City gamen met Ekim Tan

Interview

City gamen met Ekim Tan

Door: Peter de Winter | 16-01-2018

Ze is bang dat we alle verworvenheden van tijdens de crisis in een rap tempo aan het verliezen zijn om weer in oude patronen vervallen. Het lijkt er namelijk op dat er alleen aandacht is voor aantallen wooneenheden en wel zo snel mogelijk. Dat staat op gespannen voet met city gaming. Deze urban design tool moet voorkomen dat stedelijke ontwikkelingen door tegengestelde belangen stagneren door rekening te houden met dromen en wensen van alle partijen. Ekim Tan is de 28ste kandidaat in de interview estafette.

 

Wat is er vandaag de dag aan de hand in architectuur?

Veel architectenbureaus zijn de laatste jaren door de economische ontwikkelingen in een diepe crisis gedompeld en dat miste zijn effect niet op de werkgelegenheid. Opdrachten krijgen ging niet meer vanzelf. Om toch aan het werk te blijven, moesten architecten nieuwe wegen vinden en daar was veel creativiteit voor nodig. In dat opzicht waren de crisisjaren niet eens zo slecht. Nu de crisis voorbij is en opdrachtgevers weer projecten ontwikkelen, gaat het steeds meer bureaus voor de wind. Waar ik echter bang voor ben, is dat we alle verworvenheden van tijdens de crisis in een rap tempo aan het verliezen zijn. Het lijkt er soms zelfs op dat de crisis te snel voorbij gaat en we met z’n allen weer in onze oude patronen vervallen.

Welke verworvenheden bedoel je precies?

Tijdens de crisis was er noodgedwongen tijd en ruimte voor innovatie. We stonden stil bij vragen als hoe we circulair konden gaan ontwerpen en er was tijd, aandacht en belangstelling voor alternatieve bouwvormen. Ook stond er de afgelopen jaren weinig financiële druk op de bouwactiviteiten waardoor opdrachtgevers als lokale overheden één op één gesprekken aangingen met architecten om samen te ontdekken hoe we ondanks geldgebrek toch projecten konden realiseren. Dat stemde hoopvol. Architecten en andere ontwerpers konden naast hun taak als vormgever van de gebouwde omgeving een steeds nadrukkelijker rol spelen op de sociale en maatschappelijke kanten van het vak. Nu geld niet langer het probleem is, de huizenprijzen in de Randstad de pan uitrijzen en de druk op de woningmarkt toeneemt, zijn er steeds meer ontwerpopdrachten te vergeven, maar verzwakt onze positie hand over hand.

Hoezo verzwakt de positie van de architect?

Als je ziet hoe de huisvestingsvraagstukken in steden als Amsterdam en Rotterdam zich ontwikkelen, dan lijkt het erop dat er alleen aandacht is voor aantallen wooneenheden en wel zo snel mogelijk. Voor veel architecten is dit uiteraard een goede ontwikkeling. Hun orderportefeuilles raken gevuld en bureaus kunnen in omvang groeien, maar of het vak er door deze economische ontwikkeling interessanter  op wordt, is maar de vraag. Voor overleg – als tijdens de crisis – over innovatieve methoden of een goede stedenbouwkundige inpassing, is steeds minder tijd beschikbaar. Het zijn weer de grote opdrachtgevers en ‘big money’ die de dienst uitmaken. De ruimte voor goed doordachte ontwerpkwaliteit neemt af.

Heeft dat met hebzucht te maken?

Zo kan je het uitdrukken. Het heeft er alle schijn van dat in de woningbouw de grote ontwikkelaars en het snelle geld weer de dienst uitmaken.

Een voorbeeld?

Tijdens Dutch Design Week van dit jaar won Kleiburg van NL Architects en XVW architectuur de Future Award. Qua design en aanpak een verdiende prijs. Het is goed dat flatgebouwen uit de Bijlmer behouden blijven, dat is in sociaal maatschappelijk opzicht een prima initiatief, maar ik kijk er toch vreemd van op dat in een project dat zo’n belangrijke Nederlandse designprijs wint, een piepklein appartement 650 euro huur per maand moet opbrengen. Dat staat naar mijn idee haaks op de sociale betrokkenheid waarvan zoveel jonge designers tijdens de DDW blijk gaven. En begrijp me niet verkeerd. Ik bewonder het werk van NL Architects en XVW architectuur en Kleiburg is als renovatieproject prachtig uitgevoerd. Ook denk ik niet dat de winnende architecten hebzuchtig zijn, maar het project laat toch de discrepantie tussen doelen en resultaat zien.

Welke discrepantie bedoel je?

Als we vertellen dat we de sociale gevolgen van onze ontwerpen belangrijk vinden, moeten we ons bewust zijn van hoe ver onze invloed reikt, welke hulpmiddelen we gebruiken en met welke mensen we samenwerken. Als architect kan je blijkbaar je ziel en zaligheid in een ontwerp leggen en tegelijkertijd sociaal en economisch gezien een monster creëren. Wat dát betreft zou het goed zijn als architecten zich op hun positie beraden en stilstaan bij de vraag wat het resultaat is van hun inspanning. En dan doel ik niet alleen op de kwaliteit van het ontwerp, maar ook op de sociale, maatschappelijke en economische consequenties. Ik denk namelijk dat architecten ook een sociaal  maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben. Gaat het vandaag de dag uitsluitend nog over geld en een mooi ontworpen gebouw of is er ook nog tijd en ruimte voor sociale bevlogenheid? Het antwoord op die vraag heb ik niet, maar het is wel tijd voor een fundamentele discussie over de maatschappelijke taken en  verantwoordelijkheden van architecten. Tenzij je alleen in vorm geïnteresseerd bent natuurlijk.

