Studio Valkenier: spontaniteit en ambachtelijke imperfectie

Architect, Cross-overs en co-creatie, Platform jong talent

Studio Valkenier: spontaniteit en ambachtelijke imperfectie

Door: Jeroen Junte | 27-01-2014

‘Ik ben geen tekentafelarchitect’, zegt Wouter Valkenier, met trots welhaast. Zijn meest bekende bouwproject is Hannekes Boom, een tijdelijk restaurant op een guur braakland ingeklemd tussen spoorlijn, doodlopende weg en een binnenhaven in Amsterdam. Gemaakt van afgedankte bouwmaterialen zoals oude meerpalen. Natuurlijk is hergebruik de manier om projecten te realiseren zonder noemenswaardig budget. Maar Valkenier wordt ook gelukkig van de eigenzinnige esthetiek die schuilt in ‘het spontane, de improvisatie’.

Of de afspraak niet verzet kan worden, is het vriendelijke maar dwingende verzoek van architect Wouter Valkenier (36 jaar). Hij zit namelijk vast in het Amsterdamse havengebied. Daar ligt een partijtje afgedankte meerpalen die nog moet worden bekeken. ‘Die heb ik nodig voor de bouw van een project.’ Verzetten naar de volgende ochtend gaat niet lukken. ‘Bouwoverleg.’ In de middag dan? ‘Lastig, dan moet er een partij oude straatlantaarns worden afgehaald.’ En dit is dan eigenlijk nog een doorsnee dag op het kantoor van Studio Valkenier. Hoewel, kantoor? Valkenier huist momenteel tijdelijk in een stadsvilla in Amsterdam-Zuid, schuin tegenover het kantoor van de Van den Ende Foundation. Een noodoplossing tot hij zijn echte kantoor kan betrekken, een Schevenings strandpaviljoen dat wordt hergebruikt op een lapje gifgrond in Amsterdam-Noord.

Duidelijk dus, Studio Valkenier is geen conventioneel architectenbureau. ‘Ik ben geen tekentafelarchitect’, zegt hij, met trots welhaast. Zijn eerste opdracht na de studie Bouwkunde aan de TU Delft was een mobiele koffiebar voor Douwe Egberts die kon reizen langs popfestivals als Lowlands en Pinkpop. De opdracht was aanvankelijk: ontwerp een hippe koffiebar op een aansprekende locatie in Amsterdam. Waarop Valkenier – tegendraads als hij is – opperde om juist een mobiele bar te bouwen. ‘Als je een nieuwe, jonge doelgroep wilt bereiken moet je niet wachten tot ze naar je toe komen, maar moet je ze juist opzoeken.’ Een kleinschalig project, beaamt Valkenier. ‘Maar mijn fascinatie voor flexibele en tijdelijke architectuur met een bijbehorend verdienmodel was er al.’

Prefab constructie

Zijn meest bekende bouwproject is Hannekes Boom, een uit ‘jutterhout’ opgetrokken restaurant op een guur braakland ingeklemd tussen spoorlijn, doodlopende weg en een binnenhaven in Amsterdam. Zoals Valkenier het verwoordt: ‘Het uiteindelijke gebouw was slechts een middel geen doel.’ Ook was er geen opdrachtgever voor dit project maar is het ontstaan uit eigen initiatief van Valkenier. De gemeente had een prijsvraag uitgeschreven voor een rafelig stadsgebied naast het Oosterdokseiland, de imposante nieuwbouwstrip met de nieuwe Openbare Bibliotheek (Jo Coenen) en het Conservatorium (Frits van Dongen) naast het Centraal Station waarvoor Erick van Egeraat het masterplan had ontworpen. Maar de ingesloten landtong aan de overkant van het water was het domein van hoeren en junks. ‘Hoe kan ook daar de leefkwaliteit worden vergroot, dat was de gemeentelijke opgave.’ Valkenier stelde een interdisciplinair team samen om zijn idee – een tijdelijk restaurant annex cultureel platform – te verwezenlijken, waaronder een waterexpert, een horecaman, een bouwend architect en een flamenco-artiest voor de culturele programmering. ‘Uitgangspunt was de veiligheid te vergroten door mensen te trekken. Vandaar de horecafunctie Met de aanleg van een klein haventje wordt er weer een verbinding gemaakt met het water. Zo kan een vergeten gebied worden teruggegeven aan de stad.’

