Roel Slabbers Inter-esse: overgangen in architectuur

Master among masters

Roel Slabbers Inter-esse: overgangen in architectuur

Door: Jacqueline Knudsen | 24-02-2016

Als kind zat ik graag alleen op de trap, te midden van al de bedrijvigheid binnen mijn ouderlijk huis om tot rust te komen. De gang en de hal waar zich deze trap bevond, voelden voor mij als de enige neutrale plekken binnen het huis. De herinneringen aan die plek op de trap vormen de oorsprong van het thema van mijn afstudeerproject Inter-Esse voor mijn studie Master Interieurarchitectuur aan de Maastricht Academy of Architecture. Mijn ontwerp voor een communaal woonhuis in het Limburgse tuindorp Jekerdal is in 2015 bekroond met de BNI-prijs.

Het zitten op de trap op de gang gaf mij als kind de vrijheid om tot mezelf te komen. Het positieve aan deze centrale plek was dat er op elk moment iemand kon passeren die onderweg was naar een andere kamer in het huis. Deze overgangsruimtes behoorden tot niemands eigen territorium.

Gang, hal en trap

Voor mijn afstudeerproject Inter-Esse onderzoek ik de Gang, de Hal en de Trap, drie onontkoombare, basale fenomenen van  de architectuur, die nu steeds meer als overbodig worden behandeld en verdrongen zijn naar de periferie. Daarbij tracht ik  hun fundamentele functie voor de gehele architectonische structuur te doorgronden en wederom van betekenis of  uitdrukking te voorzien. Het is mijn intentie deze overgangsruimten in het woonhuis als sociale verbinding te rehabiliteren.

Revitalisering Jekerdal

Deze intentie heb ik vertaald in een ontwerp voor de transformatie van een woonblok van het tuindorp Jekerdal. Dit tuindorp uit 1931 bestaat uit 87 geschakelde woningen en ligt aan een verbindingsweg op de grens van de stad Maastricht en het land, aan de voet van de Sint Pietersberg. De weg verbindt de Nederlandse stad Maastricht met het Belgische dorp Kanne. De strategie die ten grondslag aan de transformatie van het woonblok ligt, is exemplarisch voor de revitalisering van het gehele tuindorp en de omgeving.

Communale gedachte

Binnen een woonblok dat bestaat uit vier geschakelde woonhuizen ontwerp ik een gemeenschappelijk woonhuis, dat  bewoond wordt door drie verschillende families. Door de toevoeging van drie basale architectonische ruimtelijke elementen –  de hal, de gang en de trap – aan het woonblok ontstaat er  een nieuwe structuur. Deze elementen zijn gemeenschappelijk  en dragen bij aan en de sociale structuur binnen het woonhuis. Het ontwerp brengt zowel een mentale als architectonische  verandering voort. Er wordt niet meer vanuit het individuele gezin met zijn individuele behoefte gedacht maar vanuit een  communale gedachte.

Gemeenschappelijke entree

Het woonblok is ontdaan van de in het verleden gebouwde uitbouwen. Aan de straatzijde zijn drie van de vier voordeuren  vervangen door vensters, waardoor een oorspronkelijke voordeur als nieuwe gemeenschappelijke entree functioneert. Het traditionele gevelbeeld blijft hierdoor bestaan, een subtiele diversiteit ontstaat door het verlengen van het bestaande afdak boven de voordeur.  Achter de voordeur bevindt zich de entree tot het woonhuis, waar het ontmoeten van bezoeker en bewoner centraal staat. De  ruimte is bescheiden van formaat en biedt de mogelijkheid tot pauzeren op een tweepersoons zitplek in een nis, zonder het woonhuis te betreden. Een doorgang in de muur zorgt voor de verbinding met de gang. Aan deze gang liggen twee woningen: een eenpersoons grondgebonden woning en een woning met drie woonlagen geschikt voor een samengesteld gezin. Tevens bevindt zich in de gang het gemeenschappelijk toilet, dat door het bezoek gebruikt kan worden.

