Woningbouw als exportproduct

Over de grens

Woningbouw als exportproduct

Door: Kirsten Hannema | 14-12-2016

Min of meer bij toeval belandde architect Frits van Dongen in een prestigieuze prijsvraag om 2500 huizen te bouwen in de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul. Met zijn grote kennis en ervaring in de woningbouw maakte hij indruk op de jury en won prompt de eerste prijs. Onlangs werd het gerealiseerde complex uitgeroepen tot het beste collectieve woongebouw van Korea. Heeft Hollandse woningbouw toekomst als exportproduct?

Nederland moet het van de handel hebben, dat besef dringt de laatste jaren steeds meer door in de architectuur. Weliswaar werd architectuur al als exportproduct benoemd in de eerste Architectuurnota (1991), maar de handelswaar beperkte zich vooralsnog tot exclusieve projecten – theaters, bibliotheken, musea – van de hand van de Superdutch generatie: OMA, MVRDV, UN Studio en Mecanoo. In de slipstream van het stimuleringsbeleid uit in de jaren negentig – denk aan de oprichting van het NAi, Stimuleringsfonds, Architectuur Lokaal – groeide het werk van deze bureaus uit tot het internationale visitekaartje van de Nederlandse architectuur.

Crisis en Katrina

Door de economische crisis die in 2008 insloeg en het gebrek aan werk dat daardoor in eigen land ontstond, werd werken over de grens voor veel bureaus een overlevingsstrategie. De Branchevereniging voor Nederlandse Architecten (BNA) startte samen met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) een reeks handelsmissies ‘om internationale markten te verkennen’. Henk Ovink werd aangesteld als watergezant, het boegbeeld van de watersector. Hij was ook betrokken bij de Rebuild by design-competitie voor de wederopbouw van het gebied waar orkaan Katrina in 2012 toesloeg, en waar Nederlandse bureaus als ZUS, de Urbanisten en OMA succes boekten. En ook op het gebied van openbare ruimte worden Nederlandse ontwerpers veel gevraagd – denk aan Piet Oudolf’s Highline en het Park op Governors Island (West 8) in New York.

Vraag naar woningen

Woningbouw was vooralsnog afwezig op deze lijst. En dat is vreemd, vindt architect Frits van Dongen. ‘Want als je vraagt: waar is Nederland nou echt goed in? Dan is dat stedenbouw en woningbouw.’ Nederland kent een lange traditie van sociale woningbouw, waarbij steevast de beste architecten werden aangetrokken. Van Berlage en De Bazel tot Mecanoo en MVRDV – vrijwel elk bekend Nederlands bureau heeft woningbouw gerealiseerd. Daarbij zijn er de komende jaren heel veel nieuwe woningen nodig. Wereldwijd zet de trek naar de stad voort, in opkomende economieën is de vraag naar huizen nauwelijks bij te benen.

De opdracht om in de Koreaanse hoofdstad Seoul 2500 huizen te bouwen kreeg Van Dongen in 2010 min of meer bij toeval. Op zoek naar bureaus met een vernieuwende aanpak, was de Koreaanse opdrachtgever, Land & Housing Corporation (LH), in Nederland terecht gekomen. ‘Het ging om een zogenoemd masterpiece woningbouwproject’, legt Van Dongen uit. ‘LH is een voormalig overheidsbedrijf, de directeur werd later minister van wonen. Voor een internationale prijsvraag voor een uitbreidingswijk aan de rand van de stad zocht hij bureaus die voorbij de Koreaanse standaard konden denken en de woningbouw op een hoger plan brengen.’ Een van de benaderde bureaus was MVRDV. ‘Zij hadden een artist’s impression van de Markthal aan de muur hangen. Daarachter stond ons ontwerp voor woongebouw Rotta Nova getekend. Dat vonden de Koreanen een interessant plan. Zodoende werden we uitgenodigd om ook mee te doen.’

Hof met binnentuin  

‘Op basis van wat we tijdens een studiereis naar Korea hebben gezien, hebben we een aantal concepten bedacht’, vertelt Van Dongen. ‘Woningen worden daar doorgaans als torens gebouwd, met gemiddeld drie appartementen per verdieping. Alles draait om dichtheid; in Seoul wonen immers tien miljoen mensen. Vervolgens zijn we nagegaan: hoe doen we dat in Nederland? In 1901 kwam de Woningwet, ter bevordering van goede huisvesting, na de Tweede Wereldoorlog is vanwege de grote woningnood veel aandacht uitgegaan naar efficiëntere productie. Tegelijk is er altijd aandacht geweest voor het sociale aspect van wonen – denk aan de hofjes, waarbij huizen rond een gemeenschappelijke tuin werden gebouwd. Zo’n hof vind je ook in het gesloten bouwblok, dat de basis vormt voor onze steden. Dat blok was ons vertrekpunt.’ Anticiperend op de bergachtige locatie, de zuidelijke woningoriëntatie (de religie schrijft dit voor in Korea), en de wens om de binnentuinen publiek toegankelijk te maken, zijn de rechthoekige bouwblokken getransformeerd tot een reeks halfopen, ruitvormige gebouwen met een zuidgevel die omhoog loopt als een hyperbool.