Op basis van dit stedenbouwkundige plan kreeg Valkenier de grond voor vijf jaar tot zijn beschikking. Vervolgens moest het paviljoen worden gebouwd, terwijl er nauwelijks budget was. ‘Daarom hebben we gebruik gemaakt van hergebruikte materialen.’ Een lege loods in het Oostelijk havengebied werd de tijdelijke uitvalsbasis voor de bouw.

‘Deze loods is inmiddels trouwens uitgegroeid tot een officiële broedplaats.’ Hier verzamelden Valkenier en zijn team diverse afvalhopen van afgedankte bouwmaterialen, variërend van gebruikte isolatieplaten van piepschuim tot complete raamkozijnen en stapels timmerhout. ‘Het restaurant is dus eigenlijk een soort prefab constructie.’

Ambachtelijke imperfectie

Tijdens de bouw moest het ontwerp voortdurend worden bijgesteld aan de hand van het beschikbare materiaal. Zo gebeurde het dat een boot van het waterbouwbedrijf van de gemeente Amsterdam langs vaarde en spontaan vroeg of er nog behoefte is aan timmerhout. Natuurlijk was het antwoord: kom maar op. ‘Bleek het om een partij tachtig jaar oude meerpalen te gaan. Van die dikke balken van tropisch hardhout uit Suriname. Prachtig hout om mee te werken.’ Het contact met deze informele houtleverancier is inmiddels structureel. ‘Soms word ik opeens gebeld dat ze een partij meerpalen hebben liggen.’ Lachend: ‘En dan moet een interview maar even wachten.’

Natuurlijk is hergebruik de manier om projecten te realiseren zonder noemenswaardig budget. Maar Valkenier wordt ook gelukkig van de eigenzinnige esthetiek die schuilt in ‘het spontane, de improvisatie’. Neem die luifel die steunt op een boomstam. ‘Zo krijg je een echt natuurlijke overgang van binnen naar buiten. Dat ontwerp is niet van tevoren uitgedacht maar organisch gegroeid in het maakproces.’ Daarbij wordt zo een conceptuele verbinding met het verleden gemaakt. ‘Dat geeft een tijdelijk gebouw toch iets vanzelfsprekends.’ De naam Hannekes Boom verwijst naar de boom waarmee vroeger de waterwegen van Amsterdam werden afgesloten. De bijbehorende boomhuisjes hadden een luifel waaronder de wachters stonden. Deze luifels steunden op bomen.’

De ‘ambachtelijke imperfectie’ draagt bij aan de toegankelijkheid van architectuur. ‘Bij elk tafelblad, bij elk plankje zelfs, hoort een verhaal. De bar is vervaardigd van de oude houten vloer van mijn onderburen’ Valkenier vind ook niets leukers dan als onwetende bezoekers van Hannekes Boom verzuchten: zo kan ik het ook. Wat natuurlijk onzin is. ‘Kijk’, zegt hij wijzend op een vuistdikke stapel mappen, ‘dit is alleen nog maar de artikel 3.22 procedure. We hebben dozen vol rapporten en berekeningen moeten overleggen, van de watertoevoer tot veiligheidsaspecten van het naastgelegen spoor. De enige voorwaarden waaraan we niet aan hoefden te voldoen was welstand en energieprestatienorm vanwege de tijdelijkheid.’

Co-creatie

Naast projecten die hij zelf initieert, is Valkenier ook lid van een multidisciplinair team dat een broedplaats realiseert op een voormalige scheepswerf De Ceuvel in Amsterdam-Noord. Het collectief bestaat uit diverse architecten, kunstenaars, landbouwers en ambachtslieden. Aanleiding was wederom een prijsvraag die door de gemeente was uitgeschreven om een positieve impuls te genereren aan dit braakliggende stuk grond in een slecht functionerend stadsgebied. De looptijd van het project is slechts tien jaar. Bijkomend probleem is dat de grond vergiftigd is en er dus niet mag worden gebouwd. De oplossing vond het team De Ceuvel in zestien oude woonboten die op het land worden getakeld en daar fungeren als creatieve werkplekken. ‘Woonboten zonder ligplaats zijn niets waard en kunnen soms gratis worden afgehaald.’

