Renovatie Burgerweeshuis Aldo van Eyck

Inspiratie

Renovatie Burgerweeshuis Aldo van Eyck

Door: Viveka van de Vliet | 25-04-2018

Wat een opluchting: dat de dreigende sloop eind jaren tachtig niet is doorgegaan vanwege internationaal verzet, met architect Herman Hertzberger als aanvoerder van het protest; dat gebiedsontwikkelaar BPD – de nieuwe bewoner van het voormalig Burgerweeshuis van Aldo van Eyck – niet heeft gekozen voor een glanzende kantoortoren maar juist de historische waarde van dit belangrijke gebouw ziet; dat architect architect Wessel de Jonge het icoon van de naoorlogse architectuur gerenoveerd heeft met respect voor het gebouw, voor Aldo van Eycks gedachtengoed en voor de nieuwe gebruikers. Het is prachtig gelukt.

Voormalig Burgerweeshuis van Aldo van Eyck

Alleen al vanuit de lucht is het voormalig Burgerweeshuis van architect Aldo van Eyck subliem van vorm, als een geometrische kashba van Legoblokken, geïnspireerd op een moskee in Isfahan. Met twee diagonale lijnen van elk vier grote concave koepels en daartussenin kleine koepels. Wie de plattegrond van binnenuit ervaart, treft onder de 328 aaneengeschakelde dakkoepels 300 kleine, vier grote eenlaagse en vier grote eenheden met een verdieping, plus een langwerpig volume met daarin de entree. Daartussen gangen, patio’s, pleintjes en binnenplaatsen. Een stoer gebouw met het dak als constante en vloeren die variëren, met betonnen dragers en architraven en repetitieve elementen die op een individuele manier zijn ingevuld.

Thuis voor kinderen

Voordat hij de opdracht kreeg voor de bouw van het Burgerweeshuis in 1960 was architect Aldo van Eyck vooral bekend vanwege zijn vele speeltuinen, waarvan hij er in Amsterdam alleen al zevenhonderd had ontworpen. Voor hem was het Burgerweeshuis een soort ruimtelijk manifest, een spiegel van zijn gedachtegoed, waarbij de mens en zijn beleving van de ruimte centraal staan. Zo zag hij het gebouw als een veilige schil rond een intieme binnenruimte waar 118 weeskinderen (en 25 medewerkers) zich toentertijd veilig en vrij moesten voelen als in een zachte cocon. Het past bij zijn motto: ’Een kleine wereld in een grote, een grote wereld in een kleine, een huis als een stad, een stad als een huis, een thuis voor kinderen’. De indeling kende geen hiërarchie: je wist niet wat de hoofdingang was of de voorzijde, omdat buiten en binnen, architectuur en interieur in de ogen van Van Eyck gelijkwaardig zijn.

Van sloopobject tot Rijksmonument

Nadat het gebouw, een van de vroegste voorbeelden van het structuralisme in de architectuur, tot 1993 dienst deed als weeshuis, was het Berlage Instituut er gehuisvest tot 1997. Daarna leidde het gebouw jarenlang een vrij anoniem en onzeker bestaan. Toen de aangevraagde sloop- en bouwvergunning werd ingetrokken, werd het weeshuis in 2009 een gemeentelijk monument en kreeg het in 2014 de status van Rijksmonument. In dat jaar kochten Brouwershoff (nu Zadelhoff) en Nijkerk Burgerweeshuis bv. het pand en in 2016 kreeg Wessel de Jonge Architecten, gespecialiseerd in herbestemming van modern erfgoed, de opdracht tot renovatie. Aldo van Eycks gedachtegoed indachtig, heeft de Wessel de Jonge het voormalig Burgerweeshuis met grote zorgvuldigheid, respect en liefde gerenoveerd zonder zijn stempel op het gebouw te drukken. Sinds begin dit jaar is 5500 m2 van het gebouw bevolkt door de nieuwe huurder: woningontwikkelaar BPD met 150 werknemers. Ook de bedrijfscollectie van zo’n 1000 hedendaagse kunstwerken, waarin ‘ruimte’ een rol speelt, ging mee.

Renovatie Burgerweeshuis

Wessel de Jonge, die ooit bouwkundeonderwijs van Van Eyck genoot, wilde de kwaliteiten van het Burgerweeshuis weer tot leven brengen, zoals de interactie tussen binnen en buiten, de menselijke maat en de structuur van de koepels, zo vertelt hij tijdens een rondleiding door het indrukwekkende gebouw. Hij trof het echter in abominabele staat aan; het lekte en tochtte en de vervallen buitenkant werd nog eens ontsierd door een viezige groene coating die op de gevel van schoonbeton was aangebracht om reparaties te verhullen. Deze wordt millimeter voor millimeter verwijderd, zodat het rauwe beton weer tevoorschijn komt. Een megaklus die in de loop van de komende tijd wordt afgemaakt. ‘Als architect streef je er doorgaans naar om schitterende eindproducten op te leveren, maar in dit geval kozen we voor geduld. Het dak en het beton komen over een jaar of tien wel.’ Hij vindt het bijzonder dat BPD de imperfecties voor lief neemt, maar uiteindelijk krijgen ze een nog mooier gebouw.

