Nieuwe huisvesting van Kaan een visitekaartje

Ondernemen

Nieuwe huisvesting van Kaan een visitekaartje

Door: Kirsten Hannema | 06-02-2017

Toon mij uw kantoor en ik vertel wie u bent. De nieuwe huisvesting van KAAN zegt veel over hoe het bureau werkt, de architectuur die het maakt en de ambitie om door te groeien op internationaal niveau. Op de tweede verdieping van het voormalige kantoor van de Nederlandsche Bank uit 1950, aan de Boompjes in Rotterdam, is het bureau van Kees Kaan, Vincent Panhuysen en Dikkie Scipio sinds eind vorig jaar gevestigd. Een perfect visitekaartje.

Royale entree

De nieuwe huisvesting van KAAN architecten is van een bijna on-Nederlandse allure. Neem alleen al de binnenkomst. Niks Hollands halletje, maar een royale entree met een natuurstenen vloer, een fraai wandmozaïek en een brede trap, zo mooi dat je de lift graag laat voor wat hij is. Op de tweede verdieping van dit voormalige kantoor van de Nederlandsche Bank uit 1950, aan de Boompjes in Rotterdam (3), is het bureau van Kees Kaan, Vincent Panhuysen en Dikkie Scipio sinds eind vorig jaar gevestigd. Een grote open ruimte (1400m2), met een monumentale kolommenstructuur, verdiepingshoge ramen en over de volle lengte balkons, die uitzicht bieden op de Maas. Blikvanger is de notenhouten vloer, waartegen de zwarte bureaus – strak in het gelid – fraai afsteken. De spiegels op de achterwanden geven het kantoor iets glamoureus, en wekken de suggestie dat de ruimte tot in het oneindige doorloopt. Chique, minimalistische verlichtingsarmaturen met dimbare verlichting maken het geheel af (8). Je wordt er stil van, en vraagt je onbewust af: hoe heeft KAAN dit voor elkaar gekregen?

Ondernemen tijdens de crisis

Terwijl veel architectenbureaus eindelijk, voorzichtig aan, weer vooruit durven kijken nu de economie aantrekt, hebben ze hier nauwelijks last gehad van de crisis die in 2008 toesloeg. Het bureau sleepte de ene na de andere grote opdracht binnen, voor de Hoge Raad in Den Haag (vorig jaar opgeleverd), de rechtbank in Amsterdam, en de renovatie van Paleis Het Loo. Het breidde zijn werkveld via België en Duitsland uit naar Frankrijk, en sinds kort Brazilië.   Amsterdamse bureaus hebben de luxe dat er veel werk is in hun eigen stad, maar als Rotterdams bureau moet je de boer op’, zegt Kaan. Al voor de crisis, toen hij nog samen met Felix Claus bureau Claus en Kaan had (in 2012 gingen ze uiteen), investeerde hij in projecten over de grens. In België bouwt KAAN een crematorium en een bibliotheek, in Lille een kantoor voor de Kamer van Koophandel, in Parijs een universiteitsgebouw.

‘In de crisis hebben we ons nog actiever op niet-woningbouw gericht, met name Publiek- Private Samenwerkingen ofwel PPS-projecten. Daarnaast vormen renovaties zoals Central Post in Rotterdam, het Koninklijk Museum voor de Schone Kunsten in Antwerpen en het Provinciehuis Noord-Brabant een belangrijk aandeel in onze portefeuille. Dat hebben we altijd leuk gevonden: een oud gebouw een nieuwe ziel geven.’ Het nieuwe kantoor onderstreept dat het de architecten voor de wind gaat, en toont een groot vertrouwen in de toekomst. Maar imponeren is nooit een doel geweest, zeggen de architecten over het ontwerp. Om te beginnen wilde KAAN helemaal niet weg uit zijn oude pand, even verderop aan de Boompjes. De huur werd simpelweg opgezegd. Kaan: ‘Dat kwam hard aan. We zaten er al twintig jaar, ik hield van die plek. We hebben de Wilhelminapier zien opkomen’, wijst hij naar buiten, waar in de mist Rem Koolhaas’ wolkenkrabber De Rotterdam opdoemt. ‘We hebben een nieuw stuk stad zien ontstaan. Maar op een dag vertelde de eigenaar dat we weg moesten, omdat hij het pand wil herontwikkelen tot appartementencomplex. We liepen met onze ziel onder de arm.’ Panhuysen, grijnzend: ‘Totdat we hier een te-huurbord zagen, toen wisten we het wel. Zeker als je ziet wat er verder aan bedrijfsruimtes wordt aangeboden, daar word je niet vrolijk van.’ Kaan: Dit gebouw bood alles wat we wilden: de plek waaraan we gehecht waren, en de mogelijkheid om met alle 65 medewerkers op een verdieping te zitten – een droom die we al langer hadden.’ Panhuysen: ‘Die ruimtelijke kwaliteit is uniek: de diepte van het pand, de hoogte van de ruimte, de lichtval.’

