Interview Studio Pekka

Interview

Interview Studio Pekka

Door: Peter de Winter | 12-02-2016

Architectonisch onderzoek en met opdrachtgevers mogelijkheden verkennen, verrijkt het pallet waaruit ze werken. CPO projecten hebben daarom hun interesse. Ook omdat een optimale omgeving creëren centraal staat in hun denken. Het collectief is daartoe een goed middel omdat het de gebruiker centraal stelt. Wat hun betreft heeft collectief ontwikkelen een grote toekomst. Kim Verhoeven en Vincent Valentijn zijn de zeventiende kandidaat in de interviewestafette. In de vorige editie werden ze uitgenodigd door Renz Pijnenborgh.

 

Begin vorig jaar werden Kim Verhoeven en Vincent Valentijn van Studio Pekka uit ’s-Hertogenbosch gevraagd een ontwerp te maken voor een compacte, autarkische en mogelijk verplaatsbare woning: het zogenaamde Tiny House. Een merkwaardige opdracht, want de concepten liggen voor het oprapen. Wat zou dit Tiny House anders of beter maken? Ze zijn het gesprek met deze opdrachtgever aangegaan. De man kwam bij Studio Pekka omdat hij hoopte dat architectuur voor zijn ideeën een platform konden bieden. Kim en Vincent plaatsten er vraagtekens bij omdat het in hun optiek onduidelijk bleef wat de werkelijke verwachtingen van de opdrachtgever precies waren. Het probleem was niet zozeer om een goed architectonisch concept te ontwikkelen. Wat bleef wringen, was de vraag wat de opdrachtgever ermee wilde bereiken. Zijn bedoeling was publiciteit generen voor het idee dat we allemaal met ‘minder’ moeten gaan leven. Naar mate de gesprekken vorderden, werd duidelijk dat het architectenpaar geen architectuur wilde maken als antwoord op een vraag die in hun visie beter met andere middelen beantwoord kan worden. Het is niet hun ideaal an sich om architectuur te maken, maar om antwoorden te formuleren op de vraag hoe ze kunnen bijdragen aan een betere, rijkere en interessantere toekomst. Uiteindelijk hebben ze gedrieën nog lang over de idealen van de opdrachtgever gefilosofeerd om uiteindelijk te concluderen dat een Tiny House niet de juiste route was. .

Want?

VV: Als architect kijk je altijd naar de context en zoals hij zijn ideaal zag, was het bouwen van een Tiny House ver gezocht. Hij had allerlei vage verwachtingen die bij nader inzien eigenlijk niet goed paste bij zijn mooie idee. Dan kan je als architect domweg gaan schetsen en een rekening sturen, maar dat is niet onze stijl. De opdracht ging uiteindelijk niet door.

KV: Wat deze exercitie ons vakmatig bracht? Voor mij ligt de winst niet alleen op het vakmatige vlak, maar ook in gesprekken met een persoon die interessante ideeën heeft over elementaire dingen in het leven. We herkenden ons eigen idealisme in de idealen van deze man en het is goed om een ander perspectief aangereikt te krijgen over zaken zoals hoe je woont, leeft of zou willen leven, werken en wonen.

VV: Zakelijk gezien lijkt het misschien niet slim, maar nieuwe mogelijkheden verkennen door met een opdrachtgever hardop na te denken, levert immateriële winst op. Die is voor ons ook belangrijk. Het verrijkt het pallet van waaruit we werken en dat vergroot op zijn beurt onze mogelijkheden als architect.

Maar van idealisme kan de schoorsteen toch niet roken?

KV: Er zijn gelukkig ook veel opdrachten die wel degelijk om architectuur vragen. We zijn op dit moment betrokken bij diverse woningbouwprojecten die in collectief particulier opdrachtgeverschap tot stand komen. Waarin we ons onderscheiden van andere bureaus? Dat hangt sterk af van de vraag waarmee een groep komt. Momenteel zijn we met Archi3o (de coöperatie die ze mede opgericht hebben, red) bezig met twee zeer duurzame projecten waarin de opdrachtgevers wonen, werken en gedeelde voorzieningen willen combineren.

VV: Dergelijke opdrachtgevers worstelen altijd met de vraag waar het collectief begint en het individuele eindigt. Vragen als welke ruimte het individu en zijn woning inneemt, welke ruimte het collectief inneemt en of het ontwerp zich naar het bestaande moet voegen of zich er juist van moet afkeren, daar gaat het om. Daarover kan je als architect meedenken en je waarde bewijzen.

Een CPO-opdracht begint vaak idealistisch totdat er keuzes gemaakt moeten worden. Hoe hou je als architect de boel toch fris?

VV: Het privédeel binnen het collectief waar mensen hun eigen individualiteit kunnen laten gelden zonder de kracht van het collectief teniet te doen, vraagt veel aandacht. Je moet een basis ontwerpen, die zonder kapitaalvernietiging aanpasbaar is aan de woonwensen van zeer diverse bewoners. Zo’n sterke basis past ook bij opdrachtgevers die voor CPO kiezen. Ze manifesteren zich als groep en willen dus het voordeel van het collectief behouden zonder al te veel concessies te hoeven doen aan hun individuele woonwensen. Anders hadden ze wel voor particulier opdrachtgeverschap gekozen.

KV: Daarin wil ik nog wel enige nuancering aanbrengen. Ook bij CPO heb je met beperkte budgetten te maken. Er gaat veel geld zitten in goede isolatie en toepassing van duurzame materialen. Je zult dus efficiënt moeten omgaan met de plattegrond om dan toch die gewenste drie slaapkamers op de verdieping te realiseren. Daarnaast proberen we ruimte te creëren waar bewoners zelf invulling aan kunnen geven. De graad van individuele vrijheid binnen een collectief bouwproject is ook budgetgebonden. Ook dat is de realiteit van CPO.

