Radicale keuzes van Donna van Milligen Bielke

Nieuws, Platform jong talent

Radicale keuzes van Donna van Milligen Bielke

Door: Jeroen Junte | 11-11-2015

Haar baan bij Powerhouse Company zegde ze op. Vervolgens zonderde de jonge architect Donna van Milligen Bielke zich af om in volledige toewijding te werken aan haar inzending voor de Prix de Rome. Een radicale keuze maar met succes – haar Cabinet of Curiosities werd door de jury unaniem aangewezen als winnaar. ‘Het prijzengeld vormt het startkapitaal voor mijn eigen bureau.’ Naast grootschalige stedelijke ontwerpen doet ze kleinere projecten om gewoon echt te bouwen, zoals in het Museum Amsterdam.

Haar baan bij het gerenommeerde kantoor Powerhouse Company zegde ze op. Vervolgens zonderde de jonge architect Donna van Milligen Bielke (1983) zich drie maanden af om in volledige toewijding te werken aan haar inzending voor de Prix de Rome, de meest prestigieuze prijs voor jonge architecten die eens in de vier jaar wordt uitgereikt. Een prestigieuze prijs met een fictieve opgave die niet direct een kans biedt op realisatie. ‘Een radicale keuze, ja’, zegt de Amsterdamse architect. ‘Maar ik zag de deelname als een opstapje naar een eigen bureau. Dus ben ik er vol voor gegaan’ Met succes – haar Cabinet of Curiosities werd door de jury unaniem aangewezen als winnaar. ‘Het prijzengeld vormt het startkapitaal voor een eigen bureau.’

Kaders om iconen

Al moest ze aanvankelijk wel even slikken bij het zien van de opgave: de acht deelnemers moesten een visie ontwikkelen op het knooppunt van de Hoogstraat en de Binnenrotte in het historische centrum van Rotterdam. Deze open en een gefragmenteerde plek grenst aan nieuwbouw, oudbouw, een drukke winkelstraat (waarvaan een deel kampt met leegstand), een grote openlucht markt en een handvol iconische gebouwen, zoals de Laurenskerk, de nieuwe Markthal en station Blaak. ‘De schaal van de opgave is fors voor een architect. Er wordt gevraagd om een stedenbouwkundige visie.’ Maar ze ging er vol voor en formuleerde een radicaal uitgangspunt. ‘Ik heb de Rotterdamse leegte en iconische solitaire gebouwen als uitgangspunt genomen. Om de solitaire belangrijke gebouwen en belangrijke plekken worden kaders geplaatst in de vorm van een soms een gebouw en soms slechts een arcade, allebei zes verdiepingen hoog. Hierdoor wordt de onbestemde ruimte om de gebouwen gedefinieerd, en krijgen de gebouwen een duidelijke eigen plek, zonder concurrentie van de omliggende iconische gebouwen. De iconische gebouwen worden geïsoleerd en tentoongesteld. Onderling vormen de kaders een duidelijk stedelijk weefsel dat aansluiting vindt bij de rest van de stad.’

Politieke keuze

Feedback op haar winnende ontwerp was ‘heel wisselend’, zoals ze zelf zegt. Men was of heel lovend of verbouwereerd ‘Het is natuurlijk een radicale ingreep, die voor veel buitenstaanders veel te ver ging. Ik snap wel dat mensen ervan schrikken als ze niet weten dat het een fictieve competitie betreft. Zo hoorde ik: dat denkt die Amsterdamse wel even hier te kunnen neerzetten in Rotterdam?! Wat overdreven is natuurlijk. Het is een idéé, dat ik radicaal heb doorgezet om het kracht te geven, als het winnende ontwerp gerealiseerd zou worden, had ik het anders uitgewerkt. Er werd zelfs geïnsinueerd dat de keuze voor haar een politieke was. De organisatie van deze Prix de Rome verliep namelijk niet vlekkeloos. Zo werd dit jaar voor het eerst gewerkt met scouts die een klein aantal kandidaten voordroeg; bovendien werd de leeftijd van de deelnemers opgerekt van maximaal 35 naar 40 jaar. Uiteindelijk kwam de jury terug op dit besluit en werd besloten dat net als voorheen jonge architecten ook zelf een portfolio mochten inzenden. Van Milligen Bielke behoorde tot die laatste groep en is daarbij jonger dan 35 jaar. Met haar uitverkiezing zou de jury de voorgenomen statuutwijzigingen definitief torpederen, zo was de kritiek van de hardliners tegen haar radicale plan.