Koreaanse leefstijl

Van Dongen en zijn team hebben ook de Koreaanse leefstijl bestudeerd. ‘Je wilt weten voor wie je bouwt. Dit zijn middenklassewoningen voor jonge gezinnen. Meestal werken beide ouders voor de kost, en passen de grootouders op de kinderen. Het is mooi dat dat zo geregeld is, al is het jammer dat ze weinig tijd met de familie hebben. De ouders stappen om zes uur in de lift naar de parkeergarage en komen om elf uur thuis, terwijl opa en oma achterblijven in het appartement. Wij bedachten dat het leuk zou zijn voor hen om meer contact te hebben met buren en de bewoners van de andere blokken. Daarom hebben we een netwerk van fiets- en voetpaden ontworpen door de binnenhoven.’ Bewoners kunnen kiezen hoe ze naar hun huis gaan. Er zijn galerijen en portieken, je kunt direct de lift naar de voordeur nemen, of binnendoor lopen via de corridor, die ook fungeert als ontmoetingsplek. ‘Door nu en dan een woning weg te laten, creëer je een uitnodigende verblijfsruimte, met daglicht en uitzicht op het binnenterrein’, wijst Van Dongen op de plattegrond. ‘Vanwege die sociale elementen hebben we gewonnen, hoorden we achteraf van de jury.’

Variatie in woningtypen

Behalve de sociale visie, heeft Van Dongen ook woningtypologieën uit Nederland geïmporteerd. ‘Sinds ik mijn eerste woongebouw Natal in Rotterdam ontwierp, heb ik een compleet alfabet aan woningtypen aangelegd. Veel daarvan kenden ze in Korea niet, zoals woningen aan weerszijden van een corridor. Daarbij kun je zowel tweezijdig georiënteerde appartementen als eenzijdig georiënteerde maisonnettes maken, dubbele of driedubbele beuken, al dan niet met een serre.’ Op deze manier is een grote diversiteit aan huizen gecreëerd, in grootte variërend van 28 tot 120 m2. Die variatie zou volgens Van Dongen ook bijdragen aan de levendigheid. Inmiddels is het complex volledig bewoond. Werkt het zoals bedacht? ‘Ja, het gebouw functioneert als een trein, de mensen zijn tevreden.’ Wel zijn een aantal zaken anders uitgevoerd dan de architect had voorzien. ‘Daarin zie je een cultuurverschil.

In Nederland maak je een plan dat wordt aanbesteed. Een aantal aannemers geeft een prijs, het beste bod wint. Maar de bouwer is wel gebonden aan jouw tekeningen. In Korea is dat niet zo. De aannemer kan tijdens de bouw een voorstel doen om voor minder geld iets op een andere manier te maken.’ Van Dongen toont een artist’s impression van de gevel en een foto van de werkelijke situatie. ‘Zie je die schuifluiken met louvres? Wij lieten die schuiven in een heel rank staalprofiel waarin ook de airco was opgenomen, de aannemer heeft in plaats daarvan een soort borstweringen gemaakt. De vraag is: ontkracht zo’n detail het idee? Volgens mij niet. Als ik die ontmoetingsruimtes aan de corridor zie, denk ik: dat ziet er behoorlijk goed uit.’

Toekomst als exportproduct

Heeft Nederlandse woningbouw een toekomst als exportproduct? ‘Er is in landen als Korea in elk geval een waanzinnige behoefte’, constateert Van Dongen. Maar volgens hem zijn er in Korea voldoende goede architecten, en zijn het vooral de bekende namen die uit het buitenland worden aangetrokken. Daarbij vraagt hij zich af in hoeverre Nederlandse woningbouw nog onderscheidend is. ‘Architectuur wordt steeds globaler. Google de naam van een architect, bekijk zijn portfolio en je weet evenveel als wie dan ook. Maar wat ik wel kan inbrengen is: ervaring.’ Dan nog is het lastig, merkt hij. ‘Al in de jaren negentig heb ik in het buitenland lezingen gegeven over woningbouw. Maar wie stimuleert het? Je denkt: het ministerie of de ambassade zal toch wel kunnen helpen om ons te introduceren in de specifieke context van Korea? Dus niet. We hadden allerlei vragen, over de Koreaanse cultuur, over hoe en met wie wij het project zouden kunnen uitwerken. Wil je architectuur verkoopbaar maken, dan moet je daar wel iets voor optuigen.’ De bal ligt echter ook bij de architect, erkent Van Dongen. ‘Winy Maas van MVRDV vloog na zijn presentatie direct door naar India en Brazilië voor de volgende pitch. Zij willen op wereldniveau werken. Voor mij kwam dit project uit de lucht vallen. Ik heb op basis van de inhoud ja gezegd. Dat het ontwerp uiteindelijk gerealiseerd is, is geweldig, dat we er een prijs mee hebben gewonnen nog mooier.’

Projectgegevens
Locatie: blok A5 Gangnam District, Seoul  Zuid-Korea.
Opdrachtgever: Korea Land & Housing Corporation.
Architect: Frits van Dongen.
Programma: 1.500 appartementen, community center, 1.600 parkeerplaatsen. Bruto vloeroppervlakte: 180.000 m2.
Volume: 498.000 m3.
Opdracht: 2010.
Bouw: 2014-2015.

Tekst: Kirsten Hannema
Fotografie: Kim Myoung Sik en LH Group

Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 6 van 2016

Gerelateerd

Tags: ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.