Poëtisch datacenter van Maarten de Haas

Master among masters

Poëtisch datacenter van Maarten de Haas

Door: Redactie ArchitectuurNL | 28-06-2018

‘In navolging van het voorafgaande’ is de titel van het project van Maarten de Haas, waarmee hij in 2017 afstudeerde als Master Architectuur aan de Rotterdamse Academie van Bouwkunst. Het project lijkt op eerste gezicht een ontwerp voor een enorm datacentrum en een kleine beheerderswoning in het centrum van Rotterdam. Echter technische tekeningen worden gepareerd door poëtische schetsen en teksten. De Haas plaatst zo de rigide abstracte wereld van het internet tegenover de erosie en beleving van het dagelijks leven. Het is een poëtische enscenering van de alledaagsheid. Het project behaalde als eindcijfer een 9 en is geselecteerd voor Archiprix 2018.

In voorbereiding

Voor velen is de modem in de meterkast het enige fysieke element van internet in huis. Het wifi -signaal en daarmee jouw toegang tot het internet lijk je iedere dag weer zonder enige moeite uit de lucht te kunnen vissen. Al je bestanden, foto’s en agenda-afspraken sla je met hetzelfde gemak op in één of andere cloud. Je kleding bestel je online, liefde zoek je via het internet en je geldzaken regel je via een app. Dit alles zonder echt te weten waar jouw bestanden en gegevens daadwerkelijk worden opgeslagen, wie er toegang tot heeft of wie er met je meekijkt. Laat staan het besef over hoe immens groot het systeem is wat achter het internet schuilt.

In navolging daarvan

Het internet is wel degelijk fysiek. Om jou te voorzien in je dagelijkse internetbehoefte gebruikt het een gigantische hoeveelheid energie. Het grootste deel van deze energie wordt gebruikt voor de datacenters. Ze vormen het hart van het internet en ons digitaal bestaan. Verspreid over de hele wereld staan datacenters. Variërend van datacampussen met een oppervlakte van 720.000 m2 tot een grootte van 112.000 m2 van het Microsoft datacenter in de Nederlandse polder. Hier staan 24 uur per dag en 7 dagen in de week servers te razen om het internet ‘online’ te houden. Met een minimaal aantal mensen is het mogelijk om een enorme datavloer te beheersen. Buiten deze mensen om is het datacenter voor onbevoegden strikt verboden terrein.

Datacenters in contact met elkaar via glasvezelnetwerk

De datacenters staan in contact met elkaar via een wereldwijd glasvezelnetwerk. In dit netwerk bestaan een aantal knooppunten waar meerdere glasvezelkabels bij elkaar komen. Amsterdam vormt één zo’n knooppunt. Het speelt een belangrijke rol in het Europees dataverkeer. Voor bedrijven is het dan ook zeer gunstig om zich zo dicht mogelijk bij dit knooppunt te vestigen en met hun datacenter aan te sluiten op dit knooppunt. Terwijl de vraag naar datacapaciteit alsmaar blijft groeien, worstelt Amsterdam met een energieprobleem. Hierdoor kunnen er nauwelijks nieuwe datacenters in de stad worden bijgebouwd en moet er uitgeweken worden naar andere locaties. Rotterdam staat via een glasvezellus in directe verbinding met Amsterdam en daarmee in verbinding met de gehele wereld.

In navolging van het voorafgaande

 En nu staat er een nieuw datacenter van de categorie IV in het centrum van Rotterdam. Geplaatst op een voorheen nog onontwikkeld stuk grond direct naast het spoor, vlakbij het Centraal Station. Het beschikt over een prima zichtlocatie vanaf het Hofplein en staat keurig in het rijtje van prominente gebouwen aan de Coolsingel. Een blok van 168 m lang, 65 m breed en 130 m hoog is gevuld met 32 verdiepingsvloeren. In rijen staan hier de servers opgesteld. Aan de noordzijde, de andere kant van het spoor, staan de eerste huizen van de Provenierswijk. Vanzelfsprekend hebben de bewoners achter deze kolos ook recht op hun zonlicht.

Daarom is het gebouw zo ontworpen dat het precies voldoet aan de opgelegde bezonningsregels in het bestemmingsplan. Zo heeft iedere woning maximaal 1 uur per dag schaduwhinder van het datacenter in de periode tussen 21 maart en 21 september. Iedere verdieping is opgedeeld in vier brandcompartimenten, elk niet groter dan 2500 m2. Vanuit iedere mogelijke positie in het compartiment is er binnen 30 meter afstand een vluchtroute bereikbaar. Bij brand wordt er geblust met het blusgas Ar N2 CO2, een zuurstof verdrijvend gas. Schade door bluswater wordt hiermee vermeden en de ‘downtime’ van het datacompartiment tot een minimum beperkt. Op de begane grond komt de glasvezelkabel het gebouw binnen. Hier liggen de traforuimte, de expeditieruimte en de magazijnen. In de ruimte naast de containeropslag staat een speciale schredder, waarmee gebruikte harde schijven worden vernietigd en vermalen tot kleine stukjes.

