Installaties van Observatorium

Cross-overs en co-creatie, Inspiratie, Ondernemen

Installaties van Observatorium

Door: Jeroen Junte | 14-11-2015

Maken wij nou kunst of is het toch architectuur? Of zelfs stedenbouw?’ Ruud Reutelingsperger van het kunstenaarscollectief Observatorium vraagt het zich wel eens af. ‘Misschien is het wel alles tegelijk.’ Sinds 1997 maakt Observatorium monumentale installaties in de openbare ruimte. Zoals onlangs De Zandwacht op het uiterste puntje in zee van de tweede Maasvlakte.

 

‘Maken wij nou kunst of is het toch architectuur? Of zelfs stedenbouw?’ Ruud Reutelingsperger van het kunstenaarscollectief Observatorium vraagt het zichzelf ook wel eens af. ‘Misschien is het wel alles tegelijk. Zowel stedenbouw, landschapsarchitectuur als architectuur en dan verwezenlijkt met de fantasie en verbeelding van kunst.’ Sinds 1997 maakt Observatorium – dat naast Reutelingsperger bestaat uit Geert van de Camp, Andre Dekker en Lieven Poutsma – monumentale installaties in de openbare ruimte. Het zijn fysieke plekken waarin mensen daadwerkelijk kunnen verblijven. Zoals ze schreven in hun boek Big Pieces Of Time: ‘Observatorium richt zich op mijmeringen, plezier en ontspanning, de behoeften van het individu, de liefde voor dingen.’ Zo nodigen ze mensen uit om uit hun dagelijkse leefomgeving te stappen. Daarom trekken ze zich niets aan van de regels waaraan architectuur en stedenbouw zijn gebonden. ‘Architectuur mag niet falen, een kunstwerk wel. Die vrijheid staan wij onszelf toe.’ De interviewafspraak met het Rotterdamse kunstenaarscollectief krijgt op het laatste moment een andere wending: alleen Reutelingsperger is beschikbaar, de aanwezigheid van de overige drie leden is opeens op locatie vereist. ‘We werken aan verschillende projecten tegelijk momenteel, vandaar’, zegt Reutelingsperger. ‘Hoewel we elkaar aanvullen, zijn we het inhoudelijk toch met elkaar eens.’ Het collectief bestaande uit de drie oprichters – ‘allemaal vijftigers’ – is onlangs ook uitgebreid met Poutsma, een interieurarchitect van bijna dertig. ‘We worden het eerste kunstenaarscollectief dat wordt overgedragen op een volgende generatie, als een soort familiebedrijf.’ Met andere woorden: het interview in de Rotterdamse studio kan gewoon plaatsvinden. Aan de muur hangen losse potloodschetsen en gedetailleerde pentekeningen van hun projecten. Op kasten staan houten maquettes. ‘Alles doen we nog met de hand, misschien verraadt dat ook wel dat we kunstenaars zijn.’

Duingeraamte

Aanleiding voor een interview is De Zandwacht, het meest recente en tevens meest prominente werk van Observatorium. Dit betonnen skelet van twintig bij veertig meter werd deze zomer opgeleverd en bevindt zich op het uiterste puntje in zee van de tweede Maasvlakte. ‘Dat is geen uitnodigende plek voor mensen. Daarom hebben we de natuur als uitgangspunt genomen. Als je daar maar lang genoeg op het strand staat, dat vormt zich als vanzelf een duin om je heen. Eerst langs je voeten en dan langzaam omhoog. Dat scheppingsproces van een duin hebben we verbeeld met een constructie van beton. Het geraamte van een duin, als het ware. Het is een plek waar je kunt zien hoe de zee en het kunstmatige landschap op elkaar inwerken. Het zou fantastisch zijn als het in de loop der tijd ook echt onder een duin verdwijnt. Dat mensen dan over twintig jaar weer gezamenlijk op zoek moeten gaan naar die constructie.’ Lachend: ‘Maar dat idee sprak het Rotterdamse Havenbedrijf, de opdrachtgever, overigens minder aan.’ Gebruikskunst, zo zou je de ruimtelijke installaties van Observatorium kunnen noemen. ‘We maken kunst, en architectuur is ons medium.’ Al blijft dat gebruik in veel gevallen beperkt tot kijken. Met hun installaties wil Observatorium letterlijk en figuurlijk ruimte creëren voor overpeinzing en observatie. ‘We maken plekken waar mensen even afstand kunnen nemen van de wereld. Tegelijkertijd maken onze installaties een verbinding tussen bestaande werelden.’ Bij Dordrecht is een houten paviljoen gebouwd dat uitzicht biedt op grote waterwerken die de stad de komende jaren gaan veranderen. ‘Zulke processen willen we zichtbaar maken. Vandaar ook de naam Observatorium.’