Hoe maak je dan toch iets dat boven de middelmaat uitstijgt?

KV: Als ik conceptontwerpen laat zien en opdrachtgevers meeneem naar voorbeeldprojecten, dan zijn de mensen aanvankelijk erg enthousiast. Toch kiezen de meesten als het erop aankomt voor een niet al te gewaagde indeling van hun woning. Wat bekend is, wordt ook vaak als prettig ervaren. Dat is soms voor ons als ontwerpers wel jammer maar de klant krijgt wat hij wil en wij blijven onze klanten uitdagen om vanuit verschillende perspectieven te kijken naar hun wensen.

VV: We zullen altijd blijven stimuleren om te verkennen; we hebben groepssessies en individuele gesprekken. Dan schetsen we allerlei voorstellen met open plattegronden en alternatieve mogelijkheden. Dat wordt eigenlijk altijd als leuk, spannend en anders ervaren, maar gaandeweg het derde of vierde gesprek, krabbelen veel mensen terug naar wat ze al van hun eigen woning kennen. Daar heb je als architect gewoon rekening mee te houden. Mensen die niet vertrouwd zijn met architectuur worden soms zenuwachtig van ruimtelijke oplossingen die ze niet goed kunnen duiden. Uiteindelijk ontwerpen wij met overgave voor iedereen.

Kan je als idealist je ei wel kwijt in CPO?

KV: Het is een logische stap in mijn ontwikkeling als mens en architect. We zijn op de goede weg, maar ik wil dit niet nog tien jaar blijven doen. Wat ik er dan toch boeiend aan vind? Bij collectief particulier opdrachtgeverschap ontwerp je echt voor gebruikers. Door samen aan de slag te gaan hoef je, ondanks dat niet alle ontwerpvoorstellen het halen, zeker niet voor de gulden middenweg te kiezen. Uiteindelijk kom je uit op een ontwerp dat wel degelijk het verschil maakt. Daarnaast stelt CPO je in de gelegenheid om met de gebruiker over alle keuzes in het ontwerpproces na te denken. Van de plaats van de badkamer en het toilet tot aan de kleur van de voegen en het gevelbekledingsmateriaal. Ondanks de concessies die wij als architect vaak moeten doen – je kunt maar zelden het statement maken dat je voor ogen had – maakt het intensieve, individuele traject het eindresultaat voor de gebruiker veel waardevoller. CPO-projecten hebben daardoor een eigenheid die je bij een standaardproduct van een ontwikkelaar nooit zult bereiken.

Renz Pijnenborgh wil weten hoe jullie aankijken tegen gezond bouwen. Brandt los!

VV: Renz heeft het ongetwijfeld gehad over de gemiddelde nieuwbouwwoningen die als thermoskannen worden uitgevoerd om de energievraag in te vullen, maar dat is alles behalve gezond bouwen. Gezond bouwen gaat volgens mij ook over de verhouding tussen jou en je omgeving en hoe flexibel en  toekomstgericht je gebouwontwerpen zijn.

KV: Ik snap de vraag vanuit zijn perspectief, en begrijp wat hij bedoelt. Toch is het een lastige vraag omdat hij zo breed is. Op technisch niveau kreeg gezond bouwen maar spaarzaam aandacht de laatste jaren. Dat merk je direct aan de meeste gebouwen. Die extra investering in architectuur die nodig was om gebouwen in meer dan een opzicht gezond te maken, was er vaak niet. Dat is best gek. Gezonde gebouwen in een gezonde omgeving leveren aantoonbaar een positieve bijdrage aan het welbevinden van mensen zowel fysiek als in de geest.

VV: In gebouwen met een nadrukkelijke architectonische kwaliteit, functioneren mensen beter omdat de verhoudingen van ruimte, toegepaste materialen en kwaliteit van daglichttoetreding zich positief verhouden tot de innerlijke behoefte van de gebruikers die er dagelijks in verkeren. Pas als je die vaak onbewuste behoeftes in kaart brengt en de middelen krijgt ze in vormgeving te vertalen, ben je gezond aan het bouwen en ontwerpen. Helaas lopen de meeste projectontwikkelaars niet warm voor dergelijke, in hun ogen wat vage begrippen. Ze vinden zich een dief van hun eigen portemonnee als ze investeren in zaken die niet in spreadsheets passen. Ze ontwikkelen namelijk niet voor gebruikers, maar voor hun aandeelhouders.

KV: Dat maakt CPO ook zo interessant omdat de gebruiker daarin centraal staat. Wat ons betreft heeft collectief ontwikkelen de toekomst. En dan niet de minimum eisen van het Bouwbesluit tot norm verheffen, maar maken wat nodig is om een optimale woon- en werkomgeving te realiseren.

Tot slot: Wie van de oude generatie moet ik gaan interviewen en waarover moet het gesprek gaan?

Wat ons betreft ga je naar Herman Zeinstra. Er is momenteel in het ABC Architectuurcentrum Haarlem een tentoonstelling waarin hij terugkijkt op 45 jaar werken als zelfstandig architect en beeldend kunstenaar. Onze vraag aan hem is: In hoeverre is je beeldend werk van invloed op je architectuur? Is de aandacht voor het detail die we in je werk herkennen hier ook een voortvloeisel hiervan of zie je dat anders?

Tekst: Peter de Winter
Fotografie: Martin Wengelaar
Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL 1/16

Gerelateerd

Tags: , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.