Stadsklooster Rotterdam afstudeerproject Jurgen ten Hoeve

Master among masters

Stadsklooster Rotterdam afstudeerproject Jurgen ten Hoeve

Door: Redactie ArchitectuurNL | 13-09-2018

Stadsklooster Rotterdam is een schaduwnetwerk van contemplatieve ruimtes, vervlochten in het bestaande stedelijk weefsel van de Rotterdamse binnenstad. Met dit afstudeerproject heeft Jurgen ten Hoeve, alumnus architectuur van de Rotterdamse Academie van Bouwkunst, promotieprijs De Meester 2017 gewonnen.

Wereldwijd groeien de steden. Op dit moment woont de helft van de wereldbevolking in stedelijke gebieden en dit aandeel zal waarschijnlijk nog doorgroeien naar 70 procent in 2050. Steden zijn aantrekkelijk vanwege hun hoge concentratie aan kansen en mogelijkheden. Je vindt er alles bij elkaar: werk, scholen, winkels, vervoer, vermaak. Maar de stedeling betaalt daarvoor wel een prijs, die van hectiek en onrust. In de stad is daar geen ontkomen aan. Overal is beweging, geluid en licht. Overal vechten gebouwen, reclames, auto’s en mensen om onze aandacht. De zintuigen raken overprikkeld en stress is het resultaat. Waar vindt de stedeling een plek om zijn zintuigen tot rust te brengen en tot zichzelf te komen? Met zijn ontwerp Stadsklooster Rotterdam formuleert architect Jurgen ten Hoeve een antwoord op deze vraag.

Stadsklooster Rotterdam

Stadsklooster Rotterdam is een schaduwnetwerk van contemplatieve ruimtes vervlochten in het bestaande stedelijk weefsel van de Rotterdamse binnenstad. In de luwte van de drukke winkelstraten en uitgaansgebieden met al hun reclames en verleidingen, creëert de architect een parallelle wereld waar rust en bezinning te vinden zijn. Zeven ruimtes, elk met eigen afmetingen en eigen mogelijkheden, zijn onderling verbonden door een kloostergang die de stedeling uitnodigt en de weg wijst.

Tussenkamer

De Tussenkamer is hoog tussen de twee blinde muren van een bestaande brandgang gebouwd. De gang van 1,5 bij 15 meter met twee blinde muren verbindt de drukke Mauritsweg met de binnenruimte van het bouwblok. Klimijzers in de muur van de brandgang leiden naar een houten vloerluik. Het geeft toegang tot een sobere ruimte voor solitair verblijf. De gast sluit het luik vanbinnen af. Het enige contact met de buitenwereld is dan nog een rond raam met uitzicht op de lucht. Een smalle strook in het plafond laat daglicht binnen treden, een spiegelende wand verspreidt het licht in de ruimte.

Eetzaal

De brandgang leidt naar de ruimte binnenin het bouwblok met een ongebruikt stuk grond. Er ligt zand en zwerfafval en twee grote bomen bieden schaduw. Dit is de plek voor de Eetzaal, een biologische eetgelegenheid met een eigen moestuin. De kloostergang leidt de bezoeker naar een introverte, omsloten ruimte waar zich moestuin en restaurant bevinden. Het spiegelende plafond van het restaurant haalt het groen van de tuin naar binnen. Omringd door rust, groen en de kruidige geuren van de moestuin, genieten de gasten hier van een maaltijd. De spiegelende bekleding van het hoogste bouwdeel, weerkaatst de lucht en laat het gebouw in de omgeving opgaan.

Spiegelende bekleding

Verderop in het bouwblok ligt ook de Jacobustuin. Eigenaren van de omringende panden stonden hier een deel van hun grond af voor de aanleg van een stiltetuin. Er is een kleine speeltuin, een 8-vormig pad voert om een grasveld en een deeltuin met verwilderde beplanting. Dat is de plek voor de Tuinkamer. Dit introverte ronde paviljoen biedt een ruimte voor contemplatie. De gemetselde wanden buigen aan de bovenkant naar binnen om beschutting te bieden aan de zitbanken die rondom zijn ingemetseld. In het midden staat een appelboom die met zijn bloesem, appels, vallende bladeren en kale takken bezoekers in contact brengt met de seizoenen en het verstrijken van de tijd. De spiegelende bekleding aan de buitenzijde laat het gebouw opgaan in het groen. Dit versterkt het gevoel van een looking glass waar de bezoeker doorheen stapt om een andere, kalme en introspectieve wereld te betreden.

