk. Tot aan inwerkingtreding blijf ik samen met de betrokken partijen de voortgang monitoren om de invoering op een verantwoorde wijze te laten plaatsvinden. De resultaten van de proefprojecten worden daarin meegenomen.”

Belangrijkste wijziging: risicobeoordeling én borgingsplan

Al uit de persberichten over het nieuwe (concept)akkoord met de VNG volgde dat de belangrijkste inhoudelijke wijziging die nog in het Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen moet worden verwerkt, is dat de risicobeoordeling én het borgingsplan bij de bouwmelding twee losse documenten zijn. We zullen nog even moeten wachten hoe dit in het definitieve Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen wordt vertaald, nu dat besluit eerst voor advies naar de Raad van State gaat. Minister Ollongren schrijft over beide documenten:

“In het ontwerpbesluit wordt opgenomen dat de gemeente bij de bouwmelding, vier weken voor de start bouw, zowel de beschikking krijgt over de risicobeoordeling als het daarop gebaseerde borgingsplan van de kwaliteitsborger. Door de splitsing in 2 documenten wordt meer recht gedaan aan het amendement De Vries dat de risicobeoordeling als een apart indieningsvereiste voorschrijft (gewenste risicobeoordeling door bevoegd gezag). De risicobeoordeling is de basis van dit borgingsplan en gaat in op de specifieke risico’s van een project. Indien alleen een risicoboordeling zou worden ingediend bij de melding dan zou een gemeente geen informatie hebben over deze risico’s worden beheerst. In samenwerking tussen de Vereniging Kwaliteitsborging Nederland en de VBWTN (Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland, PdH) wordt een format ontwikkeld voor de risicobeoordeling.

Met dit format voor de risicobeoordeling zal worden geborgd dat alle voor een specifiek bouwproject relevante risico’s worden meegenomen in de beoordeling. Voor de gemeente zal invulling van het format duidelijkheid geven over de specifieke risico’s van het bouwen zodat zij op basis hiervan haar toezichts- en handhavingsstrategie kan inrichten. Het format voor de risicobeoordeling is een richtlijn en kan worden gebruikt als een oplegger of samenvatting van het borgingsplan zoals dat op grond van de verschillende toegelaten instrumenten voor kwaliteitsborging wordt voorgeschreven. Op deze wijze ontstaat uniformiteit in de aan te leveren informatie zonder dat de ruimte die de wet biedt voor maatwerk in instrumenten wordt ingeperkt.”

Bevestiging niet heffen leges

Dat voor bouwwerken uit gevolgklasse 1 een bouwmelding voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden moet worden gedaan in plaats van de aanvraag om omgevingsvergunning voor de (technische) bouwactiviteit heeft tot gevolg dat de gemeente geen leges mag heffen. De gemeente mag overigens nog wel onder de Omgevingswet leges heffen voor de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit en voor de omgevingsvergunning voor de (technische) bouwactiviteit (bij bouwwerken uit de gevolgklassen 2 en 3 die in het begin niet onder het stelsel van kwaliteitsborging vallen).

Minister Ollongren bevestigt in haar brief aan de Eerste Kamer dat de gemeenten voor de bouwmelding geen leges mogen heffen. In haar eigen woorden:

Met de introductie van het stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen vervalt een groot deel van de werkzaamheden van gemeenten in het kader van de omgevingsvergunning voor het bouwen, omdat bouwplannen niet meer inhoudelijk getoetst worden door de gemeente. Bij het uitwerken van de wet zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. In dat kader is berekend dat de kosten die wegvallen omdat gemeenten dit werk niet meer hoeven te doen, hoger zijn dan de baten(leges) die naar verwachting hiermee vervallen.

Het vervallen van de vergunning en daarmee de grondslag om leges te heffen zal dus gemiddeld gezien niet zorgen voor een verslechtering van de financiële positie van gemeenten. (…)

De werkzaamheden die achterblijven bij gemeenten en die in de plaats komen van de vergunning zijn geen diensten in de zin van de Gemeentewet en dienen dus uit algemene middelen in plaats van leges gefinancierd te worden. Het gaat hier dan om bestaande taken zoals het uitvoeren van toezicht en handhaving en het ontvangen en op volledigheid checken van de bouwmelding
.”

Toch wijzigingen in Bouwbesluit 2012

Het Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen heeft de nodige vragen opgeroepen bij de politieke partijen, omdat daarin wijzigingen zijn opgenomen in het Bouwbesluit 2012. En dat Bouwbesluit 2012 vervalt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het zou dan logischer zijn dat het Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen alleen wijzigingen aanbrengt in het Besluit bouwwerken leefomgeving (de opvolger van het Bouwbesluit 2012). De toelatingsorganisatie kwaliteitsborging bouw moet echter voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet al instrumenten voor kwaliteitsborging toelaten tot het landelijke register. Anders hebben de kwaliteitsborgers bij inwerkingtreding van het stelsel van kwaliteitsborging geen toegelaten instrumenten om mee te werken. Daarom wil minister Ollongren toch een beperkt aantal wijzigingen in het Bouwbesluit 2012 in het definitieve Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen opnemen. In haar eigen woorden:

Ik zal daarom in het ontwerpbesluit alleen de wijzigingen van het Bouwbesluit 2012 opnemen die met het oog op het tijdig instellen van de toelatingsorganisatienoodzakelijk zijn. De toelatingsorganisatie moet namelijk ten minste een half jaar formeel ingesteld zijn en in staat zijn om instrumenten voor kwaliteitsborging te beoordelen en toe te laten, zodat wanneer het gehele stelsel op 1 januari 2022 onder de Omgevingswet in werking treedt er voldoende geschikte instrumenten beschikbaar zijn.”

Tot slot

Eerst zal de Tweede Kamer op 1 december 2020 stemmen over de motie van de VVD en het CDA dat een inwerkingtredingskoninklijk besluit snel in de Eerste Kamer en Tweede Kamer in stemming wordt gebracht. Dit met als doel dat de Omgevingswet (en dus ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen) op 1 januari 2022 in werking kan treden. Ook zal binnenkort duidelijk worden hoe kritisch de Eerste Kamer en de Tweede Kamer zijn over het Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen. Het zal minister OIlongren helpen dat de VNG op 12 november jl. met haar een bestuursakkoord heeft gesloten over dat kwaliteitsborgingsbesluit. Zo heeft zij ook tijdens een debat van 25 november jl. de Tweede Kamer erop gewezen dat de VNG onlangs in een brief kenbaar heeft gemaakt voor inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2022 te zijn. Het is duidelijk dat minister Ollongren voor de Tweede Kamerverkiezing van 17 maart 2021 alle partijen in de bouw en de gemeenten duidelijkheid wil bieden.

Tekst: mr. dr. ing. Peter de Haan

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: , ,
0 Reacties Schrijf een reactie

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.