Contemplatieve plek

Als alledaagse ingang van het woonhuis is er aan de achterzijde een uitbouw gemaakt waarin een entreehal is gesitueerd. De  introverte, twee verdiepingen hoge entreehal dient als centrale ruimte van waaruit de bewoners het woonhuis betreden. In de entreehal bevindt zich een trap met twee podia. Aan het eerste podium bevindt zich een venster met in de massa van de buitenmuur een zitbank. Deze vensterbank symboliseert de plek op de trap waar ik als kind thuis graag zat. De massa van de muur zorgt voor geborgenheid. De plaatsing van deze contemplatieve plek op het podium  van de trap, te midden van de entreehal, biedt de mogelijkheid op elk moment een gedachte te delen met een voorbijganger. Het tweede podium aan het eind van de trap biedt toegang tot een appartement voor een of twee personen op de eerste en tweede verdieping. Naast de trap biedt de entreehal toegang tot de hiervoor genoemde gang en een andere nieuw gebouwde ruimte: de hal. Deze hal staat  via een drietal deuren in verbinding met de achtergelegen gemeenschappelijke tuin. De hal is de plek binnen het woonhuis die door alle bewoners gebruikt kan worden voor het houden van festiviteiten of activiteiten waarbij zelfontplooiing centraal staan (bildung): Het herbergen van een bibliotheek, het maken en beluisteren van muziek of het organiseren van een gemeenschappelijk diner.

Samenvoeging tuinen

De vier achtertuintjes worden samengevoegd tot een gemeenschappelijke tuin die in verbinding staat met de omgeving. De twee woningen op de begane grond hebben een eigen terras grenzend aan de woning. Door middel van de diversiteit in  bestrating ontstaat er een duiding van het eigen terras. De voorheen niet van betekenis zijnde achterzijde staat nu centraal als dagelijks toegang tot het woonhuis. Daarom dient ook de toegangsweg, het tuinpad, opnieuw vormgegeven worden. Dit pad verbindt de toegang van het woonhuis met het land, de Sint Pietersberg, en de weg die toegang geeft tot de stad.

Parkachtige omgeving

Op een grotere schaal wordt ook de grens tussen het private en publieke domein opgerekt en opnieuw gedefinieerd. De  vier doodlopende straten waaraan zich verschillende woonblokken bevinden, maken plaats voor paden die toegang bieden tot de formele ingang van de woonhuizen en tot het achterliggende natuurgebied van de Sint Pietersberg.
De 87 geschakelde woningen in tuindorp Jekerdal hadden in oorsprong veel relatie met de omgeving. Doordat ze meerdere malen zijn uitgebouwd zijn de achterzijden als het ware dichtgeslibd. Om ruimte te creëren en om de essentie van de structuur van de woningen bloot te leggen, zijn alle woningen ontdaan van alle achteraanbouwen. Om de doorwaadbaarheid van het tuindorp te vergroten zijn de aantallen woningen per blok gereduceerd. Deze nieuwe doorwaadbare plekken heffen de traditionele opdeling op van de voor- en achtertuin. Hierdoor ontstaat een parkachtige omgeving, waarbinnen de gemeenschappelijke woonhuizen verspreid staan.

Intermediair tussen stad en land

De woningen wurmen zich als een lint het landschap in. De dichtheid van de bebouwing zorgt voor een barrière tussen het land en stad en tussen de natuurgebieden in het dal en boven op de Sint Pietersberg. Door het openwerken van de gebouwde massa en het aanpassen aan de glooiing van het landschap, ontstaat er een meer natuurlijke overgang van stad naar land. De overgang is gerelateerd aan de oorspronkelijke bewoning en het gebruik van het heuvellandschap. Door deze hernieuwde bevestiging van de plek kan het tuindorp gaan functioneren als intermediair tussen stad en land.