De grond wordt beplant met speciale planten die het gif aan de grond onttrekken. ‘We laten het gebied dus schoner achter dan het nu is.’ De woonarken met betonnen bakken staan op het vervuilde terrein en zijn verbonden door bruggen en paden op de hoogte van de woningingang, zodat de gebruikers nooit in contact komen met de giftige grond. Om het project renderend te maken moeten er inkomsten worden gegenereerd. Dat wordt de verantwoordelijkheid van Valkenier, die een restaurant annex cultureel platform heeft ontworpen. ‘De basis is een voormalig strandwachtpaviljoen uit Scheveningen. In het voorjaar gaan we open.’ De Ceuvel wordt een zuiverend park met een gesloten kringloop en een eigen energievoorziening uit biomassa. ‘De pizza’s bakken we op ons eigen gas gemaakt uit poep van de gebruikers.’ Zo wordt met kleinschalige middelen een nieuwe kans gecreëerd voor dit stadsgebied – zonder tussenkomst van grote investeerders of ambtelijke inmenging. ‘Soms voelen we ons zeepkistbouwers in een Formule 1 Race. Maar architectuur is tegenwoordig vooral een sociaal-maatschappelijke of economische meerwaarde aan een locatie geven. Dat kan vooral in samenwerking met anderen in de vorm van co-creatie.

Context mapping

Inmiddels is zijn eigenzinnige opvatting over architectuur opgepikt door traditionele opdrachtgevers. Voor de gemeente Amsterdam heeft hij een kantoor ontworpen dat past bij de veranderende realiteit. Hiervoor wordt de voormalige stadsdrukkerij getransformeerd in een innovatieve werkplek. ‘De vraag was een werkplek te creëren die de kloof tussen burger en gemeente kan verkleinen.’ Dat is door Valkenier geïnterpreteerd als geen stoelen erin van Vitra maar afgedankt meubilair uit een gemeentekantoor elders uit de stad dat nog prima functioneert; de plafondlampen zijn aangepaste straatlantaarns ooit ontworpen door Friso Kramer en nu gered van de afvalcontainer. ‘Het gebouw ligt aan de voormalige stadstimmertuin dus de werkplekken worden van ruw hout en de ambtenaren kunnen deze zelf aftimmeren.’ In het ontwerpproces past hij dezelfde methodiek toe als hij Hannekes Boom en De Ceuvel: context mapping (historisch onderzoek), co-creatie (inspraak van de werknemers) en buurtprogrammering (de kantine wordt gerund door een naastgelegen sociale werkplaats).

Valkenier ziet zich als een pionier van een nieuwe architectuur. ‘Bij Hannekes Boom was sprake van crowdfunding en co-creatie. ‘Aan muzikanten van het conservatorium hebben we gevraagd op wat voor podium ze het liefste spelen. Mensen konden een aandeel kopen van duizend euro dat 1200 euro waard was aan eten en drinken.’ Het is een andere aanpak dan de traditionele architect die een ontwerptekening maakt, het interieur uit de catalogus bestelt en als het gebouw wordt opgeleverd moet hij maar hopen dat het is geworden als hij had bedoeld. Is hij nog wel een architect, vraagt hij zich wel eens af. ‘Ik ben ondernemer, productontwerper, stedenbouwkundige, onderzoeker, programmeur, bemiddelaar en trailblazer. En soms ook nog de ouderwetse architect. Maar niet altijd.

Favoriet historisch gebouw? ‘Bet Giyorgis, een monolithische kerk in Ethiopië’
Favoriet hedendaags gebouw? ‘Espaço Cultural Sesc Pompeia in São Paulo van Lina Bo Bardi’
Favoriet Nederlands gebouw? ‘De Stolpboerderij’
Favoriete architect? ‘Lina Bo Bardi en Albert Frey’
Favoriete hedendaagse architect? ‘Édouard François’
Favoriete Nederlandse architect? ‘F.A.S.T. (Free Architecture Surf Terrain)’
Wanneer niet in Nederland, vanuit welk land zou je dan willen werken? ‘Brazilië’
Wat zou je nooit ontwerpen? ‘Zeg nooit nooit!’
Wat irriteert je het meest in het vak? ‘Catalogus denken’
Wat is je droomopdracht? ‘Wanneer er op een locatie een ruimtelijke en sociale nachtmerrie is ontstaan, begint voor mij het dromen’
Belangrijkste inspiratiebron buiten architectuur? ‘Samenwerken met andere disciplines’
Meest waardevolle advies ooit? ‘Geen opgave zonder context’

Gepubliceerd in ArchitectuurNL 01 2014

Gerelateerd

Tags: , , , , , , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.