Huiskamer

De architecten wilden niet zozeer een kantoor als wel een ‘thuis’ creëren, vertellen ze aan de reusachtige bar in de voorruimte. Kaan: ‘Een groot deel van onze tijd brengen we ten slotte hier door.’ ‘En onder een systeemplafond word je nooit gelukkig’, meent Panhuysen. Het betonnen plafond en de installaties zijn hier in het zicht gelaten, wat een rauw randje geeft aan het verder superstrakke interieur. Zelfs het koffieapparaat is onzichtbaar weggewerkt in het barmeubel. Panhuysen pakt de iPad die erop ligt en toets iets in. Het geluid van een koffiebonenmaler klinkt, waarna uit een pijpje in het werkblad een verse cappuccino in zijn kopje stroomt. De elf meter lange bar (2 en 5), uitgevoerd in hetzelfde notenhout als de vloer, en met een spectaculair overstek, is het centrum van de ‘huiskamer’ zoals Kaan de voorruimte noemt. Hier wordt gezamenlijk geluncht, geborreld en gefeest. Vanaf de bar kijk je uit op de open werkvloer, die gestructureerd wordt door de betonnen kolommen. ‘De ruimte is symmetrisch van opzet: je hebt drie beuken met werkplekken, daartussen ontstaan als vanzelf verkeersruimten, aansluitend op de twee ingangen’, legt Kaan uit. ‘Via de ene deur lopen medewerkers binnen, via de andere ontvangen we in een aparte ruimte de teams waarmee we aan PPS-projecten werken (1). Medewerkers en opdrachtgevers hebben op deze manier in een keer overzicht op het bureau en de organisatie.’

Projecteilandjes

De bureaus zijn als eilandjes bij elkaar gezet, die een land of project representeren. Panhuysen wijst waar België, Frankrijk en Duitsland zitten, met daarachter Brazilië, Keulen en Tübingen. Er is een blok voor de Rechtbank, en dan heb je nog de kleinere klussen in Amsterdam en Rotterdam. De werkplekken zijn dus gekoppeld aan een project en niet aan een medewerker; die bewaart zijn persoonlijke spullen in een bakje. Op deze manier kan gemakkelijk in de opstelling geschoven worden. Kaan, Panhuysen en Scipio delen de directieruimte (9), die achter de kern met de lift ligt. ‘Alles binnen KAAN Architecten komt tot stand in een gesprek tussen ons drieën’, zegt Panhuysen, ‘al heeft bij elk project één van ons de leiding. Zo zijn we slagvaardig. In het geval van deze verbouwing was dat Dikkie.’ De directieruimte doet ook dienst als vergaderruimte en omvat de bibliotheek. ‘Zelf zitten wij meestal met een laptop aangeschoven bij een ontwerpteam, op de werkvloer.’

Gelijkwaardigheid van de medewerkers

De open vloer met rijen identieke bureaus benadrukt de gelijkwaardigheid van de medewerkers. Panhuysen: ‘Iedereen hier is opgeleid als architect. De misvatting bestaat dat een architect er vooral voor het concept is, en je na het definitief ontwerp een technisch tekenaar het verder wel kan uitwerken. Maar met een fout detail kun je een concept slopen. Wij hebben altijd erop gestaan zelf het gebouw tot op de laatste schroef uit te tekenen. We investeren in kennis over programma’s als BIM en Revit. Door die kennis in huis te houden, kunnen we nu complexe PPS-projecten faciliteren.’ De levensgrote fotoprints op de muren in de voorruimte (6), waarop een detail van de betonwapening in het gebouw voor de Hoge Raad te zien is, laten zien wat hij bedoelt.

De PPS-projecten vormen de belangrijkste verandering in de werkwijze van het bureau de laatste jaren. Kaan: ‘Vroeger zat je in je kantoortje architect te zijn, je vergaderde nu en dan met de constructeur of adviseur. Bij PPS werk je vanaf het begin intensief samen met teams, waarin alle die disciplines vertegenwoordigd zijn.’ Panhuysen: ‘Je maakt immers niet alleen gebouw maar ook beheerplan voor dertig jaar.’ Er is onder architecten de nodige kritiek op deze werkwijze. De prijs zou boven de kwaliteit gaan, de rol van de architect – onderaannemer van de bouwer – zou uitgehold worden. Kaan herkent zich er niet in. ‘Wij hebben het tegenovergestelde beleefd; Met projecten als de Hoge Raad hebben we alleen maar maatwerk erbij gekregen.’ Wat is KAAN’s agenda voor de toekomst? ‘Alles draait om transformatie’, antwoordt Kaan. ‘In Europa kennen we een cultuur van verdichting. Je werkt altijd in de stad, op plekken met een geschiedenis, met verschillende tijdslagen. De Hoge Raad hebben wij ook zo benaderd: als de transformatie van een stuk stad, niet als een gebouw. Het transformeren zit in de Nederlandse aard, eigenlijk zijn we hier permanent ‘met bankstellen aan het schuiven’.’

Doorontwerpen tot er niets meer is

De transformatie van bankgebouw tot bureau is wat dat betreft een perfect visitekaartje. ‘DitTekst Kirsten Hannema Fotografie Simone Bossi gebouw past bij ons bureau, bij wat wij met onze architectuur proberen te bereiken’, zegt Kaan. ‘Van buiten is het vrij onopvallend, maar het heeft een sterke identiteit, een waardigheid die boven gewone uit stijgt.’ Panhuysen: ‘Hier binnen ervaar je iets soortgelijks. Het lijkt alsof we alleen maar een houten vloer in een kale ruimte gelegd hebben en een paar lampjes opgehangen.’ Kaan: ‘Maar ondertussen moet je allerlei problemen oplossen: klimaatinstallaties, bekabeling, akoestiek. Het is de kunst om door te ontwerpen totdat het niets meer is.’

Tekst: Kirsten Hannema
Fotografie: Simone Bossi

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 1 van2017

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.