Klooster

Naast een blik op de buitenwereld kan de gebruiker de blik ook op zijn innerlijk richten. ‘Afzondering is een vorm van participatie. Het is een manier om je plek in de wereld te bepalen. Soms maken we een installatie om mensen een aanleiding te geven om een plek te bezoeken.’Halde Norddeutschland is een 100 meter hoge berg bij een voormalige kolenmijn in het Ruhrgebied. De berg is kunstmatig en maakt feitelijk geen deel uit van het natuurlijke landschap. Op de bergtop is een metalen constructie geplaatst die is geïnspireerd op de schuren die Duits-Nederlandse kolonisten bouwden in Amerika. ‘Dit open paviljoen wordt gebruikt voor kerkdiensten en concerten. De berg is een ontmoetingsplek geworden.’ Tegelijkertijd heeft Observatorium zich met dit kunstwerk geplooid naar de genius loci van deze berg: leegte en stilte. ‘Dat hebben we zichtbaar willen maken. De open schuur is ook een uitkijkplek om van de omgeving te genieten, waardoor de berg een eigen plek krijgt in het landschap. Het heeft iets van een klooster, een plek van bezinning.’ De architectonische kunstwerken van Observatorium zijn locatiespecifiek. Omgekeerd is ook Observatorium zelf beïnvloed door de woon- en werklocatie, Rotterdam. ‘Deze stad is in de afgelopen halve eeuw opnieuw opgebouwd. Na de wederopbouwperiode van strakke lijnen, brede straten en veel openbare ruimte, worden nu kolossale, losstaande gebouwen neergezet die geen pleinen of straten vormen. De Markthal, de Rotterdam, Het Centraal Station. Rotterdam is hierdoor de laatste tijd een fijne stad om door te dwalen. Bij elk van die gebouwen, vroeger en nu, moest ook een kunstwerk komen om te vieren dat er weer iets ’af’ was. Geen stad met zoveel openbare kunst als Rotterdam. Dat heeft ons doen beseffen dat je die kunst ook kunt gebruiken om samenhang te creëren.’ Het ‘placemaking met pop-up architectuur’ – tegenwoordige een hot item – werd door Observatorium al in 2007 toegepast met Perron Mozaïque. ‘Op het Hofplein, dat nu weliswaar een hotspot is maar toen nog een ravage, hebben we een tijdelijk terras gebouwd waar mensen konden dansen, eten en slapen. Dat was voor het eerst dat de Rotterdammers zich deze plek toe-eigenden.’

Sydney tot Duisburg

Het werk van Observatorium bevindt zich zonder uitzondering in de openbare ruimte, meestal langs snelwegen, in stadsparken, bij nieuwbouwwijken of rond industrieel erfgoed – nooit in de ongerepte natuur in elk geval. ‘Op plekken die door de mensenhanden zijn aangeraakt is spanning. Dat zijn plekken waartoe mensen zich moeten verhouden. Het zijn vaak ook plekken die veranderen. Om die dynamiek zichtbaar te maken, moet de gebruiker erbuiten staan. Stil staan dus. Daarom zijn veel van onze plekken een observatorium.’ Al hoeft dat observeren geen passieve activiteit te zijn. ‘We zien graag dat mensen zich onze werken toe-eigenen door er aan te bouwen of te sleutelen.’ Nomanslanding is een installatie die havens en rivieren oversteekt; in het midden van het water is een concertkoepel. Dit tijdelijke bouwwerk heeft op diverse locaties gestaan – van Sydney tot Duisburg. ‘Maar op elke plek is de invulling anders.’ De verstilling in de installaties van Observatorium maakt steeds vaker plaats voor interactie. ‘Wij veranderen zelf ook. Daarbij willen opdrachtgevers steeds vaker een werk dat verandering in gang zet of mensen actief met elkaar verbindt.’

 

Deze zomer werd Observatorium gevraagd om in het Duitse Ruhrstadje Dorsten een paviljoen te bouwen dat slechts 70 dagen bleef staan. ‘Dat stadje bestaat uit een welvarend en een meer volks deel. Daartussen lag in een soort polder een maïsveld. Daar zijn wij vervolgens ook gaan polderen door het te egaliseren tot een grasveld met middenin een openbaar paviljoen en een bijhorend activiteitenprogramma. Dat werd een compleet gekkenhuis met meer dan 50 duizend bezoekers (NB Dorsten telt 75.000 inwoners). Elke avond lagen er honderden mensen in het gras naar muziek te luisteren. Er werden nieuwe pop-up barretjes gebouwd en tuinen aangelegd. Na 70 dagen was ons paviljoen feitelijk overbodig. Het was aan zijn eigen succes ten onder gegaan, haha. Alleen al daarom kan het geen architectuur zijn.’ De schaal van de installaties wordt groter, ook het gebruik verschuift van verstilling naar het faciliteren van activiteiten. ‘Maar onveranderd is dat elk werk uiteindelijk een uitnodiging is tot het observeren van de wereld. Van elkaar. Van jezelf’, vat Reutelingsperger namens het voltallige collectief samen. ‘Onze werken zijn altijd een venster.’

Dit artikel werd gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 7 van 2015

Gerelateerd

Tags: , , , , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.