Anne Dessing: Op het snijvlak van kunst en architectuur

Platform jong talent

Anne Dessing: Op het snijvlak van kunst en architectuur

Door: Jeroen Junte | 23-09-2016

Anne Dessing werkt op het snijvlak van kunst en architectuur om zo het vak open te breken. ‘Om ruimte te creëren om vrij te kunnen denken en betekenis te geven aan het toegepaste karakter van de architectuur.’ Natuurlijk is de praktische en materiële kant van architectuur – het bouwen – een wezenlijk en onmisbaar kenmerk van architectuur, beaamt Dessing. ‘Maar voor mij is architectuur in de eerste plaats een discipline in de beeldende kunst.’

Waarom zou architectuur altijd over staal en stenen moeten gaan? Voor Anne Dessing (1985) kan architectuur ook een tekening of een installatie zijn. Of slechts een onderzoek. ‘Architectuur gaat vaak over oplossingen en antwoorden. Ik vind juist oproepen van vragen veel interessanter.’ Dat ze ook met tekeningen en sculpturen architectuur kan maken ontdekte ze na een opdracht voor een literair tijdschrift waarbij kunstenaars en architecten werd gevraagd om een tekening te maken bij een passage uit de wereldliteratuur waarin architectuur een dominante rol speelt. Dessing maakte een tekening bij een fragment uit de novelle Het Behouden Huis van W.F. Hermans. ‘Het is weliswaar een tekening van een fictief gebouw. Maar fantaseren over de bebouwde omgeving is ook architectuur.’

Vrij denken

Dessing werkt op het snijvlak van kunst en architectuur om zo het vak open te breken. ‘Om ruimte te creëren om vrij te kunnen denken en betekenis te geven aan het toegepaste karakter van de architectuur.’ Natuurlijk is de praktische en materiële kant van architectuur – het bouwen – een wezenlijk en onmisbaar kenmerk van architectuur, beaamt Dessing. ‘Maar voor mij is architectuur in de eerste plaats een discipline in de beeldende kunst.’ Of architectuur dan ook de moeder aller kunst is, zoals het al in Klassieke Oudheid klonk? Na een weifelende stilte volgt: ‘Architectuur spreekt misschien minder tot de verbeelding dan schilderkunst. Maar architectuur is onmisbaar in het faciliteren van andere kunsten. Als podium voor muziek- en theateruitvoeringen. Als plek om schilderkunst te bewonderen. De ruimte zelf kan een beeldhouwwerk zijn. Alle kunsten komen er in samen. En in die ruimtelijke vertaling komt de cultuur van een samenleving tot fysieke uitdrukking. Dáárom ben ik architectuur gaan studeren.’
Omgekeerd behoort ook lang niet alle gebouwde omgeving daadwerkelijk tot de architectuur. ‘Alleen als er iets daadwerkelijk wordt bevraagd, iets wordt onderzocht of ontdekt, is het architectuur. Het moet een kritische basis hebben. Al het andere gebouwde is de uitkomst van een technische discipline.’ Is ze dan niet eigenlijk meer een kunstenaar die architectuur als medium gebruikt? Stellig: ‘Nee, ik ben architect. Uiteindelijk wil ik dat mijn ontwerpen worden gerealiseerd.’

Sandberg Instituut

Een concrete opdracht waaraan ze werkt is het nieuwe interieur van het Sandberg Instituut, de masteropleiding van de Rietveld Academie in Amsterdam. Dit rechthoekige gebouw van Benthem Crouwel is nu heel rigide ingericht, wat deels is te verklaren door de dominante constructie waarop deze zwarte toren is gebaseerd. ‘Het ontwerp begint met een onderzoek wat nu een goed casco interieur voor een kunstacademie is. Daarmee gaan we vervolgens een vloerplan maken. In plaats van mij te voegen naar de bestaande structuur van de betonnen kolommen ga ik er juist radicaal tegenin. Het is contextafhankelijke architectuur. Mijn ontwerp hangt af van wat er al is. Dan kan er middenin een ruimte opeens een grote kolom staan, die een ruimte heel specifiek maakt en daarmee een eigen kwaliteit geeft.’