Radicaal en poëtisch

Plausibeler is dat de jury zich aangetrokken voelde tot de ferme uitspraak van Van Milligen Bielke. Ze werd geprezen om haar ‘radicale en poëtische ingreep’ waarin ‘de banaliteit en het serene moeiteloos bij elkaar komen’. Daarbij zag de jury ook de potentie van de kaders, de nieuwbouw die de ruimte om de bestaande gebouwen begrenst, waardoor in ‘de tussenruimten gemakkelijk nieuwe gemeenschappen kunnen ontstaan’. Zoals ze zelf zegt: ‘De Prix de Rome is geen realistische maar een fictieve opgave. Het is een denkoefening. Ik had het uiteindelijke ontwerp ook toegepaster kunnen maken. Misschien door de kaders poreuzer of minder hard te maken. Of misschien meer inrichting aan de openbare ruimte kunnen geven. Maar ik heb bewust voor iets radicaals gekozen, zodat het concept sterker werd. Daarom heb ik ook geen specifiek programma aan de gebouwen toegeschreven. Het was een ruimtelijk ontwerp, geen programmatisch voorstel. Ik sta nog steeds achter die keuze.’

Reversed Boogie Woogie

Met dezelfde kennis van nu kan ze ook zeggen dat haar afstudeerproject aan de Academie van Bouwkunst een vingeroefening was voor haar plan voor de Prix de Rome. ‘Dat was een nieuw ontwerp voor een stadhuis en de Opera van Amsterdam op de locatie van de Stopera. Ook al een enorm binnenstedelijk project. Daarbij is een mengvorm van publieke gebouwen en openbare ruimte.’ Wat het huidige stadhuis (de Stopera, een ontwerp van Cees Dam en Willem Holzbauer uit 1986) volgens Van Milligen Bielke mist, is een representatieve uitstraling. ‘Ik ken het gebouw goed, want het ligt tegenover de Academie van Bouwkunst. Ik werd soms aangesproken door toeristen met de vraag waar het stadhuis was, terwijl ze er pal voor stonden. Daarbij oogt het gebouw ondanks het publieke programma niet echt openbaar. De publieke gang door het gebouw verbindt niets met nergens.’ Haar afstudeerproject ‘Reversed Boogie Woogie’ is een radicaal ontwerp. ‘Ook bij het Stadhuis heb ik gekozen voor een gebouw met harde grenzen en veel openbare pleinen, dat zorgt voor een sterker stedelijk weefsel in de stad. Dat was ook mijn oplossing voor het plein aan de Binnenrotte van de Prix de Rome.’ De reacties op haar stadhuis waren – net als bij de Prix de Rome – soms heftig. ‘Veel mensen vinden het van de zotte. Begrijp ik ook wel. Het is ook een uitgesproken idee. Maar dat maakt het nou juist zo krachtig.’ Uitgangspunt voor haar ontwerp is een representatief gebouw dat letterlijk onderdeel is van de stad. Het is een echt stadshuis – een gebouw dat qua opbouw fungeert als een kleine stad. Van Milligen Bielke: ‘De bestaande straten op deze stadslocatie lopen door in het gebouw. Toegang wordt gemarkeerd door grote uitnodigende poorten. Hoe dieper je in het gebouw komt, hoe opener en publieker de ervaring wordt. In het hart bevinden zich openbare pleinen. De openbare route bestaat uit een aaneenschakeling van verschillende ruimten. Buitenpleinen, binnenpleinen, half open ruimten (arcades) en openbare binnenruimten. Je bent dan weliswaar in een gebouw, het stadhuis, maar het voelt alsof je nog in de openbare ruimte bent. Ik heb geprobeerd de grenzen tussen binnen- en buitenruimten op te heffen.’ Tegelijkertijd oogt het gebouw van buiten als een fort. ‘Het is afgekaderd en daardoor herkenbaar in de omgeving. Het voegt zich naar de kromming van de Amstel met een sterke façade. Maar als je over een straat aankomt rijden, kijk je al van verre het gebouw in. Dan oogt het open en toegankelijk.’

