Lichtkunst van Henk van der Geest

Kennis

Lichtkunst van Henk van der Geest

Door: Anka van Voorthuijsen | 13-09-2018

Lichtkunst? Hij houdt er niet zo van, zegt Van der Geest eerlijk. ‘Ik beschouw al die projecties op gebouwen meer als media.’ Maar, gevraagd naar wie hij dan wel al lichtkunstenaars beschouwt, heeft hij onmiddellijk twee namen (‘mijn helden’) paraat: James Turrel en Olafur Eliasson. De Amerikaan Turrel ontwerpt ruimtes in bijvoorbeeld één kleur, die kijkers de ruimte en het licht meer bewust laten ervaren. Turrels’ werk is in Nederland te zien in Museum Voorlinden in Wassenaar (Sky Space, een ruimte met een vierkant gat in het dak) en in de duinen bij Den Haag, waar hij bij Kijkduin een enorme met gras begroeide kom maakte, die bezoekers die bewust maakt van de lucht om hen heen: Hemels Gewelf. Eliasson is afkomstig van IJsland en wereldberoemd door zijn installaties met bijvoorbeeld kunstmatige zonnen (was ooit groot succes in Turbine hal van Tate Modern in Londen) en artificiële mist en watervallen. ‘Bij het werk van deze twee ontwerpers, verbleekt de rest. Festivals als Glow in Eindhoven of het Amsterdam Light Festival gaan mijns inziens minder over kunst dan over vermaak van mensen. En dat mag natuurlijk ook.’

Regisseur van het licht

Hij doet ‘sporadisch’ weleens iets in de openbare ruimte, maar werkt voornamelijk binnen. Van der Geest: ‘Ik wil mooie ruimtes maken. Met licht de beleving van mensen in een ruimte sturen.’ Hij voelt zich in interieurs ‘de regisseur van het licht’, zegt hij. ‘Overdag is licht diffuus. Als er geen daglicht is, dan maak je highlights, je licht sommige dingen uit en kiest en benadrukt wat interessant is om gezien te worden.’ Tijdens zijn carrière is er enorm veel veranderd in de lichttechniek en Van der Geest is inmiddels gespecialiseerd in alles wat met leds te maken heeft. Het Van Gogh Museum schakelde hem een paar jaar gelden in om te bepalen welk type led er nodig was in het Kurokawa paviljoen om de kleuren van de kwetsbare schilderijen goed uit te laten komen. ‘Als je zegt te willen kiezen voor led, dan zeg je eigenlijk nog helemaal niets. Bij een peertje van 40 watt weet je wat je kunt verwachten. Maar bij led gaat het wel om 12 verschillende specificaties: kleurtemperatuur, kleurweergave, levensduur, warmteontwikkeling: dat zijn allemaal eigenschappen die je mee moet wegen bij je keuze. Bij led moet je echt anders leren denken.’

Human Lights Watch

Hij beschouwt de omschakeling naar led louter vanwege milieu-motieven kritisch, en zette met een aantal gelijkgezinden ‘Human Lights Watch’ op, een club die het algehele verbod op de gloeilamp een aantal jaren geleden, afkeurde en voor meer onafhankelijk onderzoek van lichtkwaliteit pleitte. ‘Het gaat bij leds vooral over energiezuinigheid. Maar je moet om iets te kunnen zeggen over duurzaamheid ook naar bijvoorbeeld de productie kijken, die van leds is veel vervuilender dan van halogeen of gloeilampen. Ik vind het een vorm van symboolpolitiek om gloeilampen helemaal te verbieden. Ze stoten zelf immers geen CO2 uit. En het grote blauwe aandeel in led verlichting kan van invloed zijn op je slaap-waakritme, led kan schadelijk zijn voor je ogen.

Verantwoordelijk voor verlichting prentenkabinet

In het Teylersmuseum in Haarlem was Henk van der Geest onder meer verantwoordelijk voor de nieuwe verlichting in het prentenkabinet. De kwetsbare prenten, die maximaal aan 50 lux bloot mogen worden gesteld, werden verlicht met tl-armaturen, diffuus gemaakt door roosters en diverse filtermaterialen. ‘TL is geen goed licht voor kunst, het had allerlei verschillende kleuren, het was te groen, het was onrustig en diffuus licht is moeilijk te sturen.’ De opgave: ‘Goed licht brengen in een doos van 30 centimeter diep en 1 meter 60 hoog. Dat is een uitdaging. Van der Geest maakte een proefopstelling en was een half jaar aan het testen. ‘Alles weghalen en dan nadenken hoe je een egale subtiliteit kun krijgen.’ Zes maanden onderzoek? Dat zie je in eerste instantie niet af aan het resultaat nu. De prenten zijn goed zichtbaar, fraai verlicht, maar er is niets bijzonders te zien. ‘Klopt. Het ziet er niet spectaculair uit. Je ziet vooral dingen níet en de collectie beter. Er zit enorm veel technologie achter. Je moet heel veel technieken gebruiken om het geschikt te maken voor deze toepassing. Alles is hier met led gedaan. Het probleem is om een egale verlichting te krijgen zowel bovenaan als onderop die prent, terwijl het licht alleen van boven komt. Dat is hier gelukt: het beeld is heel egaal en heel rustig.’

Daglicht in museum

Van der Geest is ook verantwoordelijk voor de belichting van de tijdelijke tentoonstellingen in het Teylers Museum. Die ruimte is later gebouwd, en voorzien van veel daglicht zoals ook kenmerkend is voor de oudbouw van het museum. ‘In de praktijk zijn de lamellen altijd gesloten omdat de kunstvoorwerpen aan niet meer dan 50 lux bloot mogen staan,’ Alleen metalen voorwerpen hebben niets te lijden onder licht, maar meestal bestaat de collectie uit papier, organische materialen als opgezette dieren en bijvoorbeeld skeletten. Of een opgezette mensaap in een vitrine: ‘met niet er dan 50 lux wil je toch vooral die blik van het dier goed belichten.’ Aan het plafond hangen rails met verplaatsbare spots, op verzoek van de lichtontwerper kwamen er een aantal jaren gelede extra rails dwars op de bestaande rails bij. ‘Dat geeft meer flexibiliteit natuurlijk.’ Daarnaast kan hij variëren met lenzen: ‘Een lens met een streeppatroon zorgt voor een langwerpige bundel, om bijvoorbeeld een groter oppervlak, zoals een opgezet dier goed te kunnen belichten. Een lens met een cirkelpatroon zorgt voor diffuus licht, zodat je bijvoorbeeld een opengeslagen boek goed kunt zien.’

Licht voor Leonardo da Vinci

Hij lichtte voor het Teylers in het verleden al eens originele tekeningen van Michelangelo uit, gaat binnenkort met het werk van Leonardo da Vinci aan de slag. ‘Ik vind dit heel mooi en het vraagt een compleet andere mindset dan het werk in het theater. In het theater beschik ik voor mijn gevoel over een soort mecanoo doos, heb ik mijn gereedschap voor het uitkiezen. Hier is de flexibiliteit veel minder en moet ik het doen met wat er is. En je hebt in zo’n museum met onvervangbare voorwerpen te maken dus je laat – bij wijze van spreken – je grote schoenen thuis. Het draait in een museum allemaal om precisie.’

Leonardo da Vinci in het Teylers Museum in Haarlem: 5 oktober 2018 t/m 6 januari 2019

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 4 van 2018

Gerelateerd

Tags: ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.