Je wilt met city games voorkomen dat stedelijke ontwikkelingen stagneren in tegengestelde belangen.
Leg uit.

Even terug in de tijd. Play the City, zo heet mijn bureau, kon het concept van ‘city gaming’ voor het eerst testen in 2009 in Almere Haven. De gemeente wilde daar een nieuwe woonwijk ontwikkelen en vroeg ons een ‘inspiratie workshop’ te organiseren om ontwerp- en planningsfouten uit het verleden te voorkomen. Destijds bepaalden planners hoe een woonwijk eruit moest zien. Ze hadden weinig oog voor de dromen, wensen en eisen van toekomstige bewoners. De mensen moesten het maar doen met wat bedacht werd. Bij de ontwikkeling van de nieuwe woonwijk wilde de gemeente het anders aanpakken door de toekomstige bewoners nauw te betrekken bij de ontwikkeling. Dat was voor ons de eerste keer dat we met games aan de slag gingen. Het idee achter het spel is dat je met deelnemers van verschillende disciplines om tafel gaat. Geen van de opvattingen van de deelnemers is dominant. Ze reageren  op elkaars ideeën om zo tot een informelere, minder geplande woonwijk te komen. Uiteindelijk is de wijk er nooit gekomen omdat de plannen die uit de game rolden te radicaal waren in de ogen van de gemeente. Maar het was wel de basis van city gaming.

Het gaat dus om ontwerpen zonder conflicten?

Dat zie je verkeerd. Bij een projectontwikkeling zijn er per definitie tegengestelde belangen, dat verandert niet met city gaming. Want het mag dan een spel zijn, de deelnemers zijn de verschillende stakeholders met hun elk hun verschillende belangen en dus potentiële conflicthaarden. En laat dat nou net de bedoeling zijn. Iedereen mag in eerste instantie opkomen voor zijn belang. Waar het om gaat, en hier verschilt gamen van inspraakavonden, is dat deelnemers tijdens de game gaan inzien waarom ze niet altijd kunnen krijgen waar ze op uit zijn. Er zijn altijd beperkingen wat zaken als budget, ruimte, en gebouwtype betreft. Wat ‘het spelletje’ de deelnemers geeft, is inzicht in wat wel en wat niet redelijk of realistisch is om te vragen. Bij een inspraakavond kunnen bewoners op zijn best hun wensen spuien en het is dan maar afwachten wat daar in de praktijk van terecht komt. Door samen het spel  te spelen leer je waar de grens ligt van wat je wilt, waar de middenweg is en waar samenwerking vruchten zal afwerpen. De opbrengst van deze gezamenlijk gegenereerde plannen vergroot de sociale samenhang, verlaagt de kosten en bespaart tijd in stedelijke ontwikkelingsprocessen.

Heb je al concrete resultaten geboekt met citygaming?

City gaming is een urban design procestool en als je vraagt of die tool bewezen effectief is, dan kan ik je een lijst met voorbeelden geven. Met Play the City hebben we bewoners in Cape Town geholpen bij de ontwikkeling van township Khayelitsha zo groot als Rotterdam, we zijn actief in Dublin op het vlak van sociale huisvesting, de game is verder gespeeld in Istanbul, Shen Zhen, Tirana, Brussel, Praag, Eindhoven, Utrecht en in Amsterdam in Overhoeks en Buiksloterham. Op alle plekken waar het spel gespeeld wordt, gaan projecten er anders uitzien. Als communicatie- en ontwerptool is Play the City dus best succesvol.

Waarom werkt gamen in Cape Town?

De bevolking van de township bestaat voor 99 procent uit zwarte inwoners, maar de stedenbouwkundige planning wordt bepaald door de blanken. Probleem daarbij is dat er geen communicatie was tussen die twee groepen omdat men elkaar niet vertrouwde. Als er al iets gerealiseerd werd, zelfs als het een goed ontwerp was voor de township, werd het direct vernield omdat de bewoners nooit bij de plannen  betrokken werden. En dat is toch het minste wat je kunt doen: de mensen informeren over de plannen die je met hun stad hebt. Zolang je geen gebruik maakt de kennis, kunde en wensen van de bewoners waarvoor  je plannen maakt, is de kans op succes erg klein. Met city gaming hebben we inwoners wel betrokken bij de ontwikkeling van het gebied. Zo was er een vrouw die vanuit een container op de markt levende kippen verkocht. Die vrouw kon lezen noch schrijven, maar in de game kon ze aangeven dat ze haar kippencontainer onder haar ‘wooncontainer’ wilde hebben omdat ze bang was dat haar beestjes anders gestolen zouden worden. Ze voelde zich veel veiliger bij het idee dat ze bovenop haar handel zou wonen. Door met dit soort schijnbaar kleine wensen rekening te houden, te werken met eenvoudige taal en spelregels en verschillende experts en niet-experts toe te laten, ontwikkel je wijken voor bewoners. Dat levert een leefbaarder resultaat op dan wanneer je als opdrachtgever van bovenaf beslist. En dan maakt het niet uit of je het stadsspelletje speelt in een township van Cape Town, het Amsterdamse Overhoeks of Almere. Het gaat om samen plannen maken.

Tot slot: wie van de oudere generatie wil je dat ik ga interviewen en waarover moet ons gesprek gaan?

Ik stuur je naar Jacqueline Tellinga. Zij is concept- en gebiedsontwikkelaar bij de Gemeente Almere. Haar ontwerpen zijn genuanceerd en haar stedenbouwkundige plannen geëngageerd. Ook schuwt zij het  experiment niet. Daar moet je het maar eens met haar over hebben.

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 6 van 2017

Gerelateerd

Tags: , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.