Citroëngarage Jan Wils

Het lijkt nu misschien alsof ze alleen grootschalige stedelijke projecten kiest. ‘Maar ik werk ook graag op kleine schaal. Ik sta nu voornamelijk bekend om grootschalige en radicale ontwerpen, bij voorkeur in een stedelijke context en met een publieke functie. Dat is ook iets wat uit mijn afstuderen en de opgave van de Prix de Rome voortkwam. Maar daarnaast concentreer ik me nu ook op kleinere projecten om gewoon echt te bouwen.’ Zo deed ze mee met de prijsvraag voor het herbestemmen van de noordelijke Citroëngarage van Jan Wils naast het Olympisch Stadion in Amsterdam. ‘Mijn uitgangspunt was om niet iets geheel nieuws toe te voegen maar vooral de bestaande kwaliteiten die het gebouw al heeft, de sterke structuur en de transparantie, te versterken. Ik heb het gebouw opengebroken door een glazen structuur van negen lichtkolommen te plaatsen van dak tot kelder. Dwars door de bestaande structuur heen. Het interieur krijgt daardoor een nieuw strak grid dat zich makkelijk leent voor het opdelen van de vloeren voor verschillende gebruikers en tegelijkertijd het gebouw van voldoende daglicht voorziet. Vervolgens heb ik de ontsluiting van het gebouw verplaatst naar het midden van het gebouw. De glazen kolom die dient als ontsluiting heeft als enige een gouden gloed, ter oriëntatie. Het is een principe dat ik heb ontleend aan de Italiaanse kerken, waar de lichtinval van de middenbeuk door gelige ramen valt.’ Ze pauzeert even: ‘Eigenlijk was ook dit weer een radicale ingreep, het gebouw verliest daardoor best wat vloeroppervlakte voor een huurkantoor dat is dan de consequentie.’ Haar ontwerp won de tweede prijs in deze ontwerpprijsvraag. Naast het prijzengeld van 40.000 euro kreeg ze als winnaar van de Prix de Rome ook een verblijf van drie maanden aan de American Academy in Rome. Even weifelde ze nog over dit aanbod. ‘Door de Prix de Rome stond ik net in de belangstelling. Is het dan wel handig om weg te gaan?’ Eenmaal in Rome zag ze het nut van deze ervaring. ‘Na de focus op de inzending was het fijn om je in een nieuwe omgeving af te zonderen, te wonen en te werken. Het heeft me de mogelijkheid gegeven om afstand te nemen van mijn dagelijkse leven. Het was een hele bijzondere inspirerende en reflectieve periode.

Mini-exposities Museum Amsterdam

Het eerste afgeronde eigen kleinschalige project is een educatieve ruimte in het Museum Amsterdam (samen met Anne Dessing). Het gebruik refereert aan een stedelijke context. ‘De vraag was om een ruimte te bedenken waar Amsterdamse scholieren een project kunnen presenteren over hun stad. Op een hardboard vloer is met een laser de plattegrond van Amsterdam uitgesneden. De scholieren kunnen vervolgens een tentoonstellingsmeubel op een specifieke locatie in de stad plaatsen. Op dat meubel maken ze vervolgens een mini-expositie over die plek. Aan de muur kunnen ze bijbehorende foto’s hangen.’ Maar grootschalige opgaven blijven lonken. Van Milligen Bielke is een van de twaalf ontwerpers die zijn gevraagd voor Volksvlijt 2016, een platform geïnitieerd door planoloog Zef Hemel dat de toekomst van de metropool Amsterdam verkent. ‘Ik onderzoek wat de invloed van toerisme is op de binnenstad en zal vervolgens een ontwerp maken dat de binnenstad geschikt maakt voor de toekomst.’ Het resultaat zal worden tentoongesteld in de Centrale Openbare Bibliotheek in Amsterdam begin 2016, tijdens het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie. ‘Het is een toekomstvisie dus het zal wel een radicaal tintje krijgen.’ Lachend: ‘Blijkbaar ligt mij dat goed.’