Steegje met blinde muren

Aan de andere zijde van het bouwblok ligt de Jacobusstraat. Tussen een achttiende-eeuws woongebouw en een appartementengebouw uit de jaren tachtig, bevindt zich een steeg met blinde muren. De ruimte bovenin is opgevuld met de Massieve kamer. De doorgang eronder verbindt straat en tuin. Hier bevindt zich een deur met daarachter de trap die naar de Massieve kamer voert. Net als de Tussenkamer biedt deze een ruimte voor solitair verblijf. Via een sleuf in het dak bereikt zonlicht de getrapte binnengevel en markeert zij het verstrijken van de tijd.
Even verder, aan de Mauritsstraat, bevindt zich naast de Willem de Kooning Academie een naamloos pleintje dat vooral dienstdoet als doorgangsroute. Dit is de aangewezen plek voor de Werkplaats. Aan de straatzijde nodigt de kloostergang uit de Werkkamer te betreden. Hier ligt een serene ruimte waar kunstenaars en ambachtslieden in alle rust kunnen werken. Bezoekers kunnen er ook zelf aan de slag met een cursus schilderen, beeldhouwen of handvaardigheid. En wie wil, neemt plaats op een bank langs de kloostergang om het kalmerend effect te ervaren van het kijken naar handwerk. Een spiegelende laag op de dichte zijden van het zaagtanddak weerkaatst de lucht en creëert binnen de ideale lichtomstandigheden voor een werkplaats.

De Zaal

De kloostergang voert verder naar de Karel Doormanhof, een ruime, publiek toegankelijke hof waar parkeerplaatsen, expeditie en opslag zijn gecombineerd met een speeltuin annex hangplek. Hier ligt de Zaal, een bijeenkomstgebouw. Via een open dak stelt de ruimte zich open voor de elementen: regen en sneeuw vallen binnen en komen terecht in een centrale vijver. Het water weerkaatst het zonlicht in bewegende patronen op de gemetselde wanden rondom. Daar bevinden zich beschutte, overdekte zitplaatsen. De Zaal biedt ruimte voor luisterconcerten, lezingen of andere kleinschalige bijeenkomsten. De buitentemperatuur, het geluid van vallende regen, en de stand van de zon, houden de bezoeker in contact met het verstrijken van de seizoenen en de tijd.

Dakkamers

De kloostergang voert verder naar de overkant van de Karel Doormanstraat. Het dak van een appartementengebouw met winkels in de plint biedt hier ruimte voor de Dakkamers. Een gemetseld trappenhuis voert naar deze kamers die zich voegen in de betonnen draagstructuur van het gebouw. De sobere eenpersoonseenheden vormen samen een retraitehotel. Gasten kunnen zich hier terugtrekken uit het stedelijk gewoel en op hoogte verblijven, waar het lawaai is verstomd en de horizon weids is. Een daktuin nodigt uit tot ontmoeting en gesprek.
De kloostergang is het element dat de zeven ruimtes van het Stadsklooster aaneenrijgt. Zij opent zich op verschillende plekken in de publieke ruimte en nodigt voorbijgangers uit haar te betreden. Strooisteentjes in de bestaande bestrating voeren naar de poorten die toegang bieden tot het verscholen netwerk van contemplatieve ruimtes, gewijd aan het soort activiteiten dat traditioneel in kloosters te vinden is. Van vloer tot plafond uitgevoerd in metselwerk en voorzien van een rondlopend gewelf, verwijst de kloostergang in dimensies en vormgeving naar zijn middeleeuwse voorbeeld. Vorm en materialen geven zo richting aan de verwachtingen. Betreed mij, onderzoek mij, onderga mij.