Typologisch onderzoek

Het onderzoekend ontwerp heeft gestalte gekregen door middel van het werken met (test)modellen. Enerzijds om de atmosfeer van de overgangsruimten te kunnen begrijpen, waardoor de beleving van deze ruimten overgebracht wordt op de toeschouwer. Anderzijds om grip te krijgen op de eigenschappen van de locatie, waardoor de transformatie van het geheel  ruimtelijk inzichtelijk wordt.  De theoretische achtergrond beslaat een typologisch onderzoek naar de Gang, de Hal, de Trap binnen het westerse woonhuis, met een begrippenapparaat als bijsluiter. Om beter de plek te duiden is er een historisch onderzoek gedaan naar de bewoning en het gebruik van het heuvelland, Jekerdal en de groei van de stad Maastricht. Met deze kennis kunnen zowel de zowel de ingrepen in het landschap als in de architectuur worden onderbouwd.

De Nieuwe Context

Sinds 2014 werk ik samen met een studiegenoot binnen het ontwerp- en onderzoeksbureau De Nieuwe Context. Op dit  moment werken we aan veel ontwerpopgaven waarbinnen herbestemming, renovatie en herstructurering van de bestaande woonomgeving centraal staan. In de toekomst willen we ook op onderzoeksniveau een bijdrage leveren aan het ontwikkelen van nieuwe of hernieuwde duurzame woonvormen.

Tekst en ontwerp Roel Slabbers

Beoordeling thesis en ontwerp

De thesis Inter-esse, over overgangen in de architectuur van Roel Slabbers bestaat uit twee onderdelen. Een verzameling van
plattegronden die typologisch georiënteerd is en een beschrijving en interpretatie van deze plattegronden. De verzameling is chronologisch opgebouwd beginnend met een voorbeeld uit het Assyrisch rijk uit de 8ste eeuw voor de jaartelling en eindigend met een voorbeeld uit Zweden uit 2003. Roel ontwierp een begrippenapparaat om deze plattegronden te beschrijven en te interpreteren. Een uitvoerig literatuuronderzoek is de basis voor deze thesis. In de thesis onderzoekt
Roel fenomenologische en typologische verbanden die als fundament fungeren voor het Anatomisch Model.
In het ontwerp, het anatomisch model, vervolgt Roel Slabbers consequent de principes die hij reeds in de thesis aan de orde heeft gesteld, maar voegt hier enkele strategieën aan toe om te komen tot een adequate interventie in de woonstructuur die hij gekozen heeft. Allereerst tracht hij de paradox tussen het urbane en het rurale, typisch voor de locatie, met elkaar te
verbinden en dit als een exemplarisch principe voor de vele randen tussen deze gebieden te duiden. Hij weet door enkele nauwkeurige ingrepen barrières weg te nemen en het woongebied ‘doorlaatbaar’ te maken en een eenduidig karakter te geven. Vervolgens affirmeert hij dit beeld door er een vernieuwend en potentieel, hoopvol concept aan toe te voegen, de communale ruimte. Hier anticipeert Roel Slabbers op tendensen, planologisch en sociologisch, die zich in een nabije toekomst lijken aan te dienen. Het vernieuwende van het plan is gelegen in de ruimten die Roel, in een tijd van vergaand
individualisme, creëert voor ontmoeting en samenwerking en voor de overgang van urbane en rurale gebieden.
De auteur maakt zich los van het dominante discours over scheiding van private en publieke ruimte, die in de bestaande context ook pregnant aanwezig is, om vervolgens deze gedeelde, communale plaats toegankelijk te maken; zowel in de open ruimte waarin de bebouwing is ingebed, een additieve ruimte achterom die collectief toegankelijk is en herverdeling van de interne ruimten op basis van verschillende types bewoners, als het in acht nemen van zijn oorspronkelijke intentie: de herwaardering van elementen als gang, hal en trap. Aan de voorzijde van het gebouwenblok wordt de optie van het ‘private’ behouden door separate adressen.

Beoordelingscommissie:
Extern: Prof. Ir. Norbert Nelles (Faculté Architecture Université Liège), Prof. Ir. Nick Ceulemans (Faculteit Architectuur en Kunsten, Universiteit Hasselt-Diepenbeek.
Interne begeleiders van Maastricht Academy of Architecture: Jacques Eijkelenberg (hoofdmentor), Marion Zwarts, Ingeborg Meulendijks, Elmar Kleuters en Josef Bischofs.

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL 01 2016

Gerelateerd

Tags: , , , , , ,

    Schrijf een reactie