Questionnaire

Favoriet historisch gebouw? Ik hou heel erg van grote zware heldere massieve structuren zoals de Samara moskee in Irak. Of van die Babylonachtige bouwwerken, ziggurats en gebouwen met ver doorgevoerde symmetrische plattegronden en systemen.
Favoriet hedendaags gebouw? Dat wisselt vaak. Er is niet een specifiek gebouw dat altijd er in elk opzicht boven uit steekt.
Favoriet Nederlands gebouw? Ik fiets dagelijks langs het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Dat blijf ik een heel erg mooi gebouw vinden. Qua plattegrond, positie en zwaarheid.
Favoriete hedendaagse architect? Ten eerste Pier Vittorio Aureli van Dogma. Met van die enorm radicale, systematische, sobere en heldere projecten. Ook het werk van de Belgische bureaus Office Kersten Geers David Van Severen en 51M4E vind ik geweldig.
Wanneer niet in Nederland, vanuit welk land zou je dan willen werken? Qua architectuurmilieu liefst in België, Zwitserland of Japan. Qua aantrekkingskracht van de stad New York of misschien Berlijn.
Wat zou je nooit ontwerpen? Ik denk dat overal iets van te maken is. Tenzij er natuurlijk iets ‘fouts’ is aan het doel van het project of de opdrachtgever.
Wat irriteert je het meest in het vak? Het wordt jonge architecten niet makkelijk gemaakt een bureau te starten met alle ervarings- en omzeteisen van tegenwoordig. Dat vind ik lastig.
Wat is je droomopdracht? Een publiek gebouw, dat qua functie en statuur ook echt om een bijzondere architectuur vraagt. Met een functie die vraagt om ofwel een enorme complexiteit of juist een extreme helderheid. Zoals een stadhuis of een museum.
Belangrijkste inspiratiebron buiten architectuur? Kunst, literatuur en fenomenen.

Toelichting projectafbeeldingen

Afbeelding 1-5: Winnend ontwerp Prix de Rome 2014. Cabinet of Curiosities stelt voor om de binnenstad van Rotterdam op radicale en sensitieve wijze te organiseren op plekken waar onduidelijkheid in ruimtelijke beleving bestaat en solitairen een samenhangend stedelijk weefsel in de weg staan. Een stedenbouwkundige structuur variërend in diepte en porositeit wordt om de solitaire gebouwen geplaatst. Soms vormt het slechts een wand, soms worden de grenzen gesteld in de vorm van een gebouw. Door het introduceren van grenzen wordt de openbare ruimte gedifferentieerd. Door het verbinden van de ruimte, ontstaat een netwerk van nieuwe pleinen, straten en stegen. De kwaliteit van de openbare ruimte is toegenomen terwijl deze op het zelfde moment juist wordt verdicht en de belangrijke plekken en gebouwen laat excelleren • Foto maquette Bob Goedewaagen.
Afbeelding 7-9: Herbestemming noordelijk Citroën gebouw Amsterdam tot kantoren en retail. Een nieuwe glazen structuur, bestaande uit negen lichthoven, passend in de structuur van het bestaande plan, centraliseert de ontsluiting en reorganiseert de verdiepingen zodat er meerder huurders per verdieping mogelijk zijn. Daarnaast brengen de lichthoven voldoende daglicht binnen om het geschikt te maken voor de nieuwe functies.
Afbeelding 10-17: Reversed Boogie Woogie, afstudeerontwerp voor een nieuw stadhuis en de Opera, op het Waterlooplein in Amsterdam. Het uitgangspunt voor dit project is het erkennen van de schaal. In plaats dit te verdoezelen wordt de omvang vergroot. Stedenbouwkundig kent het gebouw harde grenzen, zodat het een zekere representativiteit uitstraalt. Op de aansluitingen met omringende straten opent het zich. Omliggende routes worden door een openbare route, een aaneenschakeling van ruimten, door het gebouw getrokken. De openbare ruimte loopt over in de semi-openbare ruimte die vervolgens weer aansluiting zoekt bij het besloten programma.
Afbeelding 18: Educatieve ruimte in het Museum Amsterdam, op een hardboard vloer is met een laser de plattegrond van Amsterdam uitgesneden. Scholieren plaatsen een tentoonstellingsmeubel met een mini-expositie op een specifieke locatie in de stad. Aan de muur kunnen ze bijbehorende foto’s hangen. Ontwerp i.s.m. Anne Dessing • Foto Lonneke van der Palen.

www.dvmb.nl

Dit artikel is verschenen in ArchitecuurNL 07 2015

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: , , , , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.