Entree ontbreekt

Een entree tot het datacenter zelf ontbreekt. Als de elektriciteit uitvalt, nemen 14 dieselgeneratoren op de eerste verdieping de stroomvoorziening over. De 7 seconden die de generatoren nodig hebben om op te starten worden opgevangen door accu’s. Deze staan opgesteld in UPS (uninterruptible power supply) hallen. Zo is het datacenter 24 uur per dag en 7 dagen in de week gegarandeerd operationeel. Buiten is de aluminium gevel voorzien van een laag bladgoud. Dit weert ongewenste signalen, blikseminslagen en beschermt het gebouw tegen weersinvloeden als regen, sneeuw en ijzel. Een schacht vangt neerslag op en leidt het water dwars door het gebouw naar het onderliggende reservoir. Door middel van de koelribben in de schacht en het opgevangen regenwater in het reservoir is het datacenter in staat zijn binnenruimte te koelen tot de vereiste 25 tot 30 graden Celsius.

In de schaduw van uw reflectie

Onderaan de schacht klampt zich in de schaduwzijde van de gouden kolos een huisje vast aan het datacenter. Hier woont de conciërge van het datacenter. Via een beveiligde gang tussen zijn woning en het datacenter heeft hij direct toegang tot het datacenter en kan hij bij calamiteiten direct ingrijpen. Zijn dienstwoning is van alle gemakken voorzien. Zo heeft hij beschikking over een eigen badkamer, een keuken, een slaapkamer, een woonkamer en een schuur waarin hij zijn gereedschap en blikken verf kan opbergen. Een patio vormt het middelpunt van de woning en is bereikbaar via de keuken en de badkamer. In de woonkamer staat een oude houtkachel waarin de conciërge tot aan de lente zijn houtblokken brandt. De aluminium beplating van de woning is, anders dan het datacenter, bekleed met witte reliëfl oze steenstrips. De bitumen dakbedekking leidt het water van het dak naar de dakgoot en de kozijnen zijn blank afgelakt. De witte houten voordeur is extra versterkt met een stalen binnenkant. Bezoek voor de conciërge komt binnen via het tochtportaal dat tevens dient als een personensluis. Alles is er aan gedaan om ongenodigde personen te weren.

Een replica van hetzelfde

Deze ochtend is het weer opgehelderd en de hemel strak blauw. Dwars door de schacht boven de patio is de zon zichtbaar. Het mos tussen de betontegels in de patio baadt nu in een goudgele gloed van de zon en de reflectie van het datacenter. De witte steenstrips op de muren zijn inmiddels wel opgedroogd, maar de regen heeft grauwe strepen achtergelaten op het metselwerk. De conciërge opent het raam en tegelijkertijd valt er een steenstrip van de gevel op de grond. Op de plek waar de steen zat is nu de aluminium achterplaat zichtbaar. Hij staart naar de steen maar doet er niets aan. Het is toch de zoveelste. Zijn huisje begint steeds meer kale plekken te vertonen. Op steeds meer plekken verandert het witte metselwerk in een mat glanzende aluminium plaat. De bitumen dakbedekking begint los te laten en wappert hier en daar losjes in de wind.

De kozijnen lijken ook al weer een verflaag nodig te hebben en op de plek waar de postbode altijd zijn fiets tegen de muur zet zijn de gevelstenen al lang verdwenen. Het is nog niets vergeleken met de zomer wanneer de zon en haar hitte de gevels doen golven en diepe scheuren nalaat in het voegwerk. De tijd, het weer en het gebruik laten allemaal hun sporen op het huisje na. Na de regenbui van vannacht warmt de zon nu het huis weer op. Moe zit de conciërge naast het open raam aan de keukentafel. Tot in de ochtend heeft hij wakker gelegen van de druppels die van de dakrand in de metalen dakgoot vielen. Even heeft hij er aan getwijfeld om op te staan en een handdoek in de goot te leggen om het geluid nog enigszins te dempen.

Bang om te wakker te worden is hij al wachtend op de ochtend op zijn rug blijven liggen. Terwijl nu het koffiezetapparaat achter hem pruttelt, staart hij door het raam naar de gevallen steen. In zijn hoofd maakt hij een lijst op van wat hij vandaag moet doen in het datacenter. Eigenlijk een vrij simpele lijst voor een plek die zoveel geheimen waarborgt. De conciërge verbaast zich er nog steeds over. ‘Hoe kan zo’n machtige machine, zulke zinloze taken voortbrengen?’ Terwijl hij aan zijn eerste kop koffie van de dag zit, wordt zijn aandacht getrokken door een wesp die al bonkend tegen het raam een uitweg naar buiten probeert te zoeken.

Langzaam loopt hij met een leeg glas naar het raam en zet het glas voorzichtig over de wesp heen. Met zijn andere hand schuift hij er behoedzaam een papiertje onder en brengt het geheel terug naar de keukentafel. Tijdens zijn laatste slok koffie kijkt hij naar het glas. De wesp zoekt met al zijn resterende energie nog steeds naar een uitweg. ‘Zou hij wel beseffen dat hij gevangen zit in een glas, zou hij überhaupt beseffen wat een glas is?’ De conciërge kijkt op van het glas en richt zijn blik op de klok aan de muur. Met een zucht staat hij op van zijn stoel. Hij loopt door de donkere, klamme gang.

