Supergaaf volgens Stijn Kemper

Inspiratie

Supergaaf volgens Stijn Kemper

Door: Peter de Winter | 25-06-2020

Vrijwel direct na zijn afstuderen aan de TU Eindhoven – twaalf jaar geleden – belandde Stijn Kemper bij Powerhouse Company. Hij kende founding partner Nanne de Ru via een gezamenlijke vriend en inmiddels is hij partner-architect. Wat hem van meet af aan aansprak aan het Rotterdamse architectenbureau is dat het mooie gebouwen ontwerpt – “de schoonheid van gebouwen is belangrijk voor ons” – waarbij zaken als engineering, vindingrijkheid, oog voor detail en zoeken naar wat bouwtechnisch nog mogelijk is, hoog in het vaandel staan.

Die combinatie van factoren vindt hij ook terug in het Waterliniemuseum Fort bij Vechten bij Bunnik (ontwerp van Anne Holtrop) , het gebouw dat hij uitzocht voor deze rubriek. Grootste attractie van het museum is de vijftig meter lange betonnen maquette van de Hollandse waterlinie, die bezoekers zelf via een systeem van sluisjes onder water kunnen zetten. Wat hij onder meer supergaaf aan het fort vindt, is dat het een even atypisch als verrassend gebouw is.
“Het is helemaal ingegraven, zonder een duidelijke voorkant, maar met zijn sierlijke lijnen en vormen toch een elegant en mooi gebouw met een goed gekozen kleurstelling en aandacht voor materialisatie. Tegelijkertijd is het ontwerp heel goed uitgewerkt en fantastisch gedetailleerd. Dat zie je aan heel praktische zaken zoals de plafondinrichting met verlichting, ventilatie en wat je verder in een plafond wilt onderbrengen.” Kemper noemt het Fort uitzonderlijk in zijn opzet en indrukwekkend qua bouwtechniek, glasvlakken en bekistingsmethode. “Het is een ondergronds museum en dat merk je aan de gekozen kleuren.

Lees ook:

Beton dat binnen en buiten strak is doorgezet

Nergens standaard witte museumwanden, maar grijs/bruin beton dat binnen en buiten strak is doorgezet.” Het Fort is een gebouw met een grote cultuurhistorische waarde en daardoor kon het niet onderheid worden. Als gevolg hiervan is het waterliniemuseum in het Fort gerealiseerd in een grote bak met een dikke betonnen vloer die op de grond ligt. “Daar zie je als bezoeker uiteraard niets van, maar het is bouwtechnisch bijzonder interessant dat die bak in het werk waterdicht gestort is. Dat is een basaal technisch ding. Des te opvallender is daarom de elegante binnenkant van het museum, die elke ruwheid mist. Dat zie je ook terug in de waterloop met zijn messing sluisjes. Dat is deels ontwerp en deels toegepaste techniek die dat mogelijk hebben gemaakt. Doordat die plaat zo dik was, kon de maquette van de waterlinie in de bekisting worden meegestort. Dat is echt vakwerk; de consequente combinatie van schoonheid en techniek is wat mij aanspreekt.”

Aandacht voor materiaal en detail

Aandacht voor materialisatie en detaillering zie je ook aan de binnenkant van het gebouw. “Wat direct indruk maakt, zijn de enorme raampartijen rond de maquette. Die zijn indrukwekkend, terwijl het glas toch in standaard Schüco-kozijnen zit. Ze zijn prachtig afgewerkt met messing beplating, waarmee het kozijn strak in de betonwand gedetailleerd is. Dat materiaal is ook toegepast bij de bewegwijzering en de vluchtdeuren. Meestal worden er een soort verholen doorgangen van gemaakt, maar hier zijn ze prominent in het zicht gebracht. Een dergelijke ontwerpbenadering
verraadt een oog voor zorgvuldig detailleren en dat spreekt me als Powerhouse-architect zeer zeker aan.” 

Fotografie: Ruud Dilling

Dit artikel is gepubliceerd in de rubriek Supergaaf in Bouwwereld nummer 4 van 2020. Hierin is een bouwprofessional aan het woord over zijn of haar favoriete gebouw of interieur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: ,
0 Reacties Schrijf een reactie

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.