Omgevingsarticulaties

Dit onderzoek naar ‘context-afhankelijke architectuur’ was ook haar afstudeerwerk aan de aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam in 2013. ‘Hoe kan een gebouw zich letterlijk voegen naar de fysieke context, dat heb ik onderzocht. Hoe vaak en hard waait het er? Welke kleuren voeren de boventoon? Welke bestaande patronen domineren? Deze ervaring van een specifieke plek werden het uitgangspunt van het ontwerp’. Haar afstudeerwerk Omgevingsarticulaties (genomineerd voor de Archiprix) was een ontwerpend onderzoek naar woningbouw op plekken in de stad waar dat niet voor de hand ligt. De ervaringen die ze opdeed gedurende haar periode in de Japanse hoofdstad Tokyo vormden de aanleiding voor deze experimentele stedenbouw. ‘De grondwaarde is zo hoog dat de grond steeds verder versnipperd raakt. De Japanse overheid heeft allerlei regelgeving bedacht om de eenheid van de stad te bewaren. Zo mag je meer bouwen als je ook meer terugdoet voor de stad, bijvoorbeeld door een stukje openbare ruimte maken. Dat zou ook een uitkomst kunnen zijn voor Amsterdam, waar het ook lastig is om nieuwbouw te realiseren.’
In Amsterdam verkende Dessing de nieuwbouwpotentie van drie onconventionele locaties. Het Zeeburgereiland is een smalle landstrook vol leegstaande kantoren en loodsen, ingeklemd tussen twee kanalen. ‘Door gebruik te maken van de aanwezige fundering (een van de duurste kostenposten van een huis) en door hele kleine kavels op de aanwezige structuren te projecteren, wordt het mogelijk om heel goedkope huizen aan te bieden. Ik heb alternatieve regels bedacht, waarbij de bewoners gedwongen zijn om rekening met elkaar te houden. Dat resulteert in kleine huizen die op een slimme manier met elkaar zijn verweven.’

Rembrandtpark

Het meest omstreden was een bebouwingsplan voor het Rembrandtpark. ‘Bouwen in een park, dan valt echt iedereen over je heen. Maar tegelijk wil iedereen wel wonen tussen de bomen’ Het Rembrandtpark was ooit bedacht als een groen overgangsgebied tussen de Westelijke tuinsteden en het centrum. Inmiddels vormt het juist een barrière tussen de twee stadsdelen, omdat bewoners het mijden omdat het guur en onveilig aanvoelt. Door het park met chirurgische precisie te bebouwen kun je het toegankelijker maken.’ Ze stelde kleine woningen voor, die gestapeld zijn, zodat bewoners grotendeels tussen de boomtoppen leven (gepubliceerd in ArchitectuurNL 01 2016).

Adolf Loos 1 op 1

Dessing ziet de toegevoegde waarde van haar ontwerpen tot nu toe primair in ontwerpend onderzoek en onderwijs. Al vallen die twee steeds vaker samen. ‘Ik geef Vormstudie aan de Academie van Bouwkunst, waar ik zelf ook heb gestudeerd. We hebben met studenten een wand uit een huis van Adolf Loos 1 op 1 nagebouwd. Iedere student moest vervolgens een onderdeel van die wand opnieuw ontwerpen. Dat kon een wandbekleding zijn maar ook een wandlamp. Welke rol kan zo’n element spelen op de aard en kwaliteit van een ontwerp, die vraag is het uitgangspunt. De uitkomst van dit onderzoek, want dat is het in de eerste plaats, voelt voor mij niet als lesgeven maar als een zelfstandig project.’ Daarom koos ze ook voor de architectuur van Adolf Loos als onderzoeksobject. ‘Omdat hij overbodige decoraties verafschuwde, zocht hij de rijkdom van een ontwerp in de materialiteit.’ Daarom ook maakt ze een maquette op ware grootte. ‘Als dat goed werkt, wil ik dat vaker doen.’