Baksteen

De kloostergang en de zeven kamers zijn hoofdzakelijk opgetrokken uit baksteen. Het is een materiaal waar wij ons gemakkelijk toe kunnen verhouden omdat we het begrijpen. Baksteen heeft een tactiliteit die direct met het productieproces verbonden is. Het is gebakken klei in een handzaam formaat, gemetseld om het soort bouwwerken te vormen die diep geworteld zijn in de Europese identiteit. De drager van de ziel van het Stadsklooster is de speciale baksteen die de architect voor dit project ontwikkelde. In een ambachtelijke baksteenfabriek in Deest in Gelderland maakte Jurgen ten Hoeve daarvoor de prototypes met unieke afmetingen en stramienmaat. Het aandrukken van de klei in de door hem zelf vervaardigde houten vormbak en het bakproces met variërende hoeveelheden zand en houtsnippers om glazuur en textuur te beïnvloeden, verinnigde de band tussen de ontwerper, zijn materiaal en de ruimtes. In het Stadsklooster verinnigt de baksteen de band van de bezoeker met de omgevingen die hij betreedt. De strooisteentjes in het plaveisel evolueren tot bakstenen muren en een gewelf en vormen de route langs een reeks bijzondere bouwwerken. Trek je terug uit de stedelijk hectiek, wees een met je zintuigen. Hier kun je jezelf weer vinden.

Tot rust komen

Stadsklooster Rotterdam biedt de mogelijkheid om tot rust te komen, in contact te komen met het ritme van de tijd en de zintuigen open te zetten; te zien, te voelen, te horen, te ruiken en te proeven. Centraal staat de tastbare werkelijkheid in al haar natuurlijke eenvoud van planten en bomen, de lucht, de zon, de regen en de materialen. De spiegelende oppervlakken brengen de lucht, het licht en het groen binnen in de ruimtes. Ook laten ze de
gebouwde volumes verschijnen en verdwijnen in hun omgeving, net zoals die serene staat van opmerkzaamheid die verdwijnt en dan weer verschijnt in ons eigen bewustzijn.

Zinsbegoocheling

De onweerstaanbare combinatie tussen ambachtelijkheid en visie zorgt voor de hoge waardering van het afstudeerproject ‘Stadsklooster’ van Jurgen ten Hoeve. Jurgen houdt een pleidooi voor een gelaagde stad als de vitale stad van de toekomst. De stedelijke omgeving waarbinnen andere omgevingen zijn te ontdekken biedt tegenwicht aan de hectiek van alledag. De stad als een ensemble van meerdere supergeponeerde realiteiten, de stad met verschillende gedaanten, zorgt ervoor dat iedereen zich thuis voelt en een plek kan vinden. Een stad voor ons allen. Jurgens stadsklooster is een stad voor contemplatie, doorweven in het bestaande stedelijke weefsel. Soms goed zichtbaar en meestal verborgen. Het stadsklooster vult open gaten op in de bestaande stad en andere plekken die aan de aandacht zijn ontsnapt. Met een strenge stijl en een straf doorgevoerd maatsysteem zorgt hij voor herkenbaarheid, waarmee hij allerlei paviljoens, stadsinvullingen en sporen aan elkaar verbindt tot een groot netwerk. Net als in het archetypische klooster is de stad soms ver weg en op momenten sterk aanwezig. In het stadsklooster kun je eten en slapen, maar ook bidden en in stilte rusten. De gebouwen en meubels zijn ontworpen met een zelf geproduceerde baksteen met een afwijkende maat, gemetselde bogen en togen, vloeren en bankjes. Ruimtes hebben een spectaculaire lichtinval door de toepassing van spiegelende neggekanten in het sheddak. Metselwerk gevels met reliëf verstrooien het geluid. De verschillende vormen van zinsbegoocheling drukken het bestaande Rotterdam tijdelijk naar de achtergrond en maken ruimte voor iets nieuws. Met de nadrukkelijke toepassing van architectonische middelen draagt Jurgen het vak van de architect uit. Dit wordt bevestigd door de uitstekende presentatie van het project, met beelden en details die kunstwerken in zichzelf zijn. De grote maquettes hebben een hoog detailniveau en tonen de ruimtelijke en tactiele kwaliteiten. Jurgen ontwikkelt binnen het project een heldere eigen handtekening als autonoom en volwaardig architect. Dit is een groot goed bij een afstudeerproject dat hem als professional de dagelijkse beroepspraktijk in katapulteert.

Ludo Grooteman, architect en mede-eigenaar Moke architecten, afstudeermentor

Ontwerp en illustraties Jurgen ten Hoeve
Tekst Catja Edens

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 4 2018

Gerelateerd

Tags: , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.