Omhuld door de geur van schimmel en verval bereikt hij de deur aan de andere kant. Hij zet zijn schouder tegen de deur en drukt met al zijn gewicht de deur open. De TL’s springen automatisch aan en hij verdwijnt in het kille licht van het datacenter. koffiezetapparaat achter hem pruttelt, staart hij door het raam naar de gevallen steen. In zijn hoofd maakt hij een lijst op van wat hij vandaag moet doen in het datacenter. Eigenlijk een vrij simpele lijst voor een plek die zoveel geheimen waarborgt.

De conciërge verbaast zich er nog steeds over. ‘Hoe kan zo’n machtige machine, zulke zinloze taken voortbrengen?’ Terwijl hij aan zijn eerste kop koffie van de dag zit, wordt zijn aandacht getrokken door een wesp die al bonkend tegen het raam een uitweg naar buiten probeert te zoeken. Langzaam loopt hij met een leeg glas naar het raam en zet het glas voorzichtig over de wesp heen. Met zijn andere hand schuift hij er behoedzaam een papiertje onder en brengt het geheel terug naar de keukentafel.

Tijdens zijn laatste slok koffie kijkt hij naar het glas. De wesp zoekt met al zijn resterende energie nog steeds naar een uitweg. ‘Zou hij wel beseffen dat hij gevangen zit in een glas, zou hij überhaupt beseffen wat een glas is?’ De conciërge kijkt op van het glas en richt zijn blik op de klok aan de muur. Met een zucht staat hij op van zijn stoel. Hij loopt door de donkere, klamme gang. Omhuld door de geur van schimmel en verval bereikt hij de deur aan de andere kant. Hij zet zijn schouder tegen de deur en drukt met al zijn gewicht de deur open. De TL’s springen automatisch aan en hij verdwijnt in het kille licht van het datacenter.

Ontwerp, tekst en beeld: Maarten de Haas

Motivatie selectie Archiprix

Het project In navolging van het voorafgaande van Maarten de Haas slaagt er, dankzij haar poëtische enscenering van de alledaagsheid, op intrigerende wijze in, middels en doorheen de architectuur, de blik, en daarmee het denken, op subtiele wijze te ontwrichten. Het project betreft, zo lijkt het op eerste gezicht, het ontwerp voor een datacentrum plus beheerderswoning in het
centrum van Rotterdam. Het enorme programma leidt tot een zeer groot volume, dat haar vorm ontleent aan een aantal locatiespecifieke, grotendeels technocratische condities: de maat van de kavel, de maximale bouwhoogte, de eis het aantal zonuren van de nabij gelegen, bestaande woningen slechts beperkt te verminderen en de wens het inmiddels iconische Schieblock te behouden. Maar al snel blijkt een dergelijke analyse van het project te wringen. De gortdroge, technische tekeningen van de plattegronden en doorsneden worden gepareerd door een verzameling poëtische maquettes die scenes uit het leven van alledag tonen. Op de situatiemaquette en de maquette van het project blijkt de gevel van het datacentrum met goud bekleed. De toelichtende tekst ontwricht en ontregelt de oorspronkelijke waarneming. Het project dwingt de beschouwer de blik te verschuiven. De ontwerper daagt de beschouwer uit om zelf te ontdekken wat hij ziet of ervaart, en zich daarvan bewust te worden. Allengs wordt duidelijk dat het project een hyperactueel vraagstuk agendeert: de erosie van de fysieke ervaring en beleving van het alledaagse bestaan (gerepresenteerd door de beheerderswoning) onder invloed van de abstractie, rigiditeit en ontmenselijking die de digitale wereld kenmerkt, waarmee wij continu geconfronteerd worden én waarin wij leven (gerepresenteerd door het datacentrum). De ontwerper waakt ervoor om daarover dwingende uitspraken te doen; de beschouwer dient zelf positie te kiezen. Maar het project stuurt de beschouwer wel op subtiele wijze door diens blik continu te tarten middels de vragen die de toelichtende tekst en, misschien wel bovenal, de scenes uit het leven van alledag oproepen. Vragen als ‘Waarom hangt de dakgoot zo laag?’, ‘Verzamelt de lichtschacht, die de beheerderswoning van zonlicht voorziet, niet ook heel veel water van de regenbui?’ Of ‘Waarom vallen de stenen van de muur van de patio?’ Vragen die voortkomen uit de kleine aantastingen van de normaliteit in het ontwerp. Aantastingen die de beschouwer ervan bewust maken hoe de fysieke, alledaagse wereld ervaren wordt. Het project zet zodoende de architectuur in, om de discussie over de conditie van het dagelijks leven weer hoog op de agenda te zetten.

Luc Deleu, Rien Korteknie, Robert von der Nahmer, Rolf Reichardt,  afstudeerbegeleiders op de Academie van Bouwkunst Rotterdam

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 3 van 2018

Gerelateerd

Tags: , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.