Dichtgemetseld met Amsterdamse straatklinkers

 Ook binnen was het volgens De Jonge een rotzooi. ‘Latere gebruikers hadden niet alleen overal verlichtingsbalken aangebracht en systeemplafonds, ook waren extra ramen en deuren geplaatst. Die hebben we weer dichtgemetseld met Amsterdamse straatklinkers’, zegt hij, ‘klinkers van de gemeente Amsterdam die Van Eyck door zijn speelplaatsnetwerk op de kop had getikt en in het Burgerweeshuis had verwerkt.’ ‘Ik wilde ook recht doen aan Van Eycks idee dat er een verschil is tussen de binnenstraten met ruw schoonmetselwerk en de huiselijke paviljoens met meer zachte materialen als hout. Van Eyck sprak over een ‘ruwe winterjas met een zijden voering’. Ik wilde niet dat de ruwe wanden van de binnenstraten aan het zicht worden onttrokken of gladgestreken, zodat het onderscheid met de woonpaviljoens verdwijnt’, meent hij.

Betere akoestiek

De Jonge wil overigens niet de verloren onderdelen reconstrueren. ‘We kunnen nu genieten van de rijkdom van Van Eyck, maar we streven er tegelijkertijd naar het gebouw te laten mee-evolueren naar deze tijd, waarin het geschikt is gemaakt voor hedendaags gebruik.’ De Jonge bracht vloerverwarming aan, een luchtverversingssysteem en zonwerend dubbelglas in de gevels. De plafonds werden dertig millimeter verlaagd waardoor elektra en een enorme hoeveelheid kabels en leidingen slim konden worden weggewerkt in de nieuwe laag aan de binnenkant van de koepels. Het zorgde tevens voor een betere akoestiek.

Bescheiden kleurenpallet

 Ex Interiors bedacht het interieurontwerp met akoestische panelen van kleurig textiel. Indachtig Van Eyck maar vertaald naar het hedendaagse gebruik. In samenwerking met meubellabel en projectinrichter Lensvelt Contract werd gekozen voor de bescheiden in grijs RAL7044 uitgevoerde Boring Collection die bestaat uit bureaus, bureaustoelen, kasten, prullenbakken en kapstokken. Zo bescheiden als Wessel de Jonge zich als renovatiearchitect heeft opgesteld, zo passend terughoudend is deze kantoorcollectie die Lensvelt in samenwerking met het jonge architectenbureau Space Encounters ontwikkelde. Doordat het meubilair zich als een kameleon onder de kantoorplekken gedraagt, vallen de oorspronkelijke details juist op: een betonnen speelpleintje met duikelrekken, een zandbak met lachspiegels in de vloer, betonnen poorten, verlichting gevat in vloeiend gevormd beton aan de muren, halo-vormige verlichting met peertjes aan het plafond en houten banken met opbergplekken.

Ontworpen voor de kindermaat

Bij kinderen denk je wellicht niet meteen aan beton, toch kun je je perfect voorstellen dat kinderen hier van de ene ruimte naar de andere en van binnen naar buiten liepen, dat ze er voetbalden en fietsten. Wellicht door de vele gerealiseerde speeltuinen wist Van Eyck precies hoe hij op kinderen toegespitste architectuur moest vormgeven. ‘Van Eyck had de hoogtes van de ruimten speciaal ontworpen voor de kindermaat’, vertelt De Jonge, ‘dus in de ruimtes voor kleinere kinderen lag de vloer wat hoger zodat alle kinderen naar buiten konden kijken. Maar door de toenmalige eisen van de jeugdzorg, die bij de oplevering al waren verouderd, heeft het gebouw nooit gefunctioneerd zoals Aldo van Eyck voor ogen had. Dat is natuurlijk wel jammer.’

Intieme werkplekken

Die architectuur past wonderwel ook bij BPD. In de verschillende paviljoens zijn intieme Boring werkplekken met veel licht en uitzicht. In de zithoek van de voormalige feestzaal kunnen mensen met een laptop geconcentreerd een werkbespreking houden. Op de bovenverdieping zijn de slaapvertrekken van de voormalige kinderbegeleiders met elk een eigen patio-achtig balkon, omgetoverd in flexplekken, en de ruimte waar vroeger jongens van tien tot veertien jaar sliepen, is nu een boardroom met een enorme vergadertafel.

Kunst en architectuur

De voornamelijk moderne kunst en fotografie uit de BPD-bedrijfscollectie waaiert uit over het hele gebouw aan het IJsbaanpad en past er als gegoten. Na AkzoNobel, die in 2016 de ‘Essential Art Space’ opende, en ABN Amro dat in 2017 volgde, is BPD al het derde bedrijf dat aan de Zuidas een publiek toegankelijke expositieruimte zal hebben. Twee zelfs. Passend bij Van Eycks ideeën: een intiem thuis voor de medewerkers én een open huis, een relatie tussen de kunst en de ruimte en een relatie tussen de kunst in de buitenruimtes en de binnenruimtes.

Expositie over geschiedenis van pand

Er komen voor het publiek toegankelijke exposities, zoals over de geschiedenis van het pand in samenwerking met Architectura & Natura en Ricky Rijkenberg, die ook samen met BPD een boek over het Burgerweeshuis hebben samengesteld. En in de bescheiden maar lichte expositieruimte, omgedoopt tot ‘schatkamer’, worden een aantal keren per jaar samen met kunstenaars en culturele instellingen tentoonstellingen georganiseerd die een link hebben met de architectuur van het Burgerweeshuis. Op een van de patio’s werden onder vlonders spiegelvijvers van Van Eyck teruggevonden. Op die plek staat nu de sculptuur ‘Overleg’ (1991) van Carel Visser. Op een ontwerptekening had Van Eyck plaats vrijgelaten voor een beeld van zijn goede vriend Carel Visser, nu staat het er.

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 2 van 2018

Gerelateerd

Tags: , ,
  1. Jan Achten

    Die 118 weeskinderen waren er niet. De benaming bleef weliswaar, maar het was een gewoon internaat. Maar dat doet niets af aan de iconische waarde. BPD heeft groot gelijk daar zelf te willen zitten.

    Reageer

Schrijf een reactie