Mouth of the Sky

Om ook haar eigen architectuurpraktijk te verbreden werkt Dessing regelmatig samen met kunstenaar Wouter Venema, voor wie ze ook het ontwerp van diens expositie Mouth of the Sky (t/m 7 augustus in Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam) maakte. ‘Zijn werk gaat over ruimte en tijd. Zo heeft hij een landkaart op een specifieke manier gevouwen. Vervolgens heeft hij de kaart met een scherpe punt doorboord, zodat allerlei locaties met elkaar zijn verbonden zonder een aanwijsbaar verband.’ Het lijnenspel van deze geperforeerde landkaart is nu het vloerontwerp van de expositie. ‘Wouter werkt zeer divers; installaties, tekeningen, schilderijen of conceptuele sculpturen. Het is als een weefsel dat zich steeds verder uitbreidt. Er zijn allerlei onderlinge verbanden aan te wijzen, maar er valt geen centraal punt te ontdekken. De verbinding tussen zijn werken maakten we zichtbaar met het lijnenspel op de vloer.’

Kasteel Horst

Haar meest recente werk is een installatie voor het jaarlijkse kunstfestival Horst in het Belgische stadje Holsbeek. Het fysieke en artistieke uitgangspunt is een kasteel dat ontoegankelijk achter een slotgracht in de bossen ligt. Door de curator Gijs van Vaerenbergh werd aan architecten, ontwerpers en kunstenaars gevraagd om daarop te reageren. ‘De vrije opdracht aan mij is om te visualiseren wat er in dat kasteel, dat gesloten is voor publiek, zou kunnen gebeuren. Het kasteel dat nu tot monument is benoemd, is altijd als lusthof gebruikt en er werden grootse feesten gehouden. Ik heb een axonometrie gemaakt van het kasteel en heb delen van de tekening opengewerkt. Kamers, wijnkelders en balzalen zijn er bij gefantaseerd, waar relikwieën te vinden zijn van een uit de hand gelopen feest. Met deze installatie doe ik een suggestie van activiteiten die in het kasteel werden gehouden en laat ik zien dat de geschiedenis niet zo ver van ons afstaat, zoals een monumentstatus doet vermoeden.’ Tegelijkertijd wordt ook de fysieke ervaring veranderd die bezoekers hebben van het bos, voegt Dessing toe. ‘Een bijzondere beleving van een ruimte is tenslotte de essentie van architectuur.’

