Restauratiewerk meesterschilder Petra Baartman

Inspiratie

Restauratiewerk meesterschilder Petra Baartman

Door: Jacqueline Knudsen | 18-12-2019

Bij de restauratie van een voormalig klooster heeft meesterschilder Petra Baartman bijzondere werken verricht. Een grote wand in de nieuwe brasserie heeft ze verguld en elders in het complex restaureerde ze in vier opeenvolgende ruimtes de originele tegellambriseringen en schilderde ze de ontbrekende delen terug. Niet van echt te onderscheiden. En zo kan ze vele materialen onzichtbaar herstellen, al dan niet met gedetailleerde ornamenten.

Klooster Mariënhage

Het voormalige klooster Mariënhage aan de oostkant van het centrum van Eindhoven heeft een nieuwe toekomst gekregen als een centrum waarin allerlei belangrijke momenten, zoals trouwen en overlijden, gevierd en gememoreerd kunnen worden. Het is nog steeds een spiritueel gebouw, maar zonder verbinding met een religie. Diederendirrix architecten en Architecten|en|en zijn ingeschakeld voor de restauratie van het klooster en de nieuwbouw van een nieuw hart, de Knoop. Deze strakke witte nieuwbouw vormt de schakel tussen kerk, de voormalige kloostergebouwen en de vleugel van het gymnasium aan de Kanaalstraat met de studentenkapel. De Knoop maakt het geheel nu toegankelijker en verbindt het voorheen wat verborgen kloosterterrein met het centrum van de stad.

Wand verkoperd

De brasserie van DomusDela, zoals het nieuwe complex is gedoopt, is gevestigd in het voormalige internaat uit 1912. Petra Baartman heeft er een huzarenstukje afgeleverd. Een grote wand van de brasserie is verguld, of beter gezegd verkoperd. Baartman: “De interieurarchitect [Bureau Franken Wieneke van Gemeren] had bedacht dat die wand een ruwe uitstraling moest krijgen, de stukadoor heeft zijn werk daarom zo uitgevoerd, dat je de streken van de troffel nu nog kunt zien. Op de gestuukte wand heb ik horizontale en verticale lijnen uitgezet. Ik werk namelijk met koperblaadjes van 15 bij 15 centimeter, die plak ik iets overlappend op. Die vierkante vlakjes blijven zichtbaar, omdat bladmetaal in het midden meer glimt dan aan de zijkanten. Het is daarom belangrijk dat ze niet schuin gaan lopen. Daar helpen die lijnen bij, dan kun je gaandeweg corrigeren.” voor het plakken heeft Baartman de muur ingesmeerd met lijm, Permacoll size HA, die een lange opentijd heeft. “Het plakken moet je in één keer doen, je kunt niet halverwege stoppen, want dat blijf je zien. Ik heb 12 uur onafgebroken doorgewerkt.”

Vernis tegen verkleuring

Gemaskerd tegen kopervergiftiging haalde ze na het drogen van de lijm de overlappende stukjes koper weg met een kwast. Daarna heeft ze een vernis aangebracht die het koper beschermd tegen verkleuring door oxidatie. “Helaas kon een van de bouwvakkers de verleiding niet weerstaan om voor de vernissage het koper aan te raken. Dat verzoek had ik wel op bordjes aangegeven, in Pools en in Nederlands. zijn vingers blijven nu altijd zichtbaar.” vooraf heeft Baartman in haar atelier een proefstuk gemaakt, om te bepalen welke vernis het geschiktst was voor toepassing op koper in een ruimte waar gegeten, gedronken en ook wel eens gemorst wordt. nu is de wand goed beschermd en zal zijn fraaie kleur en glans behouden. Ook het handbedrukte behang met grote hommels heeft Baartman in de brasserie aangebracht. “Er zitten veel koven en vensters in die wanden, en het behang heeft een heel opvallend patroon, dus vooraf moest ik heel nauwkeurig bedenken hoe het geplakt moest worden, om een harmonieus geheel te krijgen met de hommels in regelmatige schuine lijnen.” Dat is goed gelukt, het patroon klopt door de hele ruimte heen en de kleuren – grijs, goud en zwart – harmoniëren met koperen wand en de verdere inrichting.

Herstelde tegel-lambriseringen

Maar de meest bijzondere prestatie van Petra Baartman is bijna onzichtbaar: de herstelde tegel-lambriseringen in de voormalige aula annex gymzaal van het gymnasium. Deze wanden met in totaal zo’n 6500 tegels waren er slecht aan toe. ze kwamen tevoorschijn tijdens de restauratie achter lagen verf en stucwerk. Hier en daar waren de tegels helemaal weg, andere waren beschadigd en veel tegels waren aangetast door agressieve schoonmaakmiddelen: “vooral de geeloranje tegeltjes waren dof en er zat een witte waas over.

Tegelwanden in oude glorie hersteld

In de dagkanten van de deuren kon je de oorspronkelijke kleuren zien. Het is op zich een fraaie lambrisering in een repeterend kleurenpatroon dat je overal in het gebouw ziet terugkomen: in vloeren, glas-in-lood, metselwerk, zelfs in de dakpannen op de kapel!” Aan Baartman de schone taak om de tegelwanden in hun oude glorie te herstellen. Ook hier moest ze op zoek naar het juiste mengsel van stoffen waarmee ze de verdwenen kleuren kon ophalen. Met alkydverven en Gamsol wist ze de kleuren weer goed te krijgen. De groene tegels kregen met een sponstechniek hun gevlekte patroon. Afwerking met glacis in alkydhars bracht weer glans op de tegels. Elke beschadigde tegel kreeg minstens drie behandelingen en vervolgens werden de voegen op de juiste kleur gebracht. “Ik moest bovendien niet giftige stoffen kiezen in verband met de bouwvakkers die in dezelfde ruimte werkten.” Het resultaat is verbluffend en tegelijkertijd ook niet: de nieuwe geschilderde tegels zijn niet van de originele te onderscheiden. Alleen wie weet hoe het er voor restauratie uitzag, zal verbluft zijn. De onwetende beschouwer zal niet zien wat hier origineel is en wat niet.

