Recht volgens Ruby: Nieuwe keurmerken

Recht volgens Ruby: Nieuwe keurmerken

Wet- en regelgeving
Door: Ruby Nefkens | 11-04-2019

De keuze voor een soort materiaal of manier van bouwen wordt steeds meer ingegeven door factoren zoals duurzaamheid of bepaalde andere kwaliteitskenmerken. Deze kenmerken kunnen worden aangeduid met een keurmerk. Voorbeelden van in de bouw in gebruik zijnde keurmerken zijn FSC, KOMO, DUBOkeur® en PEFC. Opdrachtgevers zijn mogelijk eerder geneigd te kiezen voor producten of diensten met een keurmerk, door de zekerheid die daarmee wordt geboden.

Keurmerk

Het woord ‘keurmerk’ is spreektaal. De merkenrechtelijke term was tot 1 maart 2019 ‘collectief merk’. Sindsdien bestaat het oude ‘collectieve merk’ niet langer. Er is een nieuw merk in het leven geroepen: het ‘certificeringsmerk’ en de regelgeving rond het oude collectieve merk is aangepast. Voor Europese merken bestaat deze aanpassing sinds 1 oktober vorig jaar.

Certificeringsmerk

Het certificeringsmerk is een kwaliteitsmerk en geeft aan dat de merkhouder garandeert dat de producten of diensten, die onder het merk worden aangeboden, aan bepaalde eisen en/of kenmerken voldoen. Bijvoorbeeld kwaliteitscriteria of bepaalde productiemethodes. Het KOMOkeurmerk is daar een goed voorbeeld van. Daarvoor is nodig dat het merk wordt geregistreerd als certificeringsmerk.

Voorwaarde voor het registreren

Voorwaarde voor het registreren van een certificeringsmerk is dat de persoon of organisatie die het merk registreert (de merkhouder), niet zelf producten of diensten levert met dit merk. De merkhouder mag alleen het gebruik van het merk beheren en controleren.
Daarom moet bij de registratie van een certificeringsmerk een reglement over het gebruik van het merk wordt bijgevoegd. In dit reglement wordt onder andere opgenomen welke kenmerken door het merk worden gecertificeerd, onder welke voorwaarden je het merk mag gebruiken en hoe de merkhouder toeziet op het juiste gebruik van het merk.

Collectieve merk

Het nieuwe ‘collectieve merk’ mag sinds 1 maart 2019 alleen nog door leden van een vereniging worden gevoerd. De vereniging is bij een collectief merk zelf de merkhouder en het merk is dus bestemd om producten of diensten afkomstig van leden van die vereniging aan te duiden en te onderscheiden.

BNA zou voorbeeld kunnen zijn

Een voorbeeld hiervan zou het merk ‘BNA’ kunnen zijn. Alhoewel ‘BNA’ alleen nog als individueel merk is geregistreerd, zou het ook als collectief merk kunnen gelden als het zo wordt ingeschreven. De architecten die het merk BNA voeren in hun externe communicatie, laten hiermee zien dat ze bijvoorbeeld de gedragscode van de BNA in acht nemen.

Een collectief merk kan ook door een vereniging van producenten geregistreerd worden. Om bijvoorbeeld aan te duiden dat de producten afkomstig zijn uit een bepaalde streek. Met het nieuwe collectieve merk mag namelijk, in tegenstelling tot het certificeringsmerk, de geografische herkomst worden aangeduid

Tekst: Ruby Nefkens, advocaat intellectueel eigendom, ICT, design, architectuur, kunst, media

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 2 van 2019

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags:

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.