Questionnaire

Favoriet historisch gebouw? Ik ben momenteel in de ban van Aziatische architectuur zoals de fantastische Indiase tempels bij Hampi, maar ook de prachtige koloniale villa’s van Geoffrey Bawa op Sri Lanka.
Favoriet hedendaags gebouw? In Mumbai heb ik een aantal villa’s van Studio Mumbai bezocht. Met name het Belavali house maakte enorme indruk. Al je zintuigen worden aangesproken als je door het huis dwaalt.
Favoriet Nederlands gebouw? Mijn studio ligt naast het woningbouwcomplex het Schip van Michel de Klerk. Ik fiets er dus vaak langs en ik vind het elke dag mooier.
Favoriete architect? Er zijn er heel veel! Een willekeurige greep aan inspirerende architecten die als eerst bij me opkomen: Adolf Loos, Bruno Munari, Peter Markli, Kazuo Shinohara, Lina Bo Bardi, Carlo Scarpa, Luis Barragan, Office KGDVS, John Hejduk, Aldo van Eyck, Aldo Rossi, Ettore Sottsass, Gio Ponti, Valerio Olgiati, ROTOR, Alvaro Siza en Studio Mumbai.
Favoriete hedendaagse architecten? Office KGDVS.
Favoriete Nederlandse architect? Aldo van Eyck.
Wanneer niet in Nederland, vanuit welk land zou je dan willen werken? Ik ben al vaker voor langere tijd in Azië geweest. Nu raak ik steeds meer geïnteresseerd in Zuid Amerika. Ik zou graag voor een periode naar Rio de Janeiro willen.
Wat zou je nooit ontwerpen? Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit zoiets gruwelijks als bijvoorbeeld een gevangenis zou willen maken.
Wat irriteert je het meest in het vak? De vele factoren die van invloed zijn. Dat je je helemaal kunt verliezen in een opdracht en je ieder hoek van een project uitgedokterd hebt, maar dat het project halverwege gestaakt wordt vanwege redenen die buiten je macht liggen.
Wat is je droomopdracht? Een museum/paviljoen voor hedendaagse kunst in een beeldenpark, waarbij alle verschillende kunstdisciplines samenvloeien.
Belangrijkste inspiratiebron buiten architectuur? De beeldende kunst. Het werk van bijvoorbeeld Louise Bourgeois, Constantin Brancusi, Berlinde de Bruyckere, Daniel Buren, Alexander Calder, Thomas Demand, Marlene Dumas, David Hockney, Ellsworth Kelly, Sol Lewitt, Henri Matisse, Lucie McKenzie, Manfred Pernice, Thomas Schutte, Luc Tuymans, Andro Wekua en Rachel Whiteread.
Meest waardevolle advies ooit? Doorgaan.

Toelichting afbeeldingen

1-2. Sandberg Instituut. De Gerrit Rietveld Academie en het Sandberg Instituut gaan zich in een nieuw gebouw huisvesten. Voor het Sandberg instituut, een kunstopleiding met verschillende Masterprogramma’s, heeft Anne Dessing een ontwerp gemaakt in samenwerking met architect Arjen Aarnoudse. Het ontwerp introduceert schone, publieke  ruimtes, zoals een forse, gezamenlijke keuken en een vuilwaterplek om kwasten af te spoelen. Deze ruimtes zijn elk op een specifieke manier gematerialiseerd. Gezamenlijk vormen deze ruimtes de daartussen gelegen ruimte tot grote, onontworpen werkruimtes waar de studenten vrij aan het werk kunnen.
3. Anne Dessing (1985) studeerde in 2012 af aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. Ze werd in 2014/2015 geselecteerd als veelbelovend jong talent voor het programma Talentontwikkeling van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, en presenteerde als afsluiting tijdens de Dutch Design Week 2015 haar project Pairi Daeze, zie  ArchitectuurNL 1/2016.
4. Ontwerp voor de tentoonstelling Mouth Of The Sky in museum Boijmans van Beuningen, 2016. Het oeuvre van beeldend kunstenaar Wouter Venema is als een web dat zich in alle richtingen uitstrekt. De vloer van de expositie is bedekt met een web van lijnen dat functioneert als een kaart. Het werk van Wouter is bovenop dit motief geplaatst, alsof zijn werk letterlijk in kaart gebracht wordt. Foto Lotte Stekelenburg.
5-7. Dessings afstudeerwerk Omgevingsarticulaties is een ontwerpend onderzoek naar het realiseren van specifiek ontworpen vrijstaande huizen in Amsterdam. Op drie gekozen testlocaties wordt woningbouw toegestaan, terwijl dat in eerste instantie niet voor de hand lijkt te liggen. Door specifieke regels als instrument te gebruiken wordt getracht een betere omgeving te maken. De nieuwe bewoner moet aan bepaalde specifieke eisen voldoen, om daarmee de minder aantrekkelijke onderdelen van de locatie op te lossen. Zo ontstaat een win-win situatie. Meer bijzondere huizen en fijnere omgevingen.
8. Axonometrie van Kasteel Horst, voor kunstfestival Horst in Holsbeek bij Leuven (B) op 9 en 10 september 2016.

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL 04 2016 in de serie Platform voor jong talent

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: , , , , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.