Opleiding Meesterschilder

Petra Baartman kreeg de opdracht van Bouwbedrijf van der Ven uit Veghel. Daar had ze voor het eerst mee gewerkt in landhuis Haanwijk in Sint-Michielsgestel. ze was daar ingehuurd om beschadigd marmerwerk te imiteren, en gaandeweg het project kreeg ze eveneens de opdracht voor het beschilderen van de nieuwe kastdeuren naast originele luiken. Op de vlakke panelen creëerde ze in verf de illusie van reliëf, zodat het algehele beeld klopte. Het is als een trompe-l’oeil, van dichtbij kun je uiteraard wel zien dat het geen echt reliëf is. “Dit zijn dingen die je tijdens de opleiding tot Meesterschilder leert. Ik heb deze opleiding vanaf 2006 in deeltijd gevolgd in Den Bosch en Heerhugowaard. Eerst in 2 jaar de opleiding tot gezel en daarna nog 5 jaar restauratie, decoratie en interieur tot meester. De werkervaringsplekken tijdens mijn opleiding heb ik zorgvuldig gekozen en als zzP-er gedaan, er moest gewoon brood op de plank komen.” ze werkte bij schildersbedrijven en voor diverse verzekeringsbedrijven in schadeherstel, bijvoorbeeld het onzichtbaar herstellen van aanrechtbladen, meubels, en parketvloeren.

Titel Meesterschilder

In 2014 behaalde ze de titel van Meesterschilder, op basis van het behalen van de diploma’s restauratieschilder en specialist Interieur en Decoratie bij opleidingsinstituut Savantis. Deed ze aanvankelijk ook ‘gewone’ schilderklussen, sinds 2018 kiest Baartman alleen opdrachten waarvoor een gespecialiseerde schilder nodig is. “Er zijn niet veel echte Meesterschilders in Nederland. Als Meesterschilder beheers je vele technieken, waarmee je houtsoorten, marmer en andere steensoorten kunt imiteren; biezentrekken, letterzetten, decoratief schilderen, reliëfimitaties maken zoals trompe l’oeil en vergulden. Met deze technieken kun je veel meer bereiken dan de meeste opdrachtgevers, architecten en aannemers weten. En vaak ook veel voordeliger dan men denkt.” Baartman is een gedreven vakvrouw, die zich blijft vernieuwen. ze volgt nu lessen aan de kunstacademie in Arendonk en neemt sinds vorig jaar deel aan de jaarlijkse internationale salon van Meesterschilders. “Dat is enorm inspirerend, normaal werk je veel alleen en is er weinig contact met vakgenoten. De salon is perfect om ervaringen met nieuwe materialen en technieken uit te wisselen. Ik hou er van om nieuwe oplossingen voor telkens nieuwe opgaven te bedenken.

Fotografie: Petra Baartman, Jacqueline Knudsen

Klooster en gymnasium

In 1890 kocht de Nederlandsche Augustijner Missie het klooster Mariënhage aan de rand van Eindhoven. De paters Augustijnen bouwden er een nieuwe kerk, de Paterskerk, die in 1898 gereed was. Het ontwerp was van architect P.J. Bekkers i.s.m. J.P.I. Hegener. In datzelfde jaar richtten de paters een school op, het Gymnasium Augustinianum. In 1912 startte de bouw van een internaat aan de Kanaalstraat 8. Het leerlingenaantal breidde snel uit, in 1923 had de school al 143 leerlingen. Ze werd daarom in 1924 uitgebreid met een nieuwe vleugel naast het internaat, in expressionistische baksteenarchitectuur naar ontwerp van monnik/architect Dom Paul Bellot. Aansluitend werd in 1925 een kapel toegevoegd, eveneens ontworpen door Bellot i.s.m. Pierre Cuypers jr. De noordvleugel van de kloostergebouwen dateert uit 1935 en in 1990 is nog een nieuwbouw opgetrokken ten behoeve van de omvangrijke bibliotheek van de Orde der Augustijnen. In 1959 verhuisde het gymnasium naar een nieuw gebouw elders in Eindhoven. Wegens hun hoge leeftijd en kleine aantal gingen de paters Augustijnen rond 2013 samen met de gemeente Eindhoven op zoek naar herbestemming van het kloostercomplex. In 2017 is de bibliotheek overgedragen aan Universiteit van Tilburg, verhuisden de laatste Augustijnen en werd het complex overgedragen aan de koper, uitvaartbedrijf DELA. DELA herbestemt het tot een restaurant, een hotel, conferentiezalen. De paterskerk en de studentenkapel zijn omgevormd tot zogenaamde ceremoniehuizen. Het kerkhof blijft behouden en overleden Augustijnen kunnen daar begraven worden.

Dit artikel is gepubliceerd in Bouwwereld nummer 11 van 2019 in